Transitievergoeding

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een transitievergoeding is in het Nederlands recht een financiële compensatie die de werkgever betaalt aan de werknemer bij ontslag. In bepaalde gevallen wordt deze ontslagvergoeding aangeduid met de term gouden handdruk.

Doel[bewerken | brontekst bewerken]

De transitievergoeding heeft tot doel de werknemer te compenseren voor ontslag en de transitie naar een nieuwe baan te vergemakkelijken. De transitievergoeding is in de regel verschuldigd bij ontslag of het niet voortzetten van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd op initiatief van de werkgever.[1]

Compensatieregeling transitievergoeding[bewerken | brontekst bewerken]

Met de inwerkingtreding van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) kunnen werkgevers in Nederland vanaf 1 april 2020 gebruik maken van de compensatieregeling transitievergoeding langdurige arbeidsongeschiktheid (kortweg: compensatieregeling transitievergoeding of CRTV[2]). Het is een regeling uit de WAB die het voor werkgevers mogelijk maakt als na beëindiging van de arbeidsovereenkomst in verband met langdurige arbeidsongeschiktheid van de werknemer een (transitie)vergoeding is betaald, bij het UWV[3] een verzoek in te dienen voor compensatie. Dit kan ook met terugwerkende kracht bij dienstverbanden die zijn geëindigd vanaf 1 juli 2015. Op 1 april 2020 is de regeling in werking getreden.[4]

Initiatief[bewerken | brontekst bewerken]

Bij de transitievergoeding ligt het initiatief tot het ontslag of het niet voortzetten van een arbeidsovereenkomst meestal bij de werkgever. Als beide partijen met wederzijds goedvinden de arbeidsovereenkomst beëindigen, worden de onderlinge afspraken in een overeenkomst vastgelegd. Deze overeenkomst wordt aangeduid als een vaststellingsovereenkomst of beëindigingsovereenkomst.

Hoogte[bewerken | brontekst bewerken]

Er is opgenomen dat de transitievergoeding per jaar dat de arbeidsovereenkomst heeft geduurd een derde bruto maandsalaris bedraagt en dat de berekening van de hoogte van de transitievergoeding over overige delen van het dienstverband naar rato zal plaatsvinden. De maximum transitievergoeding in 2020 is € 83.000 of een heel jaarsalaris indien het inkomen hoger was dan € 83.000.[5][6]

Rekenvoorbeeld[bewerken | brontekst bewerken]

De hoogte van de transitievergoeding kan aan de hand het volgend voorbeeld berekend worden. Een werknemer met een bruto maandsalaris van €3.000 van wie de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd na 15 jaar dienstverband heeft recht op een transitievergoeding. Over de gehele duur van het dienstverband wordt een transitievergoeding betaald van 1/3 maandsalaris per dienstjaar. De totale verschuldigde transitievergoeding is: 15 × (1/3 x 3.000) = €15.000.

Berekening naar rato[bewerken | brontekst bewerken]

Bij de berekening van de transitievergoeding is de eerste stap om deze te berekenen over de hele dienstjaren. Voor de resterende duur van de arbeidsovereenkomst en voor arbeidsovereenkomsten die korter dan een jaar duren, wordt de transitievergoeding naar rato berekend. Daarvoor kan de volgende formule worden gehanteerd:

  • Transitievergoeding = (bruto salaris/bruto maandsalaris) × (1/3 bruto maandsalaris / 12)

Aftrekposten[bewerken | brontekst bewerken]

Kosten van bijvoorbeeld outplacement of scholing kunnen worden afgetrokken van de transitievergoeding, evenals kosten die de werkgever heeft, omdat een langere opzegtermijn wordt gehanteerd en de werknemer gedurende deze periode is vrijgesteld van werk. Deze kosten moeten zijn gemaakt met het oog op het ontslag en in overleg met de werknemer.[7]

Heeft de werkgever tijdens de arbeidsovereenkomst kosten gemaakt om de inzetbaarheid van de werknemer buiten de organisatie te bevorderen? Dan kunnen ook deze kosten in overleg met de werknemer in mindering worden gebracht.

Voor het in mindering kunnen brengen van kosten op de transitievergoeding gelden de volgende voorwaarden:

  • De werkgever heeft de kosten gespecificeerd en de werknemer hierover geïnformeerd.
  • De werknemer stemt vooraf schriftelijk in met het in mindering brengen van de kosten op de transitievergoeding.
  • De kosten zijn gemaakt door de werkgever zelf.
  • De kosten zijn gemaakt ten behoeve van de werknemer.
  • Loonkosten mogen niet in mindering worden gebracht.
  • Dit is anders als de werknemer en de werkgever een langere opzegtermijn afspreken en de werknemer in deze periode is vrijgesteld van werk. De kosten staan in een redelijke verhouding tot het doel waarvoor de zijn gemaakt.
  • De kosten komen in mindering op dat deel van de transitievergoeding dat is opgebouwd in de periode waarin de kosten zijn gemaakt of hierna.
  • De kosten kunnen niet elders door de werkgever worden gedeclareerd.
  • De kosten kunnen niet op de werknemer worden verhaald via bijvoorbeeld een studiekostenbeding.

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]