Vlaamse Opstand tegen Maximiliaan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Maximiliaan I en zijn gezin.

In de Vlaamse Opstand tegen Maximiliaan (1483-1492) wilde het graafschap Vlaanderen het regentschap van aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk niet erkennen; ze wilden zelf een regentschapsraad samenstellen om in naam van de minderjarige wettige heerser Filips de Schone te regeren[1].

Voorgeschiedenis[bewerken]

Toen in maart 1482 Maria van Bourgondië in Wijnendale verongelukte, werd de vierjarige Filips de Schone de wettige heerser van alle Bourgondische erflanden. Zijn vader Maximiliaan van Oostenrijk zou als regent regeren tot Filips 16 jaar was.

In de voorafgaande eeuwen hadden de Vlaamse steden een grote autonomie verkregen. Maria van Bourgondië had met het tekenen van het Groot Privilege deze autonomie nog verhoogd. Maximiliaan wilde deze niet bevestigen en hij voerde bovendien een expansiepolitiek, met oorlogen die veel kostten, en dus veel belastingen zouden meebrengen. De Staten-Generaal van de Zeventien Provinciën erkenden het regentschap uiteindelijk in december, nadat ze Maximiliaan de Vrede van Atrecht (1482) met Frankrijk konden opdringen.

Eerste opstand[bewerken]

Toen echter in 1483 Lodewijk XI van Frankrijk stierf, nam Maximiliaan opnieuw de wapens op. Het graafschap Vlaanderen ging hiermee niet akkoord. Hun gezant die naar koning Karel VIII van Frankrijk werd gezonden, werd door Maximiliaan gevangengenomen. Dit leidde tot de eerste tweejarige Vlaamse opstand tegen Maximiliaan. Vlaanderen richtte een regentschapsraad op voor Filips de Schone, om de macht van aartshertog Maximiliaan in te perken en te controleren. Leden van deze raad waren onder andere Jacob van Savoye, graaf van Romont, en Adolf van Kleef, heer van Ravenstein. De Gentenaar Jan van Coppenolle leidde de opstand. Matthijs Peyaert leidde dan weer een oproer pro Maximiliaan. De Duitse huursoldaten van Maxiliaan waren echter een te grote tegenstander. De opeenvolgende nederlagen, zoals bij het Hospitaal te Beerst (juni 1489), zorgden ervoor dat de Vlaamse steden verdeeld raakten. In 1485 moest Vlaanderen zich neerleggen en erkende het regentschap van Maximiliaan in de Vrede van Sluis.

Tweede Opstand[bewerken]

In de volgende jaren bleef Maximiliaan oorlog voeren tegen de zin van de Vlamingen. Eind 1487 brak opnieuw een opstand uit, de ambachten pikten de steeds stijgende belastingen niet meer. Toen op 31 januari 1488 Maximilaan naar Brugge kwam om de opstand te onderdrukken, werd hij gevangengenomen. Ook de door hem geridderde Mathijs Peyaert werd gevangengenomen en later in Gent ter dood veroordeeld. Op 12 mei 1488 kwamen de Staten-Generaal bijeen en werd een einde gemaakt aan Maximiliaans regentschap over Vlaanderen[2].

Maximiliaan beloofde zich hieraan te houden en werd vrijgelaten. Als borg werd zijn raadsman Filips van Kleef, erf-heer van Ravenstein (en ondertussen ook door zijn huwelijk met Françoise de Luxembourg heer van Enghien/Edingen geworden) die voor Maximiliaan het algemeen bestuur in de Nederlanden waarnam, gevangen gehouden. Eenmaal vrij hield Maximiliaan zich niet aan de afspraak. Hij voerde strafexpedities uit in het Brugse ommeland. Zo werden onder andere alle belangrijke gebouwen (kerk, kasteel en molen) in Gistel platgebrand. Filips van Kleef voelde zich verraden en sloot zich vanwege deze eedbreuk aan bij de opstandelingen en werd zelfs de leider. Hij positioneerde zich als de verdediger van de ware heerser, Filips de Schone, waar hij vriend aan huis was. Hij had trouwens vele jaren samen doorgebracht met Maria van Bourgondië, veelal in het Kasteel van Wijnendale van zijn vader Adolf van Kleef. De opstand was ditmaal iets succesrijker. Mede doordat ook buiten Vlaanderen het regentschap in vraag werd gesteld. Zo leidde ook Frans van Brederode in Holland een opstand. En hebben ook de Brusselaars hun opstand gekend met een belegering van het kasteel van Beersel.

In Gent werd het Rabot gebouwd, als herinnering van de overwinning van de Gentenaars op het leger van keizer Frederik III en zijn zoon Maximiliaan van Oostenrijk. In februari 1489 trok Maximiliaan met zijn legers naar het Heilige Roomse Rijk om de Hongaarse soldaten te gaan bestrijden. Hij stelde Albrecht van Saksen aan als landvoogd in Vlaanderen. Het Verdrag van Montil-lez-Tours, een wapenstilstand tussen Maximiliaan en Frankrijk, zorgde ervoor dat Vlaanderen zijn Franse steun kwijtspeelde. Vlaanderen, met uitzondering van Brugge en Gent, legde zich opnieuw neer bij het regentschap van Maximiliaan.

In november 1489 moest ook Brugge toegeven in de Vrede van Tours nadat hun bevoorrading was afgesneden. De Duitse troepen, onder leiding van de graaf van Nassau, hadden Damme ingenomen.

In 1492 werd Jan van Coppenhole in Gent op de Vrijdagmarkt onthoofd. Met de Vrede van Kadzand legde ook Gent zich bij de situatie neer. Later dat jaar moest Filips van Kleef zijn laatste bastion, Sluis prijsgeven. Opnieuw werden vergeldingsacties uitgevoerd. Grote schade werd aangericht aan het kasteel van Wijnendale en verschillende gebouwen in Roeselare, een heerlijkheid van de Van Kleefs, werden platgebrand.

Afloop[bewerken]

In 1492 was de opstand volledig de kop ingedrukt en het regentschap overal aanvaard. Met het Verdrag van Damme werd het conflict geregeld; Brugge moest zijn stadswallen afbreken en het hof en alle belangrijke bestuurlijke functies - en daarmee ook de handel - verhuisden naar Gent. Dit was einde van de Brugse bloei. De verdere verzanding van het Zwin en de Tachtigjarige Oorlog in de volgende eeuw zorgden ervoor dat Brugge één van de armste steden van Vlaanderen werd. Volgens de legende zou Maximiliaan de Bruggelingen — nadat zij de hem gunstig gezinde baljuw Pieter Lanchals hadden onthoofd — hebben verplicht ten eeuwigen dage "langhalzen" of zwanen op de reien te onderhouden.

In 1493 beëindigde de Vrede van Senlis het conflict tussen Frankrijk en Maximiliaan.

Nog geen twee jaar later, in 1494 werd Filips de Schone meerderjarig en nam hij zelf de touwtjes in handen. Na de dood van Filips in 1506 werd Maximilaan opnieuw regent voor zijn kleinzoon, de latere keizer Karel V, ditmaal op vraag van de Staten-Generaal. Maximiliaan die ook regeerde over het Heilige Roomse Rijk stelde zijn dochter Margaretha tot landvoogdes aan.

Referenties[bewerken]