Volksmuziek in Nederland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

Volksmuziek in Nederland kan men op twee manieren interpreteren: als volksmuziek afkomstig uit Nederland en als volksmuziek zoals die in Nederland beoefend wordt (waaronder allerlei buitenlandse volksmuziek). In beide gevallen bestaat er een stevige band met de bijbehorende dans.

Nederlandse volksmuziek[bewerken]

De Nederlandse volksmuziek is vanwege de positie van Nederland als handelsnatie en de ligging aan grote rivieren en de Noordzee sterk beïnvloed door de muziek uit omringende en overzeese landen als het Verenigd Koninkrijk. Karakteristieken komen dan ook grotendeels overeen met die van de volksmuziek uit Duitsland, Frankrijk en Engeland.

Van oudsher werd volksmuziek in Nederland gespeeld op instrumenten als viool, fluit, doedelzak, draailier, foekepot en wat slagwerk. Na de uitvinding van de trekharmonica en de daaruit ontwikkelde accordeon heeft de laatste een hoofdrol toebedeeld gekregen (en niet alleen in Nederland).

Buitenlandse volksmuziek / Wereldmuziek[bewerken]

Door immigratie kent Nederland ook stijlen als Tango, Fado, Klezmer, en Afrikaanse percussie.

In de jaren 60 van de twintigste eeuw ontstond in Engeland, Schotland en iets later in Ierland een grote belangstelling voor de wederopbloei van de traditionele volksmuziek. Dit had ten gevolg dat er bands en groepen samengesteld werden, zoals in Ierland de beroemd geworden The Chieftains, The Fureys, Planxty, Patrick Street en De Dannan. Ook in andere Engelssprekende landen werd deze belangstelling groot evenals in Nederland, waar vrij veel muzikanten ook met de zogenaamde Keltische muziek begonnen.

Ook volkmuziek van Nederlandse oorsprong heeft kort in de belangstelling gestaan. In de tweede helft van de jaren 70 ontwikkelden bands als Fungus en Wolverlei een repertoire dat volledig bestond uit vanuit de traditie overgeleverde Nederlandse liederen en melodieën. Het geluidsarchief van het radioprogramma 'Onder de Groene Linde' diende hierbij als voornaamste bron. In het begin van de jaren 80 is deze ontwikkeling tot staan genomen en vervolgens grotendeels verdwenen.

Zie ook[bewerken]