Vleeskuiken

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Chinatown, SF grocery store chickens.JPG
Geslachte vleeskuikens
Brahma ross.jpg
Ross haan (links) en Brahma haan (rechts), het Ross vleesras is gefokt o.a. vanuit het Brahma ras. Het fokprogramma was erop gericht een kip met een zo groot mogelijke filet te krijgen, ze worden ook wel dubbelborsten genoemd.
Ross broilers.jpg
Ross vleeskuikens, acht weken en oud slachtrijp

Een vleeskuiken, vleeskip of slachtkuiken is een snelgroeiende kip die speciaal gefokt wordt voor de vleesproductie.

Geschiedenis[bewerken]

Historisch onderscheidt men oude kippenrassen die hoofdzakelijk, of als dubbeldoelkip voor de vleesproductie bestemd waren en de 'broilers', zoals de Ross 308, een industrieel gefokt ras dat eind twintigste eeuw ontstaan is. De gemiddelde vleeskip werd in 2005 als resultaat van kruising en selectie vierhonderd procent zwaarder dan in 1957.[1]

Groei[bewerken]

Vleeskuikens zijn speciaal voor dit doel gekruiste kippenrassen die als eigenschappen een snelle groei en veel borstvlees (kipfilet) hebben. Nadat de bevruchte eieren in de broederij zijn uitgebroed, gaan de jonge kuikentjes, al dan niet gesekst, afhankelijk of de soort makkelijk gesekst kan worden, naar de pluimveehouder. Omdat kuikens de eerste dagen hun lichaamstemperatuur niet op peil kunnen houden worden ze in verwarmde stallen gehouden. Dit verwarmen duurt niet lang, want al snel kan het kuiken wel zijn eigen temperatuur regelen. Vanaf dat moment produceren de dicht opeen gehouden kuikens zelfs zoveel warmte dat er volop geventileerd moet worden om de stal niet te warm te laten worden. De vleeskuikens groeien soms meer dan 60 gram per dag. In een tijd van ongeveer zes weken bereiken ze een gewicht van ca. 2,5 kilogram. Dan worden ze geslacht en als kuikendelen (drumsticks, kipfilet, vleugeltjes) verkocht. Er zijn ook bedrijven die lichtere kuikens afleveren, die als hele kip worden verkocht. Deze worden meestal onder de naam 'haantje' verkocht. Ten onrechte, want hanen en hennen worden meestal niet uit elkaar gehouden.

Kuikens waarvan de voeding voor 20% bestaat uit proteïne waardoor er veel grotere borstfilets ontstaan en die na zes weken geslacht worden noemt men ook wel plofkippen. Een leghen doet ruim 18 weken over hetzelfde groeitraject.

Ouderdieren[bewerken]

De eieren waaruit de vleeskuikentjes komen worden gelegd door vleeskuiken-ouderdieren. Daar ontstaat een gebruikskruising door de vleeskuiken-moederdieren (eigenschappen: een beetje vlezig, grote legsels), te kruisen met de vleeskuiken-vaderdieren (eigenschappen: snelle groei, veel vleesaanzet). Zo zijn er ook vleeskuiken-grootouderdieren die dan weer de eieren leggen waar de vleeskuiken-ouderdieren uit geboren worden.

Kuiken of kip[bewerken]

Piepkuiken is jonge kip of haan van 4 tot 6 weken oud. Ze worden speciaal gekweekt voor het vlees; piepkuiken wordt beschouwd als een delicatesse.[2]

Braadkip is voor het vlees gekweekte hen of haan in de leeftijd van 6 tot 10 weken. Daarmee is de braadkip net iets ouder dan het piepkuiken. Braadkip is de meest verkochte consumentenkip.

Protestacties[bewerken]

Stichting Wakker Dier begon in 2012 een actie tegen de plofkip, waarbij ze bedrijven probeert over te halen om geen vlees van uit hun krachten gegroeide kippen te verkopen maar van rassen die minder snel groeien. Dit betreft onder andere Dr. Oetker, KFC, Subway, Albert Heijn, McDonald's en Domino's Pizza. Sommigen van deze merken stopten met de plofkip. Er zijn door Wakker Dier ook reclamespotjes tegen de plofkip gemaakt, zowel voor de radio als de televisie. In die spotjes worden bedrijven opgeroepen geen plofkip te gebruiken voor hun producten en in sommige spotjes wordt gezegd welke merken daarmee gestopt zijn. De term plofkip is bedacht door voedseljournalist Wouter Klootwijk.[3] De lezers van het tijdschrift Onze Taal hebben 'plofkip' gekozen tot woord van het jaar 2012. Het woord kreeg 44 procent van de stemmen [4].

Naar aanleiding van de protesten om de plofkip werd geopperd dat de plofkip het milieu minder zou belasten dan zijn minder snel groeiende equivalenten.[5] De bewering wordt echter betwist.[6]