Ton Crijnen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Ton Crijnen
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Algemene informatie
Volledige naam Antonius Andreas Jacobus Crijnen
Geboren 25 september 1942
Geboorteplaats Goes
Land Vlag van Nederland Nederland
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Antonius (Ton) Andreas Jacobus Crijnen (Goes, 25 september 1942) is een Nederlandse historicus (Master geschiedenis), journalist en publicist. In de jaren zestig, begin jaren zeventig van de vorige eeuw was hij vicevoorzitter en daarna korte tijd voorzitter van de jongeren-KVP (KVPJG) en lid van het algemeen bestuur van de KVP. Hij was lid van het bestuur van de Katholieke Raad voor Israel, inmiddels Katholieke Raad voor het Jodendom (KRJ) die de Nederlandse rooms-katholieke bisschoppen adviseert in hun betrekkingen met het Jodendom.

Loopbaan[bewerken | brontekst bewerken]

Crijnen werkte tot 2006 respectievelijk vijftien jaar als redacteur religie en filosofie bij dagblad Trouw. Daarvoor was hij van 1972-1988 adjunct-hoofdredacteur van het voormalige opinieweekblad De Tijd en van 1961-1972 redacteur binnenland c.q. buitenland van het gelijknamige dagblad. Ook verzorgde hij een tijdlang als correspondent de berichtgeving over Nederland voor de Oostenrijkse kwaliteitskrant Die Presse en het Duitse weekblad Publik. Tijdens zijn werkzaamheden bij De Tijd was Crijnen tevens tien jaar lang voorzitter van de ondernemingsraad van de tijdschriftengroep van het toenmalige VNU-concern en lid van de centrale ondernemingsraad. Sinds zijn pensionering, september 2005, houdt hij zich bezig met het schrijven van biografieën.

Zakelijke Historie[bewerken | brontekst bewerken]

Als redacteur buitenland met specialismen Oost-Europa en West-Duitsland versloeg Crijnen in augustus 1968 voor dagblad De Tijd ter plekke de bezetting van Tsjechoslowakije door de strijdkrachten van het Warschaupact, onder leiding van de Sovjet-Unie. Hij werd uiteindelijk door de Russen gearresteerd en over de grens met Oostenrijk gezet. Een jaar later had hij, samen met drie Nederlandse collega's, een opzienbarend kritisch interview met Walter Ulbricht, staatshoofd en communistische partijchef van de toenmalige Duitse Democratische Republiek (DDR). In de jaren daarna volgden interviews met tal van andere internationale prominenten, zoals de West-Duitse presidenten Karl Carstens, Richard von Weizsäcker en Gerhard Schröder, de bondskanseliers Willy Brandt en Helmut Schmidt, de Beierse minister-president Franz Josef Strauss, curie-kardinaal Joseph A. Ratzinger (de latere paus Benedictus XVI), de Zwitserse theoloog Hans Küng, de Dalai Lama en de voormalige Joegoslavische vicepresident en naaste medewerker van Tito, Milovan Djilas. Tussen 1995 en 2005 bereisde Crijnen een groot deel deel van de islamitische wereld en maakte hij, onder soms moeilijke omstandigheden (Iran, Pakistan, Noord-Nigeria en Bangladesh), reportages voor dagblad Trouw. In 1999 schreef hij het boek Nieuwe Moslims, de eerste studie die een beeld schetste van de groep Nederlanders die zich had bekeerd tot de islam.

Als lid van een speciale commissie, ingesteld door Amnesty International, onderzocht hij in november 1974 de omstandigheden waaronder de Nederlander Ronald Augustin, lid van de Rote Armee Fraktion (RAF), in voorarrest zat in de gevangenis van Hannover. Dit resulteerde het jaar daarop in het boek De Baader Meinhof Groep.

Boekpublicaties[bewerken | brontekst bewerken]

In 2008 publiceerde Ton Crijnen de biografie Titus Brandsma, De man achter de mythe - de nieuwe biografie.[1] In dit omvangrijke boek nam hij leven en werk van de in 1985 zaligverklaarde Friese mysticus, hoogleraar en verzetsman Titus Brandsma kritisch onder de loep (in mei 2022 volgde een aangevulde uitgave naar aanleiding van de heiligverklaring van pater Brandsma). Begin 2010 schreef hij, samen met mr. Ina Herbers, een biografie over Piet Callenfels,[2] NSB-burgemeester van respectievelijk Vlissingen en Woerden. Eind 2014 kwam zijn uitgebreide biografie van kardinaal Ad Simonis uit. Hierin werd onder meer kritisch teruggekeken op de opstelling van de Utrechtse aartsbisschop (1983-2006) in de kwestie van het seksueel misbruik door priesters binnen de Nederlandse r.-k.-kerkprovincie.[3] Dit boek haalde de longlist van de Nederlands-Vlaamse biografieprijs 2016.