Valproef

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een valproef kan elk experiment zijn waarbij voorwerpen vallen, maar de naam wordt vaak gebruikt voor het experiment waarmee een oud idee van Aristoteles weerlegd kan worden. Volgens Aristoteles vallen zware voorwerpen sneller dan lichte voorwerpen. En met de valproef, zelfs als gedachte-experiment kan men aantonen dat dit niet klopt.

De geschiedenis van dit experiment gaat terug tot Giambattista Benedetti, maar het wordt ook toegeschreven aan Galilei, die valproeven uitgevoerd zou hebben op de Toren van Pisa, en aan Simon Stevin die eerder valproeven heeft uitgevoerd met Jan Cornets de Groot op de toren van de Nieuwe Kerk (Delft).

Gedachte-experiment[bewerken]

Het gedachte-experiment gaat als volgt. Men heeft twee kogels, aan de buitenkant hetzelfde, maar één van de twee is hol. De eerste kogel weegt tien kilogram, de tweede vijf. Met een verbindingsstaafje met een verwaarloosbare massa kan men de twee kogels stevig aan elkaar bevestigen.

  • De eerste keer laten we de twee kogels tegelijk van een hoge toren vallen. Als Aristoteles gelijk heeft, zal de zware kogel de grond het eerst raken, bijvoorbeeld na 9 seconden en de andere na 10 seconden.
  • De tweede keer schroeven we de twee kogels met de verbindingsstaaf aan elkaar, en gooien het geheel dan nogmaals van de toren.

Volgens Aristoteles hebben we nu één voorwerp van vijftien kilo dat nóg sneller moet vallen dan eerst, dus in minder dan 9 seconden.

Maar het gezond verstand zegt dat de zware, snelle kogel onderweg moet worden afgeremd door de lichtere, langzamere kogel, en dus in meer dan 9 seconden, namelijk 9,5 seconden, de grond bereikt.

Dit is een paradox. Beide redeneringen kloppen maar spreken elkaar tegen, de conclusie is dat de stelling zware voorwerpen vallen sneller dan lichte voorwerpen fout is.

Zie ook[bewerken]