Wet op de Raad van State

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zie artikel Dit artikel gaat over de Nederlandse wetgeving. Voor de Belgische wetgeving, zie wetten op de Raad van State.
Wet op de Raad van State
Citeertitel Wet op de Raad van State
Titel Wet van 9 maart 1962, op de Raad van State
Afkorting RvS
Wet RvS
Soort regeling Wet in formele zin
Toepassingsgebied Vlag van Nederland Nederland[1]
Rechtsgebied staatsrecht, bestuursrecht
Status geldend
Grondslag geen
Goedkeuring en inwerkingtreding
Ingediend op 28 november 1958
Ondertekend op 9 maart 1962
Gepubliceerd in Stb. 1962, 88
In werking getreden op 16 april 1962
Geschiedenis
Wijzigingen Externe lijst
Lees online
Wet op de Raad van State
Portaal  Portaalicoon   Mens & maatschappij

De Wet op de Raad van State is een wet in formele zin die de inrichting, de samenstelling en de bevoegdheid van de Nederlandse Raad van State regelt. De eerste Nederlandse Wet op de Raad van State dateert van 21 december 1861, maar werd op 9 maart 1962 vervangen door de huidige wet, die sedertdien verschillende wijzigingen onderging.

Grondslag[bewerken | brontekst bewerken]

De Wet op de Raad van State vindt haar constitutionele grondslag in artikel 75 van de Nederlandse Grondwet:

  1. De wet regelt de inrichting, samenstelling en bevoegdheid van de Raad van State.
  2. Bij de wet kunnen aan de Raad of een afdeling van de Raad ook andere taken worden opgedragen.

Inhoud[bewerken | brontekst bewerken]

De Wet op de Raad van State is ingedeeld in drie hoofdstukken:

Hoofdstuk I. De Raad van State in het algemeen

Dit hoofdstuk regelt de samenstelling van de Raad van State, alsmede zijn bevoegdheden zoals de advisering aan de Kroon[2], de advisering aan de Tweede Kamer[3] en de waarneming van het koninklijk gezag[4].

Hoofdstuk II. De Afdeling bestuursrechtspraak

Dit hoofdstuk regelt de samenstelling en de werkwijze van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hierbij wordt ook verwezen naar hoofdstuk 8 van de Algemene Wet Bestuursrecht.

Hoofdstuk III. Slotbepalingen

Het laatste hoofdstuk regelt onder andere de politieke onschendbaarheid van leden van de Raad van State.