Verschil tussen legenden, mythen, sagen en sprookjes

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Dit artikel gaat in op het verschil tussen vier hoofdvormen van epiek – de legende, de mythe, de sage en het sprookje – door per verhaalgenre kort de eigenschappen te beschrijven.

De legende[bewerken]

Sprookje: Roodkapje.
Nuvola single chevron right.svg Zie Legende (volksverhaal) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Onder legende verstaat men kortweg een traditioneel christelijk (met name katholiek) volksverhaal, waarin een centrale rol is weggelegd voor een heilige, Jezus Christus, Maria, of een heilig voorwerp.

In de volksmond wordt het woord legende algemeen wel gebruikt voor een oud volksverhaal, maar dit is in feite niet correct.[1][2]

Hoewel de klassieke (heiligen)legenden samen met de verering van heiligen naar de achtergrond aan het verdwijnen zijn, blijft het woord 'legende' tegenwoordig populair als benaming voor zeer beroemde personen naar wie veel mensen opkijken. Veelal verschijnen er na zijn of haar dood een hele reeks biografieën waarin feit en fictie nog moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn en blijkt de legende een rolmodel te zijn voor fans. Die biografieën kunnen worden vergeleken met de vroegere hagiografieën, ofwel beschrijvingen van heiligenlevens.

De mythe[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie mythe voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In verband met volksverhalen wordt in de volksmond regelmatig over mythen gesproken, maar dit begrip dient dikwijls vermeden te worden, in ieder geval voor het Nederlandstalige gebied. Een mythe is een voorchristelijk volksverhaal waarin (heidense) goden een rol spelen. De bekendste mythen zijn die van de Grieken en de Romeinen. De Germanen moeten eveneens een mythologie hebben gekend met goden als Wodan, Donar en Freya, maar de kennis van die mythologie is gebaseerd op Scandinavische verhalen en op allerlei twijfelachtige 19e-eeuwse reconstructies en speculaties. Zo kennen we geen echte Nederlandse mythen. Daar is helemaal niets van overgeleverd.[3]

Hoewel de verzameling van klassieke mythen zo goed als vastligt, noemt men tegenwoordig ook moderne verhalen mythen. Op deze manier wordt het woord 'mythe' dus op een andere wijze gebruikt.

De sage[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Sage (volksverhaal) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Een sage is een traditioneel volksverhaal dat zich afspeelt op een bekende plaats en op een bekend moment in de tijd. De sage is doorgaans een kortere vertelling dan een sprookje, en een sage behandelt een bepaalde vorm van volksgeloof. Sagen bevatten veel angstaanjagende, bovennatuurlijke elementen en vertellen bijvoorbeeld over hekserij, toverij, spokerij, weerwolverij, over reuzen, kabouters, nachtmerries (het wezen, niet de droom), Witte Wieven, duivels en dergelijke. Sagen kunnen ook vertellen over moedige en sterke helden, over geduchte rovers, onderaardse gangen, verborgen schatten en bodemloze putten. In principe werden de sagen vroeger als waarheid verteld. Voor vertellers en publiek werden ze ervaren als non-fictie.[4][5]

In de volksmond worden de termen 'legende' en 'sage' regelmatig (foutief) door elkaar gebruikt. Het komt ook wel eens voor dat de begrippen sage en saga door elkaar gehaald worden. Bij de saga gaat het in de regel echter om Oudnoordse en IJslandse volksverhalen.

De opvolger van de traditionele sage is de moderne sage, ofwel de stadssage (Engels: urban legend), dat ook wel het broodjeaapverhaal wordt genoemd. Broodjeaapverhalen zijn over het algemeen even kort als sagen en de inhoud is doorgaans spannend en griezelig, al komen grappige broodjeaapverhalen wel voor. Spreekt uit oude, traditionele, sagen bijvoorbeeld de latente angst voor het bovennatuurlijke, zoals duivels, spoken, heksen en witte wieven, in de hedendaagse sagen zijn dat regelmatig aardse angsten voor rampen, bizarre ongelukken, criminaliteit, moderne technologie en sociale pijnlijkheden.[3]

Het woord 'sage' komt, volgens het etymologisch woordenboek (Van Dale), van het Middelnederlandse woord 'sage' of 'zage', afgeleid van 'zeggen', 'wat men zegt'.[6]

Het sprookje[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Sprookje voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Een sprookje is een traditioneel volksverhaal dat speelt op een onbepaalde plaats in een onbepaalde tijd. Het opent daarom vaak met de woorden "Er was eens..." Niet zelden keren we terug naar een onbestemd feodaal verleden. In het begin van het verhaal wordt de held voor een probleem gesteld dat opgelost moet worden. De held gaat op avontuur uit en zonder dat de held zich daar veel over verwondert wordt hij tegengewerkt door kwade wezens, maar evengoed ook geholpen door goede mensen en dierhelpers. De held slaagt er in, mede dankzij zijn moed, wijsheid, eerlijkheid, goedheid of geluk, om het avontuur tot een goed einde te brengen. Het sprookje eindigt in de regel optimistisch (in tegenstelling tot de sage!). Vandaar dat de slotformule dikwijls luidt: "En ze leefden nog lang en gelukkig". In veel gevallen is de uitkomst dat de held trouwt met de prinses of dat de heldin in het huwelijk treedt met de uitverkoren prins. In andere sprookjes gebeurt het wel dat de held rijkdom vergaart of een grote sociale promotie maakt. Veel sprookjes tonen jonge helden en heldinnen die zich losmaken van hun ouders en aan een zelfstandig leven in de wereld beginnen (uitzondering hierop vormen de kindersprookjes waarin kleine kinderen de hoofdrol spelen, zoals Roodkapje en Hans en Grietje). Het sprookje wordt doorgaans verteld als fictie, en verhalen in dit genre verwoorden bepaalde wensdromen.[7]

Overlap[bewerken]

De legende, mythe en sage zijn drie verhaalgenres die in de volksmond dikwijls door elkaar worden gebruikt. Dat de sage en de legende gebaseerd zijn op, of doordrongen zijn van, mythische elementen, is in veel gevallen pure speculatie, of pas in de 19e eeuw (of later) door schrijvers bedacht.[bron?]

Het onderlinge onderscheid tussen legenden, mythen, sagen en sprookjes is vanwege de vele gemeenschappelijke kenmerken soms lastig. Zo wordt het verhaal van de Vliegende Hollander in het wetenschappelijke verhaalonderzoek gezien als sage, waarin typische kenmerken als (het contract met de) duivel, het bepaalde tijdstip en de bepaalde plek (Terneuzen bijvoorbeeld) naar voren komen. Het verhaal kent echter ook religieuze trekjes (de straf van God voor het varen op paasmorgen), waardoor het soms tot de legenden wordt gerekend of gerekend zou kunnen worden. In de volksmond wordt het verhaal soms weer gezien als sprookje. Vele populair geschreven volksverhaalboeken, die het verhaal als sprookje typeren, maar ook een attractie als die in het sprookjespark De Efteling, zullen hierbij zeker een rol spelen. Om het nog verwarrender te maken: in het Engels spreken we hier van een legend, maar in het Nederlands gaan we uit van het Duitse Sage. En juist in het Duitse wetenschappelijke verhaalonderzoek is de sage van de Vliegende Hollander opgenomen in het Enzyklopädie des Märchens[8], waarbij Märchen (althans, hier in de titel van de Duitstalige encyclopedie gebruikt) uit het Duits weer vertaald wordt als sprookje.

Net als in sagen spelen ook in sprookjes bovennatuurlijke wezens zoals heksen, tovenaars en elfen een zeer belangrijke rol. Legenden, mythen en sagen zijn dikwijls gebonden aan zowel een bepaalde tijd en plaats als aan een bepaalde persoon. Sprookjes zijn vaak ook gebonden aan een of hooguit enkele personen, maar niet of nauwelijks aan een duidelijk omschreven tijd of plaats; een sprookje is een traditioneel volksverhaal dat speelt op een onbepaalde plaats (bijvoorbeeld een fictief koninkrijk) en in een niet nader omschreven tijdperk.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. 'Legende', in: Canon met de kleine c./ T. Meder, R.A. Koman, 2008, pp. 179.
  2. Verhalen van stad en streek: sagen en legenden in Nederland./ W. de Blécourt, R.A. Koman [et al.](red.), 2010, pp. 8.
  3. a b Verhalen van stad en streek, pp. 9.
  4. Verhalen van stad en streek, pp. 8.
  5. 'Sage', in: Canon met de kleine c, pp. 181.
  6. Etymologisch woordenboek. De herkomst van onze woorden, Van Dale, Utrecht/Antwerpen, 1990.
  7. 'Sprookje', in: Canon met de kleine c, pp. 182.
  8. 'Fliegender Holländer'/ H. Gerndt, in: Enzyklopädie des Märchens, 4, 1299-1306; zie: http://wwwuser.gwdg.de/~enzmaer/