William Averell Harriman
Er wordt getwijfeld aan de juistheid van een of meer onderdelen van dit artikel.
Raadpleeg de bijbehorende overlegpagina en pas na controle desgewenst het artikel aan.
Opgegeven reden: Dit artikel steunt op dubieuze bronnen, in de eerste plaats de complotdenker Anthony C. Sutton, die bekend staat als hoogst speculatief en onnauwkeurig. (sjabloon geplaatst op 14 juli 2026)
| William Averell Harriman | ||||
|---|---|---|---|---|
| Algemeen | ||||
| Volledige naam | William Averell Harriman | |||
| Geboortedatum | 15 november 1891 | |||
| Geboorteplaats | New York | |||
| Overlijdensdatum | 26 juli 1986 | |||
| Land | Verenigde Staten | |||
| Partij | Democratische Partij | |||
| Handtekening | ||||
| ||||
William Averell Harriman (New York, 15 november 1891 – Yorktown Heights, 26 juli 1986) was een Amerikaans politicus, ondernemer en diplomaat. Hij was lid van de Democratische Partij en werd gouverneur van New York (1954-1958). Hij was de zoon van spoorwegmagnaat E.H. Harriman, die spoorwegen in het Russische rijk had willen aanleggen, maar tegenwerking van de tsaar ondervond. In 1924 stichtte hij UBC (Union Banking Corporation), een dochteronderneming van de Bank voor Handel en Scheepvaart in Rotterdam, voor Fritz Thyssen, hoofdsponsor van Adolf Hitler en diens NSDAP.[1] Medeoprichter van UBC was boner Prescott Bush, grootvader van de 43e Amerikaanse president en boner George W. Bush.[2][3] In 1925 leaste hij mangaanmijnen in sovjet Georgië. Met onder meer UBC, CSSC (Consolidated Silesian Steel Company,[4] de mangaanmijnen en IBC (International Barnsdall Corporation) ondersteunde hij de opbouw van twee nieuwe rijken (Duitse Derde Reich[5] en Sovjet-Unie[6]). Als Speciaal Vertegenwoordiger van president Rooosevelt verzorgde hij tijdens WOII een grootschalig hulpprogramma aan de Sovjet-Unie[7] Met collega's van Yale en Skull & Bones ('brotherhood of death') richtte hij in 1931 BBH (Brown Brothers Harriman & Co.) op. Van 1943 tot 1946 was hij ambassadeur in de Sovjet-Unie, van april tot oktober 1946 ambassadeur in het Verenigd Koninkrijk. Van 1946 tot 1948 was hij minister van Handel (Secretary of Commerce) onder president Harry S. Truman. Na de oorlog werd hij prominent voorstander van George F. Kennans Containmentpolitiek (indammingspolitiek) tegen de Sovjet-Unie. Van 1948 tot 1950 zag hij toe op de Marshallhulp voor Europa, toen Europa door WOII verwoest was. Van 1954 tot 1958 was hij gouverneur van de staat New York. Hij was nauw betrokken bij de Vietnamoorlog tijdens de regering van Lyndon B. Johnson.[8] Nadat Johnson in 1969 opstapte, sloot Harriman zich aan bij verschillende organisaties, waaronder de Club van Rome en de Council on Foreign Relations.
Levensloop
[bewerken | brontekst bewerken]
Harriman was een zoon van spoorwegondernemer Edward Henry Harriman en Mary Williamson Harriman, dochter van een bankier en railroad president in New York. E.H. Harriman van de Union Pacific Railroad betaalde de posse om de treinrovers Butch Cassidy en Sundance Kid op te sporen en te doden (genoemd in Butch Cassidy and the Sundance Kid, film uit 1969).

In de Dictionary of American Biography worden dubieuze financiële activiteiten van Edward Harriman vermeld, die werden onderzocht door de Interstate Commerce Commission.[9] Edward Harriman vormde in 1904 een syndicaat om een spoortunnel onder de Beringstraat aan te leggen[10] Deze spoortunnel zou de Trans-Siberische met het Amerikaans-Canadese systeem verbinden. In het plan waren een 99 jaar lease en rechten op mineralen opgenomen. Het budget was geschat op $ 300 miljoen, achter Harriman stonden John D. Rockefeller en Jacob Schiff. Wegens wantrouwen in tsaristisch Sint Petersburg, het plan zou meer concessies afdwingen en Siberië zou overspoeld worden met Amerikaanse producten en kapitaal, ging het plan niet door.[11] Harriman en vrienden kwamen met een nieuw plan van een Chinese overname van de door Rusland en Japan beheerde spoorwegen in Mantsjoerije, als nieuwe springplank voor de 'Yankee penetratie van Siberië'. St. Petersburg en Tokyo blokkeerden in 1910 dit plan.[12] Velen in Wall Street zagen deze obstructies als typisch ouderwets en kleingeestig denken van het tsarististische regime en er moest iets veranderen.[13]

Averell had drie oudere zusters, Mary Harriman Rumsey (1881-1934), Cornelia Harriman Gerry (1884-1966), Carol A. Harriman, een overleden oudere broer, Henry Neilson Harriman (1883-1888) en een jongere broer. Averells vier jaar jongere broer was Edward Roland Noel ''Bunny'' Harriman (Roland Harriman, 1895-1978), die ook aan Yale studeerde en in 1917 werd ingewijd in Skull and Bones, of 'Brotherhood of Death'.[14] Mary Williamson Harriman stelde, na het overlijden van haar man in 1909, fondsen beschikbaar voor de ontwikkeling van de controversiële Eugenics Record Office (eugenetica). Ze maakte op aanraden van haar vriend David Starr Jordan, meer dan een half miljoen dollar over naar de ERO, een organisatie met racistisch, onethisch en discriminerend beleid, als verplichte sterilisatie van racially or medically "inferior" people.[15][16] De beruchte "Third International Congress on Eugenetics" werd op 21-23 augustus 1932 gehouden in hetAmerican Museum of Natural History in New York, supervised by de International Federation of Eugenics Organizations (IFEO),[17] opgedragen aan Averell Harrimans moeder. Averells zus Mary was director "Entertainment" van het Congres. Mary Williamson Harriman, Averells moeder, betaalde in 1910 voor de stichting van de 'race-science movement' in Amerika, waarbij Eugenics Record Office (ERO) als tak van de Galton Laboratory in Londen werd opgericht. Met zijn Hamburg-America Line zorgde Averell Harriman er persoonlijk voor dat nazi ideologen, als Dr. Ernst Rüdin, psychiater aan de Kaiser-Wilhelm-Institut für Anthropologie, Menschliche Erblehre und Eugenik in Berlijn, van Duitsland naar New York konden varen voor deze vergadering.[18] De Rockefeller familie betaalde er voor dat Rüdin in Berlijn een hele etage kon inrichten voor zijn eugenetica onderzoek. Tijdens het congres van 1932 werd Rüdin unaniem verkozen tot president van de IFEO, de officiële leider van de wereld eugenetica beweging. Yale-universiteit was in de jaren 1920 en 1930 centrum van American Eugenics Society (AES, 1922-1973).[19]
Edward H. Harrimans bezit was substantieel, geschat tussen de $70 miljoen en $100 miljoen bij zijn overlijden in 1909, waarbij hij vrouw en kinderen goed voorzien achterliet.
Averell bezocht Rusland voor het eerst in 1899, op 7-jarige leeftijd, in het gezelschap van zijn vader, E.H. Harrman, de spoorwegmagnaat.[20] Averell ging naar de Groton Prep(atory) School.


Hij studeerde aan de Yale-universiteit, waar hij zich in 1913 aansloot bij het genootschap Skull and Bones[21] samen met Prescott Bush en bij Psi Upsilon.[22][23] Hier slaagde hij in 1913. In de officiële biografieën wordt er geen melding gemaakt van de orde of de Russell Trust.
Hij trouwde driemaal. Harriman huwde Kitty Lanier Lawrence in 1915. Harriman huwde Marie Norton Whitney in 1930, nadat zij was gescheiden van Cornelius Vanderbilt Whitney, de zoon van Harry Payne Whitney (ingewijd in 1894). Hij huwde Pamela Churchill Hayward in 1971. Zij was eerder getrouwd met Randolph Churchill en Harriman was zo met het Britse establishment verbonden.
Harriman begon zijn loopbaan bij de Union Pacific Railroad Company in 1915. Van 1932 tot 1946 was hij daar voorzitter van de raad van bestuur.
In 1917 organiseerde hij de Merchant Shipbuilding Corporation. Hij nam Roach shipyard in Chester bij Philiadelphia in bezit en begon uit te breiden. In 1922 had Averell Harriman een van de grootste handelsvloten ter wereld.[24] Averell Harriman haalde een groot aandeel van de Duits-Sovjet Derutra shipping company binnen in de jacht op Russische concessies. In Berlijn was Clifford M. Carver de lokale vertegenwoordiger van de Wall street investeringsbank W.A. Harriman & Co. (opgericht in november 1919 door George Herbert Walker, die ook president werd - op 1 mei 1926 werd zijn schoonzoon Prescott Sheldon Bush vice-president - ging op in Brown Brothers, Harriman in 1931). Isaiah Khurgin, een Sovjet boodschapper, die de American Trading Organization (Amtorg) zou opzetten, nam met Clifford contact op. Clifford en Harriman bezorgden Khurgin een Amerikaans visum en hij arriveerde op 1 juni 1923 om Derutra's Amerikaanse kantoor te leiden. Khurgin verdronk op 27 augustus 1925 onder mysterieuze omstandigheden in Long Lake, samen met Efraim Markovich Sklyansky, 'de facto hoofd en coördinator van de campagne van het Rode Leger tijdens de burgeroorlog'.[25] Ze werden 31 augustus in New York City gecremeerd en op 20 september in Moskou begraven.[26]
In 1920 vestigde hij W.A. Harriman Company, met zijn broer Roland als vice-president. Harriman kondigde in 1920 aan de Duitse Hamburg-America Line (Hamburg Amerikanische Packetfahrt Actien Gesellschaft, HAPAG) te herstarten. Gedurende 1920-1940 had de Harriman onderneming de complete controle over alle activiteiten op de Hamburg line in de Verenigde Staten.[27] W.A. Harriman & Co. fuseerde met privébank Morton & Co ( interlocked met de door Morgan beheerde Guaranty trust Co.). In Harrimans shipping front organization[28] American Shipping and Commercial Corporation (United American Lines, UAL) zaten Herbert George Walker en Samuel B. Pryor van Remington Arms in het bestuur.
In 1922 zetten Herbert George Walker en Harriman voor de Berlijnse tak van W.A. Harriman & Co. hun Europese hoofdkwartier op in Berlijn, met Walker als president. In die tijd maakte Harriman kennis met Fritz Thyssen voor wie hij in 1924 UBC in New York oprichtte, om diens belangen in Amerika te behartigen.[29] Thyssen is berucht als hoofdsponsor van Adolf Hitler en diens NSDAP. UBC werd bestuurd door Thyssens Bank voor Handel en Scheepvaart in Rotterdam (opgericht in 1918).[30] Met de hulp van de Warburg Bank in Hamburg, begon W.A. Harriman & Co. een investeringsnet te spreiden over de Duitse industrie en grondstoffen. Ze leidden een selecte groep van Wall Street en speculanten van het Britse Rijk, die de Russische olie industrie herstarten, die stil lag na de Russische Revolutie.[31] In 1923 startte hij Georgian Manganese Company. Mangaan is een essentieel element voor het maken van staal (voor de oorlogsindustrie). Concessies van mangaanmijnen (lease) in Georgië werden onderhandeld met Leon Trotsky, daarna met Feliks Dzerzjinski en in 1925 overeengekomen.
Harriman verkocht UAL (United American Lines of American Shipping and Commercial Corporation) in 1926 aan HAPAG. Hij werd datzelfde jaar Director of Guaranty Trust.
Brown Brothers, Harriman (BBH) en Guaranty Trust Company (GTC)
[bewerken | brontekst bewerken]
De broers William Averell Harriman (Bones 1913) en Roland Harriman (Bones 1917) leenden $4 miljoen aan Knight Woolley (Bones 1917), zodat die hun bank Harriman Brothers & Co. kon leiden.[32] In 1931 fuseerde Harriman Brothers & Co. (1927) met W.A. Harriman & Co. (gesticht in 1919 met financiële hulp van bonesmen als Percy Avery Rockefeller, Bones 1900[33]) en Brown Brothers & Co. (1818), dat ouder was en waarvan de partners, zoals Robert A. Lovett (Bones 1918) en Ellery James (Bones 1917),[34] ook leden waren van de orde. De uitgave van Time van 22 december 1930 kondigde aan dat in de drievoudige fusie zestien partners[35] kenden, waarvan 11 afgestudeerden van Yale.[36] Daarvan waren er acht lid van Skull and Bones.[37]
In de jaren 1970 waren in Brown Brothers Harriman & Co. (BBH) in New York, een van de oudste en grootste private banking firms in de Verenigde Staten, negen van de zesentwintig individuele partners leden van de orde. Prescott Sheldon Bush (ingewijd in 1917), de vader van president George H.W. Bush (ingewijd in 1948) en grootvader van president George W. Bush (ingewijd in 1968), was meer dan 40 jaar een partner in BBH. Naast Averell Harriman, Roland Harriman en Prescott Bush waren partner in BBH: Walter H. Brown (1945), Granger Kent Costikyan (1929),[38] Stephen Young Hord (1921), Robert Abercrombie Lovett (1918),[39][40] John Beckwith Madden (1941) en Knight Woolley[41][42] (1917)[43]
Sovjet-Unie
[bewerken | brontekst bewerken]
In de jaren 1920 deed Harriman zaken met de Sovjets[44] toen dergelijke steun inging tegen de State Department regulations. Harriman was deelgenoot in RUSKOMBANK (Foreign Trade Bank of the USSR), de eerste Sovjet handelsbank, opgericht in 1922. Max May, de vice-president van Guaranty Trust Company (GTC) gesticht in 1864 in New York, gedomineerd door de belangen van Harriman-Morgan, werd de eerste vice-president van RUSKOMBANK in charge of its foreign operations.[45] Kortom, een Amerikaanse bankier onder begeleiding van een lid van de orde had een sleutelpositie in een Sovjet bank. Het bedrijf J.P. Morgan controleerde Guaranty Trust vanaf 1912, toen Averell Harrimans moeder haar 8000 aandelen van de totaal 20.000 uitstaande aandelen aan J.P. Morgan verkocht. Na 1959 ging het bedrijf Morgan Guaranty Trust Company heten. Het originele kapitaal voor Guaranty Trust kwam van de Whitney-, Rockefeller-, Harriman- en Vanderbilt-families, allen vertegenwoordigd in de Orde. Harry Payne Whitney (1894, investeerde $6,918,000 in Guaranty Trust[46]) en zijn vader William Collins Whitney (1863) waren directors van Guaranty Trust, Alfred Gwynne Vanderbilt (1899) vertegenwoordigde de Vanderbilt familie en Percy Avery Rockefeller (1900) zat in het bestuur van zowel W.A. Harriman & Co en Brown Brothers Harriman & Company.[47]

Harrimans adres was Equitable Trust Building, 120 Broadway. Daar waren ook de American International Corporation en Guaranty Securities en de Banker's Club, waar Wall Street bankiers elkaar met de lunch ontmoetten, was in de top van het gebouw. Guaranty Trust was ernaast op 140 Broadway.[48] Ludwig C.A.K. Martens, 'first ambassador of the Soviet Union', eerder vice-president van Weinberg & Posner op 120 Broadway, richtte in maart 1919 het Russian Soviet Government Bureau op in World's Tower Building, op 110 West 40 Street, New York City.[49] Thomas Day Thacher (ingewijd in 1904),[50][51] partner in de Wall Street law firm van Simpson, Thacher & Bartlett, gesticht in 1884 door Thomas Thacher (1850-1919, ingewijd in 1871),[52] zat ook op 120 Broadway en was eveneens een sterk voorstander van open handel met de bolsjewieken.[53] Thacher was in 1917 in Rusland met William Boyce Thompsons Red Cross Mission.[54] Daarna ging Thacher naar Londen om met Lord Northcliffe te spreken over de Revolutie van de bolsjewieken en daarna naar Parijs voor gesprekken met de Franse regering. In Thachers memorandum staat onder meer: "(..) the fullest assistance should be given to the Soviet Government in its efforts to organize a volunteer revolutionary army."[55] Simpson Thacher & Bartlett verzorgden de legale infrastructuur voor de handel tussen de sovjets en de Verenigde Staten. Zo werd oud STB partner Reeve Schley, vice-president van Chase National Bank, voorzitter van de American-Russian Chamber of Commerce, waar ook senior-partner George H. Howard en Averell Harriman van W.A. Harriman & Co. in het bestuur zaten.[56] Harriman en ander Amerikaanse bedrijven hadden juridische en zakelijke expertise nodig van topkantoren als STB in New York voor complexe contracten met de sovjets.
De Sovjet-Unie was zwaar afhankelijk van westerse technologie, zonder was economische groei onmogelijk. Om de Russische fabrieken weer aan de gang te krijgen hadden de Sovjets grondstoffen, technische vaardigheden en working capital nodig, vooral in de olievelden van de Kaukasus. Amerikaanse hulp liep via International Barnsdall Corporation (IBC), in het bezit van Guaranty Trust, Lee, Higginson Company en W.A. Harriman Company. Daarnaast werd mangaanerts opnieuw gewonnen, in 1920 was de productie zero, in 1924 320.000 ton per jaar, door hulp van W.A. Harriman Company en Guaranty Trust en vanaf 1925 de Georgian Manganese Company onder chairman Matthew C. Brush. Brush was ook chairman van IBC.[57] Maar leningen aan de Sovjet-Unie waren in de jaren 1920 in strijd met de Amerikaanse wetgeving. De State Department werd door het Harriman-Guaranty syndicaat niet ingelicht over haar plannen. Een onderzoek naar haar handelen kwam niet van de grond. Tijdens een interview op 22 augustus 1925 voorspelde de Sovjet boodschapper en Harrimans vriend Khurgin een vervijfvoudiging van de winstgevende handel tussen Amerika en de nieuwe Sovjet regering, er zou al meer dan $ 30 miljoen zijn uitgegeven bij Sovjet aankopen in de V.S.,[58] als er Amerikaanse erkenning van het nieuwe regime zou komen.[59] In Moskou was op 25 juni 1925 door Harrimans agent J. Speed Elliot de deal beklonken met Trotsky's Concessions Committee voor een 25 jaar lease op de rijke Chiaturi mangaan mijnen in Sovjet Georgië.[60][61][62] 25% van de Georgian Manganese Co. was Duits kapitaal en Duitse private property owners in that field namen deel in 30% in de royalty's en winsten. Harriman zou de sovjet regering $62,350,000 aan royalties betalen en in twintig jaar $120,000,000 winst maken. 'The manganese now mined by the Company is one of the most important sources of supply for the German steel industry and in addition German industry benefits (..)' (Harriman, memorandum aan de Duitse regering om steun te vragen van het Duitse Ministerie van Buitenlandse Zaken, vóór zijn bezoek aan Moskou in 1926)[63] Harriman had eerder succes gehad met de sovjet regering met de Deruta Corporation van New York (opgezet tussen Harriman, de sovjetregering en de Hamburg-American Lines van Duitsland) en de verkoop van Russische obligaties (bonds) van Duitse bedrijven aan de sovjet regering. De mangaanconcessie was evenwel niet winstgevend, omdat het Duitse bedrijf URT in Nikopol eenzelfde soort concessie had en in 1925 zoveel mangaan produceerde dat de prijs van mangaan daalde en Harriman het niet met winst kon verkopen. Daarom bezocht hij 9 december 1926 Moskou om opnieuw te onderhandelen voor gunstiger voorwaarden. Op 7 juli 1927 werd er een nieuw contract getekend, waarbij de royalties van $3.00 naar $1.50 per ton gingen. Maar dit hielp niet en in 1928 trok Harrimans U.S. staf zich terug van de site. Er werd onderhandeld dat Harriman $3,450,000 aan obligaties kreeg, die in 15 jaar konden worden afgelost om zijn verlies te compenseren (redeemable within 15 years).
Ambassadeur Harriman rapporteerde vanuit Moskou aan de State Department op 30 juni 1944: "Stalin paid tribute to the assistance rendered by the United States to Soviet industry before and during the war. He said that about two-thirds of all the large industrial enterprises in the Soviet Union had been built with United States help or technical assistance."[64] Harriman wist dus in 1944 dat de Sovjet-Unie was opgebouwd door het Westen, maar hij was voor een military build-up of the United States via NAVO, MSA, State Department, buitenlandse politiek etc. Hij was voor meer handel met de Sovet-Unie, waardoor er meer technologie binnenkwam. Dus hij was enerzijds voor een opbouw van Sovjet macht door Westerse technologie te exporteren en anderzijds voor een Westerse defensie tegen diezelfde Sovjet macht.
Union Banking Corporation (UBC) en Hitler Duitsland
[bewerken | brontekst bewerken]Averell en Roland Harriman, Ellery Sedgewick James (1917) en Knight Woolley waren via de Union Banking Corporation (UBC) ondersteuners van Adolf Hitler.[bron?] Via Fritz Thyssens 'Bank voor Handel en Scheepvaart' in Rotterdam, een dochteronderneming van August Thyssen Bank, gesticht in 1918, liepen de grootste fondsen voor Hitler van banken en personen als Harriman, Guaranty Trust, Von Heydt, Carter en meer. De Bank voor Handel en Scheepvaart beheerste de Union Banking Corporation (UBC) in New York. Roland Harriman was een director van UBC, net als Prescott Bush. De UBC was a joint Thyssen-Harriman operation.
UBC was volgens Vestingorder 248, Federal Register (7 november 1942) opgezet met een startkapitaal van $400,000, verdeeld over 4000 aandelen van $100. Roland Harriman, de jongere broer van William Averell Harriman, beheerde daarvan 3991 aandelen, Cornelis Lievense vier en de ander vijf directors, waaronder H.J. Kouwenhoven en J.G. Groeninger hadden elk een aandeel. Op 7 november 1942 werd middels Vestingorder 248 besloten beslag te leggen op UBC wegens handel met de vijand (Trading With The Enemy Act).[65]
Vereinigte Stahlwerke AG (United Steel Works, USW, of German Steel Trust, GST) werd in 1926 opgericht, samen met Upper Silesian Coal and Steel Company (USCSC) onder de supervisie van Fritz Thyssen en Friedrich Flick. Na de fusie in 1931 die BBH (Brown Brothers, Harriman, 59 Wall Street) opleverde, werd er opnieuw een holding company opgericht, The Harriman 15 Corporation en een van de companies held in stock was Consolidated Silesian Steel Company (CSSC) in Pools Silesië, bij de stad Oswiecim. 2/3 van CSSC was in handen van Friedrich Flick, 1/3 was Harrimans eigendom. Er werden enorme winsten gemaakt na Hitlers machtsovername in 1933. De Poolse regering maakte echter bezwaar tegen het beleid van het bedrijf en belastingontduiking, meldde de New York Times op 19 maart 1934. Advocaat John Foster Dulles werd ingeschakeld. Later, in 1939 werd Polen door Hitler ingenomen en verscheen er een concentratiekamp, Auschwitz in de buurt van Oswiecim. CSSC werd overgenomen door Harrimans UBC en werd SAC (Silesian American Corporation). Slaven van Auschwitz werden tewerkgesteld, onder meer in SAC. In november 1942 nam de Amerikaanse regering SAC over[66] en later werden de tegoeden van UBC bevroren. Maar er werden geen directors vervolgd of gevangengezet, om het Amerikaanse moraal niet te schaden.[67] Prescott Bush nam in 1943 ontslag bij UBC en werd chairman van National War Fund. Na het overlijden van Fritz Thyssen op 8 februari 1951 gaf de Alien Property Custodian de tegoeden van UBC weer vrij en droeg ze over aan BBH en kreeg Prescott Bush $1,5 miljoen voor zijn aandeel.[68]
Prominente banken van Wall Street waren volgens de Christian Science Monitor (31 januari 1933, Christian Science) na de machtsovername van de nazi's in 1933 particularly pleased met de terugkeer van Hjalmar Schacht als president van de Reichsbank.[69][noot 1] De New York Herald Tribune publiceerde op 31 juli 1941 een lang artikel (voorpagina, vier kolommen op p. 22) onder de kop: Thyssen Has $3,000,000 Cash in New York Vaults; Union Banking Corp. May Hide Nest Egg for High Nazis He Once Backed van M.J. Racusin, dat ging over UBC en de Rotterdamse BHS.[70]
Dus nazi-Duitsland en sovjet Rusland werden tegelijkertijd door Harriman gesteund.[bron?] Harriman richtte in 1924 voor de Duitse staalmagnaat Fritz Thyssen, Hitlers hoofdsponsor, de UBC op, een 'front' voor de Bank voor Handel en scheepvaart in Rotterdam en leaste in 1925 mangaanmijnen in de sovjetrepubliek Georgië. Mangaan wordt in de industrie gebruikt voor het verbeteren van metaal. Amerikaanse kapitalistische bedrijven hielpen de communistische Sovjet-Unie op te bouwen.[71] Dresser Industries van Henry Neil Mallon (Bones 1917, 1895-1983) bracht hoogwaardige technologie naar de Sovjet-Unie. In 1928 maakte W.A. Harriman & Co. van Dresser Industries een public company met een uitgave van 300.000 aandelen. Prescott Bush hielp de IPO (Initial Public Offering) organiseren en zat 22 jaar als director in het bestuur. Mallon was president en chief executive officer tot zijn pensioen in 1962.[72]
Politieke en diplomatieke loopbaan
[bewerken | brontekst bewerken]
Tijdens de regering van Franklin D. Roosevelt werd hij aangesteld als functionaris voor de National Recovery Administration. In 1934 was Harriman special assistant administrator van Roosevelts National Recovery Act. Het door hem en Vincent Astor in 1932 opgerichte tijdschrift Today fuseerde in 1937 met News-week en werd Newsweek.[73]
Henry L. Stimson (Bones 1888) werd Franklin D. Roosevelts Secretary of War in 1940. Stimsons inner circle of assistent secretarissen waren Robert A. Lovett (Bones 1918), Harvey Hollister Bundy (Bones 1909), John J. McCloy, Robert P. Patterson, George L. Harrison (Bones 1910, van 1928 tot 1940 president van de Federal Reserve Bank van New York). Stimson werd sterk beïnvloed door Averell Harriman, die van 1943 tot 1946 ambassadeur van de Sovjet-Unie was. Stimson gaf Harrison leiding over de atoombom, toen enkel bekend onder codenaam S-I.[74]
Van 1940 tot 1941 diende hij voor de National Defense Advisory Commission en de opvolger ervan, de Office of Production Management. Bij het uitbreken van WOII werd Harriman Roosevelts persoonlijke boodschapper naar Winston Churchill en Jozef Stalin, met als doel een directe band te vestigen tussen de leiders van de tegenstanders van Nazi Duitsland.
In 1941 werd de Leen- en Pachtwet aangenomen die het de Verenigde Staten aan het begin van de Tweede Wereldoorlog mogelijk maakte materiële hulp te bieden aan landen zonder het uitgangspunt van neutraliteit te schenden. In dit kader werd hij door president Roosevelt naar de Sovjet-Unie en het Verenigd Koninkrijk gezonden. De missie in september 1941 naar Moskou om vast te stellen wat Rusland materieel nodig had, werd geleid door Averell Harriman en de Britse mediamagnaat Lord Beaverbrook. Een afspraak zou later worden overeengekomen om hulpgoederen naar de sovjets te sturen.[75] Zonder die Amerikaanse hulpgoederen en $12 miljard aan oorlogsmaterieel (toenmalige prijs) was de Sovjet-Unie de oorlog niet doorgekomen.[76]
Voor de Sovjet-Unie werd Harriman van 1943 tot 1946 ambassadeur.[77] In deze functie had hij geregeld overleg met Jozef Stalin over de Poolcirkelspoorlijn en vertegenwoordigde hij de VS tijdens de Eerste, Tweede, Derde en Vierde Conferentie van Moskou. Harriman was een van de rijkste mannen van de VS en voor de Sovjets vertegenwoordigde hij de Amerikaanse kapitalistische heersende klasse. Nikita Chroesjtsjov vertelde Harriman later: 'We doen graag zaken met jou, want je bent de meester en niet de lakei.' Stalin zag de VS door een marxistisch prisma, die Amerikaanse Big Business zag als de poppenspelers en Amerikaanse politici als de poppen.[78] De Amerikaanse bedoeling bij de conferenties was ook het tekenen van de Declaration of the Four Nations, waarin de League of Nations werd vervangen door de United Nations en vier dominante machten in de wereld de vier permanente leden van de United Nations Security Council zouden zijn: VS, Sovjet-Unie, Groot Brittannië en China. Het verdrag werd 30 oktober 1943 ondertekend.[79]
Vervolgens werd Harriman voor het Verenigd Koninkrijk tot ambassadeur benoemd voor de periode van april tot oktober 1946.
Hierna werd hij benoemd tot minister van handel (Secretary of Commerce) voor de periode van 1946 tot 1948. Van 1948 tot 1950 zag hij toe op de Marshallhulp in Europa, als 'US Special Envoy for the Marshall Plan for the postwar reconstruction of Europe' (US Speciaal Gezant voor het Marshallplan voor de na-oorlogse reconstructie van Europa).
'Ons hele concept van de eenwording van Europa was dat het eerst zou bijdragen aan economische eenwording. Dan hoopten we een economisch-militaire eenheid zeker te stellen en uiteindelijk politieke eenheid.' (uit mondeling interview met Harriman)[80]
Harriman was nu een van de machtigste mannen ter wereld, verantwoordelijk voor het Marshallplan, het $12 biljoen Amerikaanse hulpprogramma om na-oorlogs Europa te reconstrueren.[81]
Robert A. Lovett (Bones 1918), president Harry S. Trumans undersecretary of state, later secretary of defense, wist Truman te overreden Harriman in de regering te betrekken, waarop Truman Harriman aanstelde als special representative van de Economic Cooperation Administration (ECA).[82]
In de lente van 1947 nam Harriman contact op met Thomas McKittrick, oud-president van de BIS (Bank for International Settlements) (BIB), toen vice president van Chase National Bank, om voor de ECA te komen werken.
De BIS was opgericht om de Duitse herstelbetalingen na de verloren WOI af te handelen, maar sinds de vroege jaren 1930 was er niets meer betaald. De BIS had samengewerkt met de nazi's, maar werd na WOII niet opgeheven, al waren het IMF en de World Bank (onder president John McCloy, oud vice president van Chase National en executive director Eugene Black, vice president van Chase National sinds 1933) opgericht om de na-oorlogse wereldeconomie te helpen coördineren. Na WOII had Washington besloten dat de Duitse bussiness elite niet zou worden gestraft. Henry Morgenthau en Harry White, voorstanders van het afschaffen van de BIS, die de grootste bedreiging vormden voor BIS' voortbestaan, werden op een zijspoor gezet.
Zowel McCloy, Black, McKittrick als Harriman hadden uitgebreide voor-oorlogse financiële belangen in nazi Duitsland.[83] W.A. Harriman bank leende samen met Lee, Higginson $20 miljoen aan de Berlijnse CEC (City Electric Company) 'with legal work provided by John Foster Dulles' (Sullivan & Cromwell, Wall Street 48). Harriman zat net als McKittrick in het bestuur van ICC (International Chamber of Commerce). Na 1937 was Thomas Watson, de baas van IBM de president van de Chamber. Watson kreeg in Berlijn het 'Kruis van Verdienste van de Duitse Adelaar' (Merit Cross of the German Eagle) uitgereikt door Hjalmar Schacht, president van de Reichsbank en medeoprichter van de BIS. Schacht had er voor gezorgd dat de Duitse herstelbetalingen stopten. Watsons Hollerith machine was door de nazi's gebruikt om de organisatie van de Holocaust te versnellen.
In de vroege jaren 1920 was Harriman naar Berlijn gereisd en ontmoette er de machtige Duitse industrialist Fritz Thyssen, een van de invloedrijkste sponsors van Hitler tot hij na de Kristallnacht Duitsland ontvluchtte. Thyssen wilde een bank in New York opzetten om zijn belangen in de VS te behartigen. In 1924 zette Harriman voor Thyssen een nieuwe bank op, UBC (Union Banking Corporation), met zeven directeuren, waaronder zijn broer E. Roland Harriman en Prescott Bush. Het was geen gewone bank, maar een facade voor Bank voor Handel en Scheepvaart, in Rotterdam. In 1931 fuseerde W.A. Harriman met Brown Brothers & Co., om Brown Brothers Harriman (BBH) te vormen, met kantoren aan Wall Street 59, een paar deuren van Sullivan and Cromwell vandaan (nummer 48), het advocatenkantoor van de broers Dulles. Allen Dulles werd hoofd van inlichtingendienst OSS, dat later CIA zou worden. De UBC was zeer succesvol. Volgens Amerikaanse onderzoekers kocht UBC tussen 1931 en 1933 meer dan $8 miljoen aan goudwaarde op, waarvan $5 miljoen naar het buitenland werd gestuurd, waarschijnlijk naar Duitsland. Daarom werden op 6 november 1942 alle 4000 aandelen en tegoeden ingenomen door de US Alien Property Custodian (vesting order 248). Maar Harriman, die de wereld afreisde als president Roosevelts speciale gezant om Churchill en Stalin te ontmoeten, kon zijn diplomatieke carrière ongehinderd voortzetten.[84]
De eerste ECA vergadering was op 2 juni 1947 in Parijs. Harriman vertelde twaalf mensen, ondergebracht in de Amerikaanse ambassade, wat onder hun verantwoordelijkheid viel. Ze hadden $5 biljoen te besteden.[85]
Harriman, in 1948 U.S. representative to ECA (European Cooperation Administration), het Amerikaanse herstelprogramma voor Europa, raakte in Parijs bevriend met CIA agent Irving Brown, die anti-communistische unies en organisaties organiseerde.[86]
Toen Defensie minister James Forrestal in 1949 zelfmoord pleegde, namen Harriman en zijn vrouw Marie de zorg voor diens zoon Michael op zich en betaalden voor zijn onderwijs.[87]
In 1950 werd hij benoemd tot speciaal assistent van president Harry S. Truman en in 1951 werd hij benoemd tot directeur van het Mutual Security Agency.
In 1951 was hij U.S. representative at NATO defense meetings en Director of Mutual Security Agency (MSA). In juli 1951 werd Harriman naar Teheran gezonden.
Harriman deed twee maal tevergeefs een gooi naar het kandidaatschap van de Democratische Partij voor het presidentschap: in 1952 en 1956. Wel werd hij van 1954 tot 1958 gekozen tot gouverneur van de staat New York. Jonathan B. Bingham (Bones 1936) was zijn secretaris. Bingham bleef vier jaar bij Harriman en werd later U.S. congressman, state department official en United Nations diplomat.[88]

Na John F. Kennedy's inauguratie, vormde de president een exclusief comité van sovjet experts om hem op de hoogte te houden. Harriman stond niet op de lijst en belde met McGeorge Bundy (Bones 1940), Kennedy's national security adviser. Onmiddellijk werd Harriman uitgenodigd deel te nemen en werd benoemd tot assistent secretaris voor Far Eastern affairs.[89] President John F. Kennedy benoemde hem in 1961 tot ambassador-at-large en als assistent-(onder)minister voor het Verre Oosten (tot 1963). Hij vertegenwoordigde de VS bij de 'vredes'onderhandelingen met Noord-Vietnam in Parijs (1968-69). Hierna ging hij met pensioen, hoewel hij nog wel kleinere diplomatieke taken op zich nam.
In 1974 was hij Chairman Democratic Party Foreign Policy Task Force en in 1975 Limited Partner Brown Brothers, Harriman.
Hij vloog op 91-jarige leeftijd als burger in juni 1983 naar Moskou om als eerste Amerikaan sinds de dood van voorganger Leonid Brezjnev een vertrouwelijk gesprek te hebben met Joeri Andropov.[90][91]
In december 1983 brak Harriman zijn rechterbeen terwijl hij zwom in de zee van Barbados. Hij overleed op 26 juli 1986.
Erkenning
[bewerken | brontekst bewerken]In 1975 werd Harriman onderscheiden met een Sylvanus Thayer Award. In 1983 kende het Franklin and Eleanor Roosevelt Institute hem de Four Freedoms Award toe. Dit was de algemene vrijheidsprijs.
Literatuur
[bewerken | brontekst bewerken]Secundaire bronnen
[bewerken | brontekst bewerken]- Abramson, Rudy (1992). Spanning the Century: The Life of W. Averell Harriman, 1891-1986. William Morrow & Co. ISBN 978-0688043520.
- Bland, Larry I. "Averell Harriman, the Russians and the Origins of the Cold War in Europe, 1943–45." Australian Journal of Politics and History 1977 23(3): 403–416, ISSN 0004-9522
- Chandler, Harriette L. "The Transition to Cold Warrior: the Evolution of W. Averell Harriman's Assessment of the U.S.S.R.'s Polish Policy, October 1943 Warsaw Uprising." Sjabloon:Webarchive East European Quarterly 1976 10(2): 229–245, ISSN 0012-8449.
- Clemens, Diane S. "Averell Harriman, John Deane, the Joint Chiefs of Staff, and the 'Reversal of Co-operation' with the Soviet Union in April 1945." International History Review 1992 14(2): 277–306, ISSN 0707-5332.
- Isaacson, Walter & Evan Thomas (1986) The Wise Men: Six Friends and the World They Made, over Harriman, Dean Acheson, George Kennan, John J. McCloy, Charles E. Bohlen en Robert A. Lovett.
- Langer, John Daniel. "The Harriman-Beaverbrook Mission and the Debate over Unconditional Aid for the Soviet Union, 1941." Journal of Contemporary History 1979 14(3): 463–482, ISSN 0022-0094.
- Adam Lebor, Tower of Basel (2013), hoofdstuk 9 United States to Europe: Unite, or else, p. 137-146, Public Affairs, New York, ISBN 978-1-61039-381-2
- Moynihan, Daniel Patrick; Wilson, James Q. "Patronage in New York State, 1955–1959." American Political Science Review 1964 58(2): 286–301, ISSN 0003-0554.
- Paterson, Thomas G. "The Abortive American Loan to Russia and the Origins of the Cold War, 1943–1946." Journal of American History 1969 56(1): 70–92, ISSN 0021-8723.
- Alexandra Robbins, Secrets of the Tomb; Skull and Bones, The Ivy League, and the Hidden Paths of Power, (2002, 2003), Little, Brown and Company, ISBN 0-316-73561-2
- R.L. Jr. Robert, W. Averell Harriman, An American Life
- Rosenberg, E.S., Spreading the American Dream: American Economic and Cultural Expansion, 1890-1945
- Murray N. Rottebard, Wall Street, Banks and American Foreign Policy
- Spence, R.B., Wall Street and the Russian Revolution, 1905-1925 (2017), p. 23, 238 noot 72, 240-249, Trine Day LLC, ISBN 978-1-63424-123-6, Wall Street and the Russian Revolution 1905-1925 (2017), archive.org
- Sutton, A. (1983), America's Secret Establishment, An Introduction of the Order of Skull & Bones, America's Secret Establishment, An Introduction of the Order of Skull & Bones, 2002, archive.org
Primaire bronnen
[bewerken | brontekst bewerken]- W. Averell Harriman. America and Russia in a changing world: A half century of personal observation (1971)
- W. Averell Harriman. Public papers of Averell Harriman, fifty-second governor of the state of New York, 1955–1959 (1960)
- Harriman, W. Averell and Abel, Elie. Special Envoy to Churchill and Stalin, 1941–1946. (1975). 595 pp.
Externe link
[bewerken | brontekst bewerken]- Maart 1999 stond er een documentaire op het programma van de Nederlandse televisie bij de EO op Ned. 1, die op het laatste moment werd teruggetrokken en in gecensureerde vorm op een vrijdagmiddag in 2001 werd uitgezonden. Het betreft een documentaire van Daniël de Wit en Helmut Schleppi, Achter de schermen van de macht of The Deep State, over Skull and Bones, bonesman William Averell Harriman, de Bank voor Handel en Scheepvaart (BHS), Union Banking Corporation (UBC) en bonesmen George H.W. Bush en George W. Bush. Skull and Bones Documentary, Dailymotion
Voetnoten
- ↑ Christian Science werd in 1925 de religie van de 'Milner Group' volgens Carroll Quigleys The Anglo-American Establishment, From Rhodes to Cliveden (1949, 1981), p. 70
Bronnen
- Encyclopedia Britannica, biografie
- Notable Names Database, biografiekaart
- Find a Grave, biografie
- ↑ Union Banking Corporation, Britannica
- ↑ Documents: Bush's Grandfather Directed Bank Tied to Man Who Funded Hitler, Fox News, 17 oktober 2003
- ↑ How Bush's grandfather helped Hitler's rise to power, The Guardian, 26 september 2004
- ↑ Doing Business With Hitler, Jewish Currents, Dusty Sklar, 11 februari 2016, nav Jane Mayer, Dark Money: The Hidden History of the Billionaires Behind the Rise of the Radical Right (2016), zie Union Banking Corporation: 'Union Banking Corporation: While Prescott Bush (..), father of the elder President George Bush, was its director, the Union Banking Corporation represented the interests of the German industrialist, Fritz Thyssen, in the 1930s. Bush was also linked to the Consolidated Silesian Steel Company, on the German-Polish border, which used slave labor from the concentration camps.' En tenslotte 'When the full horror of the Holocaust was revealed, how disturbed were these corporations and individuals? After the war, they concocted myths of innocence, and the country was only too happy to believe them. But without the complicity of American corporations, Hitler would not have been as hellishly effective as he was.'
- ↑ W. Averell Harriman, Britannica, 'During this period [1932-46] he was affiliated with the investment bank Brown Brothers Harriman and helped establish the Union Banking Corporation (UBC), both of which were enmeshed with the financial interests of German industrialist Fritz Thyssen, who helped fund the rise of the Nazi Party. Despite the release of documents in the early 21st century that confirmed that UBC’s holdings were vested by the U.S. government in 1942, the nature of Harriman’s involvement with prewar and early wartime German business enterprises remained the subject of conjecture.'
- ↑ How America Helped Build Soviet Machine, American Heritage, Thomas P. Hughes, december 1988, 'V. I. Lenin, Leon Trotsky, and Joseph Stalin all opted for technological America. One of the momentous and almost forgotten chapters of modern history concerns the Bolsheviks’ fierce determination between the two world wars to adopt the industrial legacy of the United States (..) Likewise, many Americans do not know about one of the most remarkable episodes of technology transfer in history. The American engineers, architects, and industrialists who helped build the productive base of communist Russia swept the record under the rug. (..) Stalin summarized the Soviet celebration of American technology and management in 1924: “The combination of the Russian revolutionary sweep with American efficiency is the essence of Leninism.” (..) under the New Economic Policy, Western manufacturers were allowed to establish and operate plants in the Soviet Union. During the First Five-Year Plan, the Soviets turned to the outright purchase and import of foreign production plants. Foreign experts, especially American, supervising Soviet workers and engineers, set these plants into operation and then turned them over to Soviet managers (..) The large-scale transfer of technology that followed was the most intense in history, and it should be recognized as a major chapter in the Soviet past. (..) In the United States, Cooper was a backer of Soviet-American relations before his country formally recognized the Soviets. He headed the American-Russian Chamber of Commerce, whose directors came from leading American corporations eager for business. Among those represented in 1932 were International General Electric, Westinghouse Electric International, General Motors, W. Averell Harriman & Company, and the Chase National Bank. (..) During World War II, the Soviets leaned heavily on the massive systems of production that had been established with American aid, and production was supplemented by lend-lease equipment from the Allies.'
- ↑ Historical Documents, The President’s Special Representative (Harriman) to President Roosevelt, 29 oktober 1941, het document gaat over het sturen van 200 vliegtuigen/maand, 250 tanks/maand, 152 anti-aircraft guns, 756 anti-tank guns met ammunitie, grondstoffen twv $270 miljoen, medische middelen twv $15 miljoen, 200.000 ton graan/maand, 70.000 ton suiker/maand en 20.000 ton olieolie voor transport. 270.000 ton/maand kan geleverd worden via Archangelsk, 244.000 ton via Vladivostok en 6000 ton via de Perzische Golf.
- ↑ , The 'most distinguished envoy of peace': Averell Harriman and the Vietnam War in the Johnson Years, knowledge.lancashire, The International History Review, Jonathan Colman, University of Central Lancashire, Preston, England
- ↑ Gustavus Myers History Of The Great American Fortunes(1937), p. 500: The 1904 ICC report stated: "It was admitted by Mr. Harriman that there was about $60 million of stock and liabilities issued, against which no property had been acquired and this is undoubtedly an accurate estimate." Biograaf George Kennan schrijft in E.H. Harriman: A Biography (1922), p.192, hoe Harriman reageerde op president Theodoor Roosevelts plea voor $250,000 voor de Republican National Committee. George Kennan die naast biograaf van Harriman ook in de Dean Acheson State Department actief was, schreef ook het National Security Council document 68. De Dictionary of American Biography schrijft dat Harriman schuldig was aan 'a combination in restraint of trade (1904 Northern Securities case), that his dubious financial activities netted him $60 million in a manner which led to the investigation by the Interstate Commerce Commission'.
- ↑ Lebedev, V.V., Russko-Amerikanskie ekonomicheskie otnoshenie, 1900-1917, p. 94-109, aangehaald in Wall Street and the Russian Revolution, 1905-1925 (2017), Richard B. Spence, p. 23
- ↑ For Bering Strait Bridge, New York Times (1 aug. 1906)
- ↑ Owen, G.L., The Betterment of Man: a Rational History of Western Civilization (1974), New York: Capricorn Books
- ↑ Spence, R.B., Wall Street and the Russian Revolution, 1905-1925 (2017), p. 23
- ↑ Phillips, Kevin (2004). American dynasty: aristocracy, fortune, and the politics of deceit in the house of Bush. Penguin. ISBN 9781101200803. Geraadpleegd op 15 juli 2026.
- ↑ Okrent, Daniel, The Guarded Gate: Bigotry, Eugenics and the Law That Kept Two Generations of Jews, Italians, and Other European Immigrants Out of America (2019)
- ↑ Miller, Lulu (2020). Why Fish Don’t Exist: A Story of Loss, Love, and the Hidden Order of Life. Simon & Schuster, New York. ISBN 9781501160271.
- ↑ A Decade of Progress in Eugenics: Scientific Papers of the Third International Congress of Eugenics held at the American Museum of Natural History New York, aug. 21-23, 1932. (Baltimore: Williams & Wilkins Company, Sept., 1934
- ↑ Averell Harriman to Dr. Charles B. Davenport, January 21, 1932, President, The International Congress of Eugenics, Cold Spring Harbor, L.I., N.Y.: 'Dear Dr. Davenport: I will be only too glad to put you in touch with the Hamburg-American Line...they may be able to co-operate in making suggestions which will keep the expenses to a minimum.' Congressional hearings in 1934 established that Hamburg-Amerika routinely provided free transatlantic passage for those carrying out Nazi propaganda chores. Investigation of Nazi Propaganda Activities and Investigation of Certain Other Propaganda Activities
- ↑ Eugenics and its Afterlives; Yale University was a major site of eugenic organizing & research, antieugenicscollective.org, Anti-Eugenics Collective at Yale (AECY)
- ↑ New York Times, 3 juni 1983, Andropov Meets With Harriman; asks Better Ties
- ↑ Richard B. Spence, p. 238, noot 72: 'I note for the record that Averell Harriman was a Yale man and Skull&Bones member'.
- ↑ Robbins, Alexandra (2002). Secrets of the Tomb: Skull and Bones, the Ivy League, and the Hidden Paths of Power. Boston: Little, Brown, ISBN 0-316-72091-7, p. 127, 150-1
- ↑ Notable Alumni (11 september 2019).
- ↑ The Harrimans-Empire Builders, bbh.com
- ↑ Fel'shtinski, Y., Lenin and His Comrades: The Bolsheviks Take Over Russia, 1917-1924 (2013), New York: Enigma Books, p. 259
- ↑ Richard B. Spence, Wall Street and the Russian Revolution, 1905-1925, The Drowned Commissar, p. 240-249
- ↑ Public statement of Averell Harriman, New York Times, Oct. 6, 1920, p.1
- ↑ W.G. Tarpley, A. Chaitkin, George Bush - The Unauthorized Biography, 1992, Chapter 1, 'W.A. Harriman & Co., of which Walker was president and founder, was merging with the Morton & Co. private bank - and Walker was "prominent in the affairs of Morton & Co.," which was interlocked with the Morgan-controlled Guaranty Trust Co. (..) [Samuel] Pryor, then chairman of the executive committee of Remington Arms, helped arrange the deal and served with Walker on the board of Harriman's shipping front organization, the American Ship and Commerce Co.'
- ↑ Webster Griffin Tarpley, Anton Chaitkin, George Bush - The Unauthorized Biography (1992), ch. 2 Origin And Extent Of The [Hitler] Project, 'Thus by personal agreement between Averell Harriman and Fritz Thyssen in 1922, W.A. Harriman & Co. (alias Union Banking Corporation) would be transferring funds back and forth between New York and the "Thyssen interests" in Germany. By putting up about $400,000, the Harriman organization would be joint owner and manager of Thyssen's banking operations outside of Germany'.
- ↑ Operatie Juliana, NRC, 'In de vorige eeuw had de Duitser August Thyssende grondslag gelegd voor zijn Vereinigte Stahlwerke, een imperium van mijnen, hoogovens en staalfabrieken, met daaraan gekoppeld transport- en toeleveringsbedrijven, rederijen, banken en handelsondernemingen. Tot die laatste categorie hoorde de in 1918 opgerichte Bank voor Handel en Scheepvaart, een dochter van de August Thyssen Bank in Berlijn.
- ↑ W.G. Tarpley, A. Chaitkin, George Bush - The Unauthorized Biography, 1992, Chapter 1, 'With the aid of the Hamburg-based Warburg bank, W.A. Harriman & Co. began spreading an investment net over German industry and raw materials. (..) They led a select group of Wall Street and British Empire speculators who re-started the Russian oil industry, which had been devastated by the Bolshevik Revolution'
- ↑ A. Robbins, Secrets of the Tomb, (2002), p. 166
- ↑ A. Robbins, Secrets of the Tomb (2002), p. 265
- ↑ A. Robbins, ''Secrets of the Tomb (2002), p. 166
- ↑ John Atlee Kouwenhoven (1968). Partners in banking: An historical portrait of a great private bank, Brown Brothers, Harriman & Co., 1818-1968. Doubleday. James Brown, Thatcher M. Brown Sr, Prescott Bush, Louis Curtis, Moreau Delano, John Henry Hammond, E. Roland Harriman, W. Averell Harriman, Robert A. Lovett, Ray Morris, Knight Woolley, Ralph T. Crane, Ellery Sedgwick, James Robert, Charles Denston, Dickey Phillips, Blair Lee Louis Curtis Jr., Lawrence G. Tighe
- ↑ "Business: Brown-Harriman", 22 december 1930. Gearchiveerd op 18 oktober 2007. Geraadpleegd op 17 juli 2026. Time
- ↑ Skull and Bones Membership List (1833-1985). mindfully.org. Gearchiveerd op 4 augustus 2013. Geraadpleegd op 17 juli 2026.
- ↑ Crile, George (1992). The way it was: sex, surgery, treasure, and travel, 1907–1987. Kent State University Press. ISBN 9780873384650. Geraadpleegd op 15 juli 2026.
- ↑ Robbins, Alexandra, Secrets of the Tomb: Skull and Bones, The Ivy League, and the Hidden Paths of Power, p. 184-8
- ↑ Current Biography, 1954, H.W. Wilson Company, page 29.
- ↑ BBH Who We Are
- ↑ Knight Woolley is dead at 88; Longtime Banker on Wall Street
- ↑ Presidents and members of Skull and Bones, Scribd, leden van Skull and Bones op alfabetische volgorde, zie Woolley, Knight (1917)
- ↑ Cold War or détente? The Soviet viewpoint, Georgi Arbatov, Willem Oltmans, 1983, p. 51-2, 'What other American businessmen received concessions from the Soviet government in those early days? - There were quite a few, including the Harriman family. -Did W. Averell Harriman have financial interests in the Soviet Union? -His family firm operated a massive manganese mining concession. (..) In the early twenties, at a time of starvation and great economic strain in our country, about ten thousand Americans came here through the Society for Technical Aid to Soviet Russia. They came to help rebuild our country. (..) The total number of American businessmen that dealt with us at that time reached two thousand. By the early thirties, some forty American companies were operating here, including such giants as the Ford Motor Company and General Electric. Several thousand American workers and specialists were working here. (..) In 1931, no less than 40 percent of the total American export of industrial equipment went to the Soviet Union.'
- ↑ Russian Bank Seeks Connections Here, The New York Times, 12 januari 1923, 'Max May, who for some time was connected with the Guaranty Trust Company in charge of the foreign exchange department, has become associated with the Russian Commercial Bank of Moscow. (..) He has been appointed director of the Russian institution, and also a member of its Board of Directors. (..) When associated with the Guaranty Company, Mr. May held the position of Vice President.'
- ↑ Business & Finance: Gentleman's Estate, TIME
- ↑ Archives Directory for the History of Collecting in America, research.frick.org
- ↑ The Lost Guaranty Trust Company Building - 140 Broadway, T. Miller, 5 juni 2023, geraadpleegd op 15 juli 2026
- ↑ Bolshevik Revolution, Academia.edu, L. Garavaglia, chapter VI The Bolsheviks Return to New York
- ↑ Robbins, Alexandra (2002). Secrets of the Tomb: Skull and Bones, the Ivy League, and the Hidden Paths of Power. Little, Brown, Boston. ISBN 0-316-72091-7. Geraadpleegd op 15 juli 2026., p. 183
- ↑ Fraternity Psi Upsilon, p. 183 van originele document
- ↑ Hill, Edwin Charles (1921). The Historical register illustrated with portrait plates. E.C. Hill, 211. Geraadpleegd op 15 juli 2026. 'In college he had been a member of Delta Kappa, Phi Theta Psi, Psi Upsilon, Brothers in Unity, Skull and Bones, and had won the key of Phi Beta Kappa' (p. 211)
- ↑ Thomas D. Thacher nam deel aan William Boyce Thompsons Rode Kruis 'handels' missie van 1917. Raymond Robins werd leider van de missie na het vertrek van Frank Billings en Thompson. 'Thomas D. Thacher was special assistant to Robins and a lawyer with the high-powered New York firm of Simpson, Thacher & Bartlett. Thacher subsequently became director of the William Boyce Thompson Institute. He also became a passionate advocate of normalized trade with the Bolsheviks.' in Richard B. Spences Wall street and the Russian Revolution, 1905-1925 (2017), p. 170 met referentie Favor Open Trade with Soviet Russia, New York Times (16 Feb. 1919).
- ↑ Thomas D. Thacher, www.justice.gov., Historical Biography, 21st Solicitor General (1930-33), 'After graduating from Yale in 1904 (..) [he] joined his father's practice 'Simpson, Thacher & Bartlett' (..) he worked with the American Red Cross in Russia from 1917-1918.'
- ↑ U.S. State Department Decimal File Microcopy 316, Roll 13, Frame 698
- ↑ Campaign to Revive Trade with Russia, The New York Times, 24 juni 1926
- ↑ Brush Out As Member Of Barnsdall Board, The New York Times, 29 mei 1931
- ↑ American Trade with Soviet Russia, Trenton Evening News (23 aug. 1925), p. 12
- ↑ Lyndon, G.E., Soviet Spending Millions in U.S. for Machinery, Brooklyn Daily Eagle (23 aug. 1925), A-15
- ↑ Fitch, S.D., The Harriman Manganese Concession in the Soviet Union: Lessons for Today, Berkely Journal of International Law, Vol. 9, #1 (1991), p. 209-211, Stephen D. Fitch, The Harriman Manganese Concession in the Soviet Union, Lessons for Today
- ↑ New York Times, 10 juni 1925, Soviet Agrees to 20-Year Concession of Chistouri (Chiatouri) Mines
- ↑ New York Times, 28 november 1925, Manganese Co. Denies Clashes With Soviet
- ↑ The Harriman Manganese Concession in the Soviet Union: Lessons for today, Stephen D. Fitch
- ↑ U.S. State Department Decimal File 033.1161 Johnston Eric/6-3044 Telegram June 30,1944, Historical documents, The Ambassador in the Soviet Union (Harriman) to the Secretary of State , history.state.gov
- ↑ Federal Register, Saturday, November 7, 1942, Vesting Order Number 248
- ↑ The Role of Big Business in the Holocaust, Cetim, Human Rights Commission, 11 november 2005, 'In 1926, Thyssen and the American businessman Averell Harriman founded the Union Banking Corporation (UBC). On its board of directors there was Roland Harriman representing W.A. Harriman & Co, and E.S. James, representing Brown Brothers. And on the boards of these two firms there was Prescott Bush, the grandfather of George W. Bush. In October 1942, American authorities confiscated UBC’s bank funds. The firm was denounced “as a commercial and financial company collaborating with the enemy” and all its assets were seized. Two other major businesses, linked to the Harriman banking corporation, were also confiscated by the US government: the Holland-America Trading Corporation and the Seamless Steel Equipment Corporation. Later, on 11 November 1942, the US government put an embargo on another firm of the same group, the Silesian-American Corporation, under the same Act on trading with the enemy. This embargo was raised in 1951.'
- ↑ Charles Higham, Trading with the Enemy; The Nazi American Money Plot, 1933-1949 (1983), New York, p. xvii
- ↑ How Bush's Grandfather Helped Hitler's Rise To Power, The Guardian, 26 september 2004
- ↑ January 26-February 1, 1933, Nazi Regime Begins, Wall Street "Particularly Pleased", Anton Chaitkin, januari 2014, The Schiller Institute
- ↑ Thyssen Has $3,000,000 Cash In New York Vaults, Thyssen Has $3,000,000 Cash in Bank He Set Up Here in 1924, randomhouse.com
- ↑ How America Helped Build Soviet Machine, Thomas P. Hughes, 1989, americanheritage.com, 'In the United States, Cooper was a backer of Soviet-American relations before his country formally recognized the Soviets. He headed the American-Russian Chamber of Commerce, whose directors came from leading American corporations eager for business. Among those represented in 1932 were International General Electric, Westinghouse Electric International, General Motors, W. Averell Harriman & Company, and the Chase National Bank. President Roosevelt recognized the Soviet Union in 1933. According to the historian Herbert Feis, “economic calculations brought the question of recognition to the fore. . . . Prevailing conditions in the United States made the lure of any new foreign market attractive; and the Russian market was thought to be potentially a great one.” Ultimately, however, “the hope of economic benefit was scantily fulfilled.”'
- ↑ Dresser Industries, tshaonline.org, Darwin Payne, 1 augustus 1995
- ↑ A. Robbins, Secrets of the Tomb (2002), p.127
- ↑ A. Robbins, Secrets of the Tomb (2002), p. 184-5
- ↑ Carroll Quigley, Tragedy & Hope, p. 727
- ↑ De Geallieerde leiders onder elkaar: de oorlogservaringen van Roosevelts speciale ambassadeur W.A. Harriman, B. Belder, Wetenschappelijk Instituut van de Staatkundig Gereformeerde Partij, 'Stelt de Amerikaanse diplomaat: 'Stalin realiseerde zich simpel dat de V.S. het grootste produktieapparaat ter wereld bezaten. Hij had de hulp van dat produktieapparaat nodig om het Rode Leger in de strijd te houden en daarom respecteerde Stalin Amerika. Dat was de werkelijke reden waarom Roosevelt meer werd ontzien dan Churchill wanneer de drie leiders elkaar ontmoetten. Amerikaanse goederen waren van levensbelang voor het overleven van de Sovjet-Unie in de oorlog'.'; 'Tegenover Harriman stelde Stalin zich - altijd hoffelijk- op, zelfs werd de Amerikaanse diplomaat bij zijn definitieve vertrek uit de Sovjet-Unie met de volgende woorden door Stalin uitgeleide gedaan: 'Ik heb u niet slechts ontvangen als ambassadeur van de V.S. maar als een vriend. Het zal zo altijd blijven'.'; 'Zegt de Amerikaanse diplomaat: 'De sovjets zouden het niet overleefd hebben wanneer wij niet geholpen hadden, en bij tenminste één gelegenheid heeft Stalin zelf zijn positie van debiteur erkend. (..) Harriman vervolgt dan: 'Wanneer wij niet hen op grote schaal bevoorraad hadden, zouden de Russen niet hebben kunnen overleven. (..) Wij voorzagen hen van een enorme hoeveelheid aan oorlogsmateriaal - met een waarde van ongeveer 12 miljard dollar tegen toenmalige prijzen'. [Hendrick] Smith schat de totale oorlogshulp van Britten en Amerikanen aan de Sovjet-Unie op 15 miljard dollar!'
- ↑ Cathal J. Nolan, Notable U.S. ambassadors since 1775: a biographical dictionary, p. 137-143
- ↑ Mayers, David "The Great Patriotic War, FDR's Embassy Moscow, and Soviet—US Relations" pp. 299–333 from The International History Review, Volume 33, No. 2, June 2011, p. 316
- ↑ Weinberg, Gerhard, A World At Arms, p. 620
- ↑ Oral history interview with W. Averell harriman, Washington, DC, 1971. Harry S. Truman Library and Museum. Available at Oral History Harriman, trumanlibrary.org
- ↑ A. Lebor, Tower of Basel (2013), hoofdstuk 9 United States to Europe: Unite, or else. p. 138
- ↑ A. Robbins, Secrets of the Tomb (2002), p. 186
- ↑ A. Lebor, Tower of Basel (2013), hoofdstuk 9 United States to Europe: Unite, or else. p. 142-146
- ↑ A. Lebor, Tower of Basel (2013), hoofdstuk 9 United States to Europe: Unite, or else. p. 146
- ↑ A. Lebor, Tower of Basel (2013), hoofdstuk 9 United States to Europe: Unite, or else. p. 141
- ↑ Harry Kelber, "AFL-CIO's Dark Past", November 22, 2004, on laboreducator.org
- ↑ Langguth, 2000, p. 205
- ↑ A. Robbins, Secrets of the Tomb (2002), p. 165
- ↑ A. Robbins, Secrets of the Tomb (2002), p. 186
- ↑ National Security Archive, Soviet Notes of conversation between Yuri Andropov and Averell Harriman, June, 2, 1983, Secret
- ↑ New York Times, 3 juni 1983, Andropov Meets With Harriman, Asks Better Ties