Visigotisch Spanje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Visigotische fibula in de vorm van een adelaar uit Alovera (6e eeuw, Museo Arqueologico Nacional, Madrid).

Visigotisch Spanje is de periode in de geschiedenis van Spanje vanaf het moment van uiteenvallen van het Romeinse Rijk tot 711, met de overgave van Spanje door de laatste Visigotische koning Roderik aan Tariq ibn Zijad en de Moren. In die tijd bewoonden de Visigoten het Iberisch Schiereiland, waar ze steden stichtten, oorlogen voerden en aan kunst deden.

De Visigoten drongen in 416 als foederati Spanje binnen. Toen Odoaker Romulus Augustulus uit zijn macht ontzette, annexeerde de Visigoot Eurik in 476 de Romeinse gebieden in Spanje waar Visigoten woonden. Het volgend jaar, bekeerden de Visigoten zich tot het christendom en maakten van het Latijn de dagelijkse taal. In de 8e eeuw hield het Visigotische koninkrijk plots op te bestaan. In mei 711 voeren de Moren door de Straat van Gibraltar en begonnen met de invasie van Spanje. De daarop volgende jaren (711-720) zou het Visigotische koninkrijk in macht afnemen: Toledo werd ingenomen, vervolgens Zaragoza, Tarragona en ten slotte Septimanië. De Visigoten hielden echter stand. Eén koning, Pelayo genaamd (van het Latijnse Pelagio), streed tegen de Moren en overwon in 722 in de slag bij Covadonga (Asturië). Pelayo wordt ook wel de eerste Spaanse koning genoemd, vandaar dat hedendaags de prinsen en prinsessen "Principes de Asturias" worden genoemd.

Zie ook[bewerken]