Tsjechoslowaaks-Hongaarse bevolkingsruil

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Tsjechoslowaaks-Hongaarse bevolkingsruil was een ruil van de bevolking tussen Tsjechoslowakije en Hongarije na afloop van de Tweede Wereldoorlog. De bevolkingsruil kwam op de agenda toen een collectieve uitwijzing van de Hongaren uit het zuiden van Slowakije werd geblokkeerd door de overwinnaars van de oorlog.

In totaal werden tussen de 45.000 en 120.000 Hongaren geruild met circa 75.000 Slowaken uit Hongarije. De Slowaken in Hongarije melden zich vrijwillig aan, de Hongaren in Tsjecho-slowakije werden gedwongen.

Direct na de oorlog kwam de kwestie van de Hongaarse minderheid aan de orde in Tsjechoslowakije. Er werd een programma opgesteld door de regering met 16 hoofdstukken. De Hongaarse kwestie kwam met name aan de orde in de hoofdstukken VIII, XI en XV. Hoofdstuk VIII ontnam de Duitse en Hongaarse bevolking van hun staatsburgerschap. Hoofdstuk XI verklaarde de in beslagname van Hongaarse bezittingen en Hoofdstuk XV ging over het sluiten van Hongaarstalige scholen.

De Hongaarse regering protesteerde fel tegen de voorstellen. Uiteindelijk werd onder druk van de geallieerden afgezien van de totale uitzetting van de Hongaren en werd er een bilateraal verdrag gesloten tussen Hongarije en Tsjechoslowakije waarin een bevolkingsruil werd geregeld. In onderstaande tabel is het resultaat van de verschillende hoofdstukken uit het bilaterale contract te zien:

Bevolkingsruil tussen Tsjechoslowakije en Hongarije (1945–1948)
Aangewezen voor de bilaterale Tsjechoslowaaks-Hongaarse bevolkingsruil Aantal personen
onder artikel V. van het contract 105.047 (27.718 families)
onder artikel VIII. van het contract 65.200 (23.552 families)
De facto overgebracht Aantal personen
onder artikel V. van het contract 45.475
als oorlogsmisdadigers, artikel VIII. van het contract 2905
"R" transport (regimisten) 1034
voor het contract in werking trad 11.837
van de bevrijding tot de installatie van de Tsjechoslowaakse regering 10.196
na inwerkingtreding van het contract, maar daarnaast 11.057
nadat het contract in werking trad 1083
van Rusovce 73
vrijwillig 6000
Totaal 89.660

Deportaties naar het Sudetenland[bewerken]

Na de verdrijving van de Duitsers meende Tsjechoslowakije een tekort te hebben aan arbeidskrachten, in het bijzonder de boeren in het Sudetenland. Als gevolg daarvan werden meer dan 44.129 Hongaren vanuit Slowakije gedeporteerd naar het Sudetenland. Tussen 1945 en 1948 werden 2.489 vrijwillig herplaatst en kregen deze Hongaren woningen, een inkomen en een staatsburgerschap. Later, vanaf 19 november 1946 tot 30 september 1946 werden de overgebleven 41.666 Hongaren in veewagens naar het Sudetenland gedeporteerd en werden ze als dwangarbeiders aangeboden op markten in het gebied. Vanaf 1948 mochten 18.536 terugkeren naar Zuid-Slowakije waar dit problemen opleverde met de Slowaken die vanuit Hongarije hun woningen in bezit handen genomen. Tegen 1950 was de meerderheid van de Hongaren weer teruggekeerd uit het Sudetenland. De status van de Hongaren werd daarna opgelost en ze kregen het staatsburgerschap van Tsjechoslowakije.

Verschuiving taalgrens[bewerken]

Met de bevolkingsruil werd de taalgrens verschoven naar het zuiden en ook in eerder volledig Hongaarse steden als Kosice, Levice (Slowakije), Galanta en Nové Zámky werden de Hongaren na de ruil een minderheid.

Taalsituatie in Slowakije volgens census van 1910
Taalsituatie in Slowakije volgens Census van 2011.