Walter Rodney

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Walter Rodney (Georgetown, 23 maart 1942 - 13 juni 1980) was een prominent historicus en politieke activist uit Guyana.

Biografie[bewerken]

Rodney werd geboren in een familie uit de arbeidersklasse in de hoofdstad van Guyana, Georgetown. Guyana was toen nog een Britse kolonie, genaamd Brits-Guiana.

Rodney was een goede student, en verkreeg zo meerdere beurzen, eerst voor de Queen’s College in Guyana, en later voor de University of the West Indies (UWI), te Jamaica, waar hij in 1963 afstudeerde. Hij haalde zijn doctoraal in 1966 aan de School of Oriental and African Studies in Londen, Engeland. Zijn proefschrift ging over de slavenhandel aan de Bovenkust van Guinea, getiteld ‘A history of the Upper Guinea Coast, 1545-1800’.

Hij reisde veel buiten Guyana in deze periode, maar bleef de ontwikkelingen in Guyana volgen. Reeds voor de onafhankelijkheid van Groot-Brittannië in 1966 ontstonden er lokale politieke partijen, die vooral een raciale tweedeling volgden: er ontstond zo een scheiding tussen Guyanezen van Afrikaanse afkomst (vooral de People’s National Congress steunend) en Guyanezen van Indiase afkomst (vooral de People’s Progressive Party steunend). Deze tweedeling leidde bij vlagen ook tot conflicten en geweld tussen de twee etnische groepen.

Uiteindelijk won de Afro-Guyanese Forbes Burnham en deze begon een regering met dictatoriale kenmerken vanaf 1964.

Ideeën en activiteiten[bewerken]

Rodneys interesses waren breder, en hij was kritisch over de rol van de middenklasse na de onafhankelijkheid in Caraïbische landen, alsmede over het kapitalisme als onderdrukker van de werkende klasse en armen in de samenleving. Hij streefde meer naar een socialistische ontwikkeling.

Na het behalen van zijn doctoraal in 1966 vertrok Rodney bovendien een periode naar Afrika, namelijk Tanzania, dat toen net onafhankelijk was, en gaf les aan de University of Dar-Es-Salaam.

In 1968 keerde Rodney terug naar het Caraïbisch gebied, en gaf les aan de University of the West Indies (Mona), in Jamaica. Hier werd hij beïnvloed door Black Power en streed verder voor de arme werkenden in het gebied, en zocht onder meer een relatie met de Rastafari, gericht op revolutionaire veranderingen. Dit politiek activisme leidde uiteindelijk tot tegenwerking van hem door de Jamaicaanse regering. Gebruik makend van zijn tijdelijke vertrek naar Canada voor een conferentie in 1968, werd Rodney door de Jamaicaanse regering onder Hugh Shearer de toegang tot Jamaica ontzegd. Dit leidde tot de zogenaamde “Rodney rellen” in Jamaica.

Rodney vertrok toen eerst naar Cuba, en vervolgens weer naar Tanzania, waar hij de komende 6 jaar woonachtig was. Tijdens deze tweede periode in Afrika schreef Rodney zijn meest radicale en invloedrijke werk: ‘How Europe underdeveloped Africa’ (1972), over hoe internationaal kapitalisme vanuit Europa historisch het Afrikaanse continent verarmden.

Uiteindelijk keerde hij terug naar Guyana, waar hem eerst een positie als hoogleraar Geschiedenis aan de Universiteit van Guyana was geboden, maar dit werd later geblokkeerd door de universiteitsraad. Evenwel keerde hij terug naar Guyana in 1974. Daar ging hij verder met les geven en onderzoek, maar vooral ook met politieke activiteiten. Zo werd hij lid van de politieke partij de Working People’s Alliance, die de raciale tweedeling in Guyana wilde doorbreken, terwijl het opkwam voor de armen in het land. Zo verwierf hij veel aanhangers, maar riep ook de tegenstand op van hen die hun macht baseerden op de raciale tweedeling.

13 juni van 1980, terwijl hij meedeed aan de verkiezingen, werd Rodney vermoord door een bom die ontplofte in zijn auto, verstopt in een walkie-talkie. Deze was hem volgens bronnen gegeven door een Guyanese soldaat.

Bron[bewerken]

Dit artikel is voor een groot deel ontleend aan het artikel over Walter Rodney op de Engelstalige Wikipedia.