Tweede Opiumoorlog

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tweede Opiumoorlog
Onderdeel van de Opiumoorlogen
Gevechten in Kanton (Guangzhou)
Gevechten in Kanton (Guangzhou)
Datum 1856-1860
Locatie Azië: China
Resultaat Brits-Franse overwinning
Verdrag van Tianjin (1858)
Conventie van Peking (1860)
Territoriale
veranderingen
Kowloon naar het Verenigd Koninkrijk
Strijdende partijen
China Qing Dynasty Flag 1862.png Chinese Keizerrijk Flag of the United Kingdom.svg Verenigd Koninkrijk
Flag of France.svg Franse Keizerrijk
Commandanten
Vlag van Verenigd Koninkrijk Michael Seymour
Vlag van Verenigd Koninkrijk James Bruce
Vlag van Verenigd Koninkrijk James Hope Grant
Vlag van Frankrijk Charles Cousin-Montauban

De Tweede Opiumoorlog of Arrow-oorlog was een oorlog tussen een alliantie van het Verenigd Koninkrijk en het Franse Keizerrijk tegen China onder de Qing-dynastie. De oorlog duurde van 1856 tot 1860.

Achtergrond[bewerken]

De Chinezen waren niet erg gelukkig met het Verdrag van Nanking uit 1842 dat het einde van de Eerste Opiumoorlog markeerde. Het verdrag werd nauwelijks nageleefd door voortdurende moeilijkheden en tegenwerking van de Chinese overheid. Toen het na een aantal jaren tijd werd voor de afgesproken periodieke herziening van het verdrag wilde het keizerlijk Hof dan ook geen verdere concessies doen.

Nieuwe oorlog[bewerken]

Er volgde een nieuwe oorlog, dit keer werd China aangevallen door het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Deze oorlog wordt ook wel de Arrow-oorlog genoemd, naar een onder Britse vlag varend Chinees schip dat werd verdacht van piraterij, smokkel en opiumhandel. De Chinese overheid arresteerde twaalf mannen van het schip en hield ze gevangen. Dit incident werd door de Britten als voorwendsel gebruikt voor een nieuwe oorlog.

Het verdrag van Tianjin[bewerken]

Juni 1858 werd de oorlog aanvankelijk beëindigd met het afsluiten van het verdrag van Tianjin. dit werd ondertekend door China, Groot-Brittannië, Amerika, Frankrijk en Rusland. Het verdrag hield onder andere in dat er ambassades zouden komen in Bejing, dat er tien nieuwe havens open gingen voor de buitenlandse handel, dat schepen vrijelijk over de Yangtze rivier mochten varen, de opiumhandel hersteld zou worden en dat er een enorme schadeclaim betaald zou worden aan Groot-Brittannië en Frankrijk.

Voortzetting van de oorlog[bewerken]

Kort na het goedkeuren van het verdrag van Tianjin door de Qing-regering, riepen een aantal ministers keizer Xianfeng op toch verder te vechten tegen het Westelijke mogendheden en het verdrag niet uit te voeren. Op 2 juni 1858 beval de keizer de Mongoolse generaal Sengge Rinchen de Taku forten bij Tianjin te bezetten en zich voor te bereiden op hervatting van de strijd. In Juni 1859 kwamen de Britten per schip naar de Taku forten en eisten dat ze mochten aanleggen in Taku en met een gewapende escorte konden doorgaan naar Beijing. De Chinezen weigerden dit. In de nacht van 24 juni bliezen Britse soldaten de versperringen in de rivier op en vielen de Taku forten aan. Na 24 uur moesten de Britten zich aanvankelijk onder bescherming van een ondersteunend Amerikaans marineschip terugtrekken, maar de strijd ging verder. Er werd aan beide kanten hard gevochten en tenslotte wisten de Britten op 6 oktober Beijing te bereiken.

Conventie van Peking[bewerken]

Toen troepen van de westerse alliantie Beijing bereikten ontvluchte keizer Xianfeng met zijn hofhouding de stad en ging naar het Chengde zomerpaleis zo'n 200 kilometer ten noorden van Beijing. Zijn broer prins Yixin nam de leiding over. Nadat eerst de gevangengezette Britse diplomaten waren bevrijd beval de Britse legerleider het waardevolle en prestigieuze Oude Zomerpaleis bij Beijing te verwoesten. Ook werd er gedreigd de Verboden Stad te vernietigen. Het verdrag van Tianjin werd vervolgens onder zware diplomatieke en militaire druk door prins Yixin alsnog aanvaard. Dit gebeurde tijdens de Conventie van Peking op 18 Oktober 1860. In China wordt het nog steeds beschouwd als een van de ongelijke verdragen die onder dwang tot stand kwamen.