Vrede van Brest-Litovsk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vrede van Brest-Litovsk
Бре́стский мир of Брест-Лито́вский (Брестский) мирный догово́р
Friedensvertrag von Brest-Litowsk
De eerste twee bladzijden van het verdrag
De eerste twee bladzijden van het verdrag
Verdragstype vredesverdrag
Ondertekend 3 maart 1918 in Brest-Litovsk
Partijen Vlag van Bulgarije Bulgarije
Vlag van Duitse Keizerrijk Duitse Rijk
Vlag van Oostenrijk-Hongarije Oostenrijk-Hongarije
Vlag van Ottomaanse Rijk Ottomaanse Rijk
Flag of Russian SFSR.svg RSFSR
Status Nietig verklaard door het Verdrag van Versailles (1919)
Talen Bulgaars, Duits, Hongaars, Osmaans, Russisch
Portaal  Portaalicoon   Politiek
De ondertekening van het verdrag met links de Duitse afgevaardigden onder leiding van de opperbevelhebber van het Oostfront maarschalk Leopold Prins van Beieren. Rechts de afgevaardigden van de pas opgerichte Sovjet-unie
Afgesproken grenswijzigingen volgens het verdrag

De Vrede van Brest-Litovsk (Russisch: Бре́стский мир of Брест-Лито́вский (Брестский) мирный догово́р, Duits: Friedensvertrag von Brest-Litowsk) is een vredesverdrag dat op 3 maart 1918 ondertekend werd in het fort van Brest-Litovsk.

Tijdens deze overeenkomst sloten de Russische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek (de communistisch-Russische staat na de val van de Voorlopige Regering) aan de ene zijde en het Duitse Rijk, Oostenrijk-Hongarije, Bulgarije en het Ottomaanse Rijk (gezamenlijk aangeduid als de Centrale mogendheden) aan de andere zijde vrede na de machtsovername door de bolsjewieken. Dit betekende het einde van de deelname aan de Eerste Wereldoorlog voor de bolsjewistische RSFSR. De RSFSR sloot deze vrede tot grote woede van zijn voormalige bondgenoten. Leon Trotski, die namens de RSFSR mee onderhandelde, kreeg van Vladimir Lenin de opdracht over de hele lijn toe te geven. Lenin wilde de Eerste Wereldoorlog zo snel mogelijk beëindigen en de socialistische revolutie veiligstellen: volgens (zijn interpretatie van) Marx' leer zou de revolutie zich spoedig uitbreiden naar de geïndustrialiseerde landen, en dan zou het te sluiten verdrag niet meer ter zake doen. Uiteindelijk werden grote stukken land en kapitaal aan Duitsland afgestaan. Duitsland werd voortaan beschermd door een keten van satellietstaten in het oosten. Deze staten, de Baltische staten, Finland, Polen en Oekraïne wat de belangrijkste was, waren economisch van Duitsland afhankelijk en met Rusland verplicht tot leveranties van grondstoffen aan Duitsland. Met dit verdrag verloor Rusland 34% van haar bevolking (55 miljoen mensen), 32% van haar landbouwgrond, 54% van industrieondernemingen en 89% van kolenmijnen.[1]

Voor Duitsland betekende dit verdrag het einde van de tweefrontenoorlog. Manschappen kwamen vrij, zodat Duitsland in de zomer van 1918 de Kaiserschlacht kon inzetten tegen de westelijke geallieerden. Voor de Russische communisten was dit een bittere pil. Lenin en Trotski betoogden echter dat anders "de revolutie ten onder zou gaan in een vloed van Duitse legers"; zou de revolutie in Rusland eenmaal veiliggesteld zijn, dan zou die zich onherroepelijk uitbreiden over de rest van Europa.

De geallieerden bleven dit de communisten kwalijk nemen en zagen bovendien deze "ideologie van de wereldrevolutie" als uiterst gevaarlijk. In de daaropvolgende jaren zouden zij trachten de communisten ten val te brengen door de witten in de Russische Burgeroorlog te steunen.

Het Verdrag van Versailles (1919) onderkende de machtspositie die Duitsland op deze manier kreeg en verklaarde het Verdrag van Brest-Litovsk nietig.

Interne conflict binnen de Russische zijde[bewerken]

Lenin en Trotski wilden de onderhandelingen vertragen zodat de wapenstilstand langer van toepassing bleef. Nabij kerstmis van 1917 werden de Centralen woedend op de vertragingen. De Centralen eisten afscheiding van Polen en de Duitse annexatie van Litouwen. Bij de vergaderingen van het bolsjewistische partijbestuur op 8 januari en 11 januari stonden drie kampen tegenover elkaar. De kamp rond Nikolaj Boecharin met zijn plan voor een guerrillaoorlog tegen de Centralen kreeg steun van 32 leden op een totaal van 63. De kamp van Trotski bestond uit 16 leden met de leuze “noch oorlog, noch vrede”, wat inhield dat de Russische delegatie eenzijdig zou beweren dat de oorlog was geëindigd, maar tegelijkertijd weigerde om het vredesverdrag – met de geëiste annexaties door Duitsland – te ondertekenen. Lenin en zijn veertien medestanders wilden de ondertekening van het verdrag. De fractie van Trotski en de fractie van Lenin werkten samen om het plan van Boecharin tegen te houden door dat de fractie van Lenin het plan van Trotski steunde. Trotski wist hiermee nog drie weken de onderhandelingen te rekken.[2]

Op 9 februari stuurde de Duitse keizer een telegram waarin geëist werd dat de volgende dag het vredesverdrag ondertekend moest worden door de communisten. De volgende dag weigerde Trotski om het verdrag te ondertekenen. Op 16 februari verklaarden de Centralen dat op 18 februari de wapenstilstand zou eindigen. Op 17 februari kwam het centraal comité van de bolsjewistische communisten bijeen, waarbij veel bestuursleden afwezig waren. Lenin stelde voor om het vredesverdrag te ondertekenen, maar dit werd afgewezen met vijf stemmen voor ondertekening en zes stemmen tegen ondertekening. Op 18 februari begon de Duitse opmars. Bij de vergadering in de ochtend van 18 februari bracht Lenin weer een resolutie in om het verdrag te ondertekenen, maar Lenin kreeg geen meerderheid. Bij de stemronde van middag kreeg Lenin de meerderheid om het verdrag te ondertekenen met zeven stemmen voor en vijf stemmen tegen door dat Trotski naar de fractie van Lenin was overgestapt. Lenin stuurde een telegram naar Berlijn met de opmerking dat het verdrag werd aanvaard, maar de Duitsers lieten een aantal dagen niks van zich horen en bleven doorgaan met het offensief. Op 23 februari stuurde de Duitsers een telegram en gaven aan dat ze strengere eisen hadden. Tussen 18 en 23 februari was het front ongeveer 250 kilometer opgeschoven door het Duitse offensief. De Duitsers eisten dat zij de gebieden die ze hadden veroverd zouden behouden en dat Oekraïne en de Baltische Staten onder Duits invloed zouden komen. Lenin wilde deze eisen inwilligen, maar stuitte op verzet uit het communistische centraal comité. Lenin dreigde om af te treden als het vredesverdrag niet zou worden ondertekend. Daardoor onthield Trotski en een paar andere bestuursleden met stemmen, zodat Lenin de meerderheid kreeg voor ondertekening.[2]

Externe link[bewerken]