Naar inhoud springen

William Averell Harriman

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
William Averell Harriman
William Averell Harriman
Algemeen
Volledige naam William Averell Harriman
Geboortedatum 15 november 1891
Geboorteplaats New YorkBewerken op Wikidata
Overlijdensdatum 26 juli 1986
Land Verenigde Staten
Partij Democratische Partij
Handtekening Handtekening
Portaal  Portaalicoon   Politiek

William Averell Harriman (New York, 15 november 1891Yorktown Heights, 26 juli 1986) was een Amerikaans politicus, ondernemer en diplomaat. Hij was lid van de Democratische Partij en werd gouverneur van New York (1954-1958). Hij was de zoon van spoorwegmagnaat E.H. Harriman, die spoorwegen in het Russische rijk had willen aanleggen, maar tegenwerking van de tsaar ondervond. In 1924 stichtte hij UBC (Union Banking Corporation), een dochteronderneming van de Bank voor Handel en Scheepvaart in Rotterdam, voor Fritz Thyssen, hoofdsponsor van Adolf Hitler en diens NSDAP.[1] Medeoprichter van UBC was boner Prescott Bush, grootvader van de 43e Amerikaanse president en boner George W. Bush.[2][3] In 1925 leaste hij mangaanmijnen in sovjet Georgië. Met onder meer UBC, CSSC (Consolidated Silesian Steel Company,[4] de mangaanmijnen en IBC (International Barnsdall Corporation) ondersteunde hij de opbouw van twee nieuwe rijken (Duitse Derde Reich[5] en Sovjet-Unie[6]). Als Speciaal Vertegenwoordiger van president Rooosevelt verzorgde hij tijdens WOII een grootschalig hulpprogramma aan de Sovjet-Unie[7] Met collega's van Yale en Skull & Bones ('brotherhood of death') richtte hij in 1931 BBH (Brown Brothers Harriman & Co.) op. Van 1943 tot 1946 was hij ambassadeur in de Sovjet-Unie, van april tot oktober 1946 ambassadeur in het Verenigd Koninkrijk. Van 1946 tot 1948 was hij minister van Handel (Secretary of Commerce) onder president Harry S. Truman. Na de oorlog werd hij prominent voorstander van George F. Kennans Containmentpolitiek (indammingspolitiek) tegen de Sovjet-Unie. Van 1948 tot 1950 zag hij toe op de Marshallhulp voor Europa, toen Europa door WOII verwoest was. Van 1954 tot 1958 was hij gouverneur van de staat New York. Hij was nauw betrokken bij de Vietnamoorlog tijdens de regering van Lyndon B. Johnson.[8] Nadat Johnson in 1969 opstapte, sloot Harriman zich aan bij verschillende organisaties, waaronder de Club van Rome en de Council on Foreign Relations.

Mary Williamson Averell Harriman (1851-1932), de moeder van W.A. Harriman, rond 1927

Harriman was een zoon van spoorwegondernemer Edward Henry Harriman en Mary Williamson Harriman, dochter van een bankier en railroad president in New York. E.H. Harriman van de Union Pacific Railroad betaalde de posse om de treinrovers Butch Cassidy en Sundance Kid op te sporen en te doden (genoemd in Butch Cassidy and the Sundance Kid, film uit 1969).

'Will you walk into my parlor?', cartoon uit 1907 van Udo Keppler met E.H. Harriman en zijn spoorwegen ten prooi gevallen aan de federal law en de Interstate Commerce Commission

In de Dictionary of American Biography worden dubieuze financiële activiteiten van Edward Harriman vermeld, die werden onderzocht door de Interstate Commerce Commission.[9] Edward Harriman vormde in 1904 een syndicaat om een spoortunnel onder de Beringstraat aan te leggen[10] Deze spoortunnel zou de Trans-Siberische met het Amerikaans-Canadese systeem verbinden. In het plan waren een 99 jaar lease en rechten op mineralen opgenomen. Het budget was geschat op $ 300 miljoen, achter Harriman stonden John D. Rockefeller en Jacob Schiff. Wegens wantrouwen in tsaristisch Sint Petersburg, het plan zou meer concessies afdwingen en Siberië zou overspoeld worden met Amerikaanse producten en kapitaal, ging het plan niet door.[11] Harriman en vrienden kwamen met een nieuw plan van een Chinese overname van de door Rusland en Japan beheerde spoorwegen in Mantsjoerije, als nieuwe springplank voor de 'Yankee penetratie van Siberië'. St. Petersburg en Tokyo blokkeerden in 1910 dit plan.[12] Velen in Wall Street zagen deze obstructies als typisch ouderwets en kleingeestig denken van het tsarististische regime en er moest iets veranderen.[13]

Ernst Rüdin, ca. 1935. Rüdin (1874-1952), Zwitserse psychiater, geneticus, eugeneticus en nazi, werd tijdens het 'Derde Internationale Congres voor Eugenetica', op 21-23 augustus 1932 in New York, opgedragen aan Averell Harrimans moeder Mary Williamson Harriman, verkozen tot leider van de wereld eugenetica beweging.

Averell had drie oudere zusters, Mary Harriman Rumsey (1881-1934), Cornelia Harriman Gerry (1884-1966), Carol A. Harriman, een overleden oudere broer, Henry Neilson Harriman (1883-1888) en een jongere broer. Averells vier jaar jongere broer was Edward Roland Noel ''Bunny'' Harriman (Roland Harriman, 1895-1978), die ook aan Yale studeerde en in 1917 werd ingewijd in Skull and Bones, of 'Brotherhood of Death'.[14] Mary Williamson Harriman stelde, na het overlijden van haar man in 1909, fondsen beschikbaar voor de ontwikkeling van de controversiële Eugenics Record Office (eugenetica). Ze maakte op aanraden van haar vriend David Starr Jordan, meer dan een half miljoen dollar over naar de ERO, een organisatie met racistisch, onethisch en discriminerend beleid, als verplichte sterilisatie van racially or medically "inferior" people.[15][16] De beruchte "Third International Congress on Eugenetics" werd op 21-23 augustus 1932 gehouden in hetAmerican Museum of Natural History in New York, supervised by de International Federation of Eugenics Organizations (IFEO),[17] opgedragen aan Averell Harrimans moeder. Averells zus Mary was director "Entertainment" van het Congres. Mary Williamson Harriman, Averells moeder, betaalde in 1910 voor de stichting van de 'race-science movement' in Amerika, waarbij Eugenics Record Office (ERO) als tak van de Galton Laboratory in Londen werd opgericht. Met zijn Hamburg-America Line zorgde Averell Harriman er persoonlijk voor dat nazi ideologen, als Dr. Ernst Rüdin, psychiater aan de Kaiser-Wilhelm-Institut für Anthropologie, Menschliche Erblehre und Eugenik in Berlijn, van Duitsland naar New York konden varen voor deze vergadering.[18] De Rockefeller familie betaalde er voor dat Rüdin in Berlijn een hele etage kon inrichten voor zijn eugenetica onderzoek. Tijdens het congres van 1932 werd Rüdin unaniem verkozen tot president van de IFEO, de officiële leider van de wereld eugenetica beweging. Yale-universiteit was in de jaren 1920 en 1930 centrum van American Eugenics Society (AES, 1922-1973).[19]

Edward H. Harrimans bezit was substantieel, geschat tussen de $70 miljoen en $100 miljoen bij zijn overlijden in 1909, waarbij hij vrouw en kinderen goed voorzien achterliet.

Averell bezocht Rusland voor het eerst in 1899, op 7-jarige leeftijd, in het gezelschap van zijn vader, E.H. Harrman, de spoorwegmagnaat.[20] Averell ging naar de Groton Prep(atory) School.

Het beeldmerk van Skull and Bones, 'De Orde' of 'The Brotherhood of Death', waar Harriman vanaf 1913 lid van was.
Wapen van Psi Upsilon, gesticht op 24 november 1833 in Union College, de Mother of Fraternities. Averell Harriman was ook lid van dit genootschap. Het motto van Psi Upsilon is: 'Unto us has befallen a mighty friendship' en de mascotte, een uil, staat op een fasces.

Hij studeerde aan de Yale-universiteit, waar hij zich in 1913 aansloot bij het genootschap Skull and Bones[21] samen met Prescott Bush en bij Psi Upsilon.[22][23] Hier slaagde hij in 1913. In de officiële biografieën wordt er geen melding gemaakt van de orde of de Russell Trust.

Hij trouwde driemaal. Harriman huwde Kitty Lanier Lawrence in 1915. Harriman huwde Marie Norton Whitney in 1930, nadat zij was gescheiden van Cornelius Vanderbilt Whitney, de zoon van Harry Payne Whitney (ingewijd in 1894). Hij huwde Pamela Churchill Hayward in 1971. Zij was eerder getrouwd met Randolph Churchill en Harriman was zo met het Britse establishment verbonden.

Harriman begon zijn loopbaan bij de Union Pacific Railroad Company in 1915. Van 1932 tot 1946 was hij daar voorzitter van de raad van bestuur.

In 1917 organiseerde hij de Merchant Shipbuilding Corporation. Hij nam Roach shipyard in Chester bij Philiadelphia in bezit en begon uit te breiden. In 1922 had Averell Harriman een van de grootste handelsvloten ter wereld.[24] Averell Harriman haalde een groot aandeel van de Duits-Sovjet Derutra shipping company binnen in de jacht op Russische concessies. In Berlijn was Clifford M. Carver de lokale vertegenwoordiger van de Wall street investeringsbank W.A. Harriman & Co. (opgericht in november 1919 door George Herbert Walker, die ook president werd - op 1 mei 1926 werd zijn schoonzoon Prescott Sheldon Bush vice-president - ging op in Brown Brothers, Harriman in 1931). Isaiah Khurgin, een Sovjet boodschapper, die de American Trading Organization (Amtorg) zou opzetten, nam met Clifford contact op. Clifford en Harriman bezorgden Khurgin een Amerikaans visum en hij arriveerde op 1 juni 1923 om Derutra's Amerikaanse kantoor te leiden. Khurgin verdronk op 27 augustus 1925 onder mysterieuze omstandigheden in Long Lake, samen met Efraim Markovich Sklyansky, 'de facto hoofd en coördinator van de campagne van het Rode Leger tijdens de burgeroorlog'.[25] Ze werden 31 augustus in New York City gecremeerd en op 20 september in Moskou begraven.[26]

In 1920 vestigde hij W.A. Harriman Company, met zijn broer Roland als vice-president. Harriman kondigde in 1920 aan de Duitse Hamburg-America Line (Hamburg Amerikanische Packetfahrt Actien Gesellschaft, HAPAG) te herstarten. Gedurende 1920-1940 had de Harriman onderneming de complete controle over alle activiteiten op de Hamburg line in de Verenigde Staten.[27] W.A. Harriman & Co. fuseerde met privébank Morton & Co ( interlocked met de door Morgan beheerde Guaranty trust Co.). In Harrimans shipping front organization[28] American Shipping and Commercial Corporation (United American Lines, UAL) zaten Herbert George Walker en Samuel B. Pryor van Remington Arms in het bestuur.

In 1922 zetten Herbert George Walker en Harriman voor de Berlijnse tak van W.A. Harriman & Co. hun Europese hoofdkwartier op in Berlijn, met Walker als president. In die tijd maakte Harriman kennis met Fritz Thyssen voor wie hij in 1924 UBC in New York oprichtte, om diens belangen in Amerika te behartigen.[29] Thyssen is berucht als hoofdsponsor van Adolf Hitler en diens NSDAP. UBC werd bestuurd door Thyssens Bank voor Handel en Scheepvaart in Rotterdam (opgericht in 1918).[30] Met de hulp van de Warburg Bank in Hamburg, begon W.A. Harriman & Co. een investeringsnet te spreiden over de Duitse industrie en grondstoffen. Ze leidden een selecte groep van Wall Street en speculanten van het Britse Rijk, die de Russische olie industrie herstarten, die stil lag na de Russische Revolutie.[31] In 1923 startte hij Georgian Manganese Company. Mangaan is een essentieel element voor het maken van staal (voor de oorlogsindustrie). Concessies van mangaanmijnen (lease) in Georgië werden onderhandeld met Leon Trotsky, daarna met Feliks Dzerzjinski en in 1925 overeengekomen.

Harriman verkocht UAL (United American Lines of American Shipping and Commercial Corporation) in 1926 aan HAPAG. Hij werd datzelfde jaar Director of Guaranty Trust.

Brown Brothers, Harriman (BBH) en Guaranty Trust Company (GTC)

[bewerken | brontekst bewerken]
E. Roland Harriman, in militaire dienst tijden WOI

De broers William Averell Harriman (Bones 1913) en Roland Harriman (Bones 1917) leenden $4 miljoen aan Knight Woolley (Bones 1917), zodat die hun bank Harriman Brothers & Co. kon leiden.[32] In 1931 fuseerde Harriman Brothers & Co. (1927) met W.A. Harriman & Co. (gesticht in 1919 met financiële hulp van bonesmen als Percy Avery Rockefeller, Bones 1900[33]) en Brown Brothers & Co. (1818), dat ouder was en waarvan de partners, zoals Robert A. Lovett (Bones 1918) en Ellery James (Bones 1917),[34] ook leden waren van de orde. De uitgave van Time van 22 december 1930 kondigde aan dat in de drievoudige fusie zestien partners[35] kenden, waarvan 11 afgestudeerden van Yale.[36] Daarvan waren er acht lid van Skull and Bones.[37]

In de jaren 1970 waren in Brown Brothers Harriman & Co. (BBH) in New York, een van de oudste en grootste private banking firms in de Verenigde Staten, negen van de zesentwintig individuele partners leden van de orde. Prescott Sheldon Bush (ingewijd in 1917), de vader van president George H.W. Bush (ingewijd in 1948) en grootvader van president George W. Bush (ingewijd in 1968), was meer dan 40 jaar een partner in BBH. Naast Averell Harriman, Roland Harriman en Prescott Bush waren partner in BBH: Walter H. Brown (1945), Granger Kent Costikyan (1929),[38] Stephen Young Hord (1921), Robert Abercrombie Lovett (1918),[39][40] John Beckwith Madden (1941) en Knight Woolley[41][42] (1917)[43]

Morgan Guaranty logo ca.1976. In 1959 fuseerde J.P. Morgan met Guaranty Trust Company of New York om de Morgan Guaranty Trust Company te vormen.

In de jaren 1920 deed Harriman zaken met de Sovjets[44] toen dergelijke steun inging tegen de State Department regulations. Harriman was deelgenoot in RUSKOMBANK (Foreign Trade Bank of the USSR), de eerste Sovjet handelsbank, opgericht in 1922. Max May, de vice-president van Guaranty Trust Company (GTC) gesticht in 1864 in New York, gedomineerd door de belangen van Harriman-Morgan, werd de eerste vice-president van RUSKOMBANK in charge of its foreign operations.[45] Kortom, een Amerikaanse bankier onder begeleiding van een lid van de orde had een sleutelpositie in een Sovjet bank. Het bedrijf J.P. Morgan controleerde Guaranty Trust vanaf 1912, toen Averell Harrimans moeder haar 8000 aandelen van de totaal 20.000 uitstaande aandelen aan J.P. Morgan verkocht. Na 1959 ging het bedrijf Morgan Guaranty Trust Company heten. Het originele kapitaal voor Guaranty Trust kwam van de Whitney-, Rockefeller-, Harriman- en Vanderbilt-families, allen vertegenwoordigd in de Orde. Harry Payne Whitney (1894, investeerde $6,918,000 in Guaranty Trust[46]) en zijn vader William Collins Whitney (1863) waren directors van Guaranty Trust, Alfred Gwynne Vanderbilt (1899) vertegenwoordigde de Vanderbilt familie en Percy Avery Rockefeller (1900) zat in het bestuur van zowel W.A. Harriman & Co en Brown Brothers Harriman & Company.[47]

Thomas D. Thacher (1881-1950), 21st Solicitor General of the United States

Harrimans adres was Equitable Trust Building, 120 Broadway. Daar waren ook de American International Corporation en Guaranty Securities en de Banker's Club, waar Wall Street bankiers elkaar met de lunch ontmoetten, was in de top van het gebouw. Guaranty Trust was ernaast op 140 Broadway.[48] Ludwig C.A.K. Martens, 'first ambassador of the Soviet Union', eerder vice-president van Weinberg & Posner op 120 Broadway, richtte in maart 1919 het Russian Soviet Government Bureau op in World's Tower Building, op 110 West 40 Street, New York City.[49] Thomas Day Thacher (ingewijd in 1904),[50][51] partner in de Wall Street law firm van Simpson, Thacher & Bartlett, gesticht in 1884 door Thomas Thacher (1850-1919, ingewijd in 1871),[52] zat ook op 120 Broadway en was eveneens een sterk voorstander van open handel met de bolsjewieken.[53] Thacher was in 1917 in Rusland met William Boyce Thompsons Red Cross Mission.[54] Daarna ging Thacher naar Londen om met Lord Northcliffe te spreken over de Revolutie van de bolsjewieken en daarna naar Parijs voor gesprekken met de Franse regering. In Thachers memorandum staat onder meer: "(..) the fullest assistance should be given to the Soviet Government in its efforts to organize a volunteer revolutionary army."[55] Simpson Thacher & Bartlett verzorgden de legale infrastructuur voor de handel tussen de sovjets en de Verenigde Staten. Zo werd oud STB partner Reeve Schley, vice-president van Chase National Bank, voorzitter van de American-Russian Chamber of Commerce, waar ook senior-partner George H. Howard en Averell Harriman van W.A. Harriman & Co. in het bestuur zaten.[56] Harriman en ander Amerikaanse bedrijven hadden juridische en zakelijke expertise nodig van topkantoren als STB in New York voor complexe contracten met de sovjets.

De Sovjet-Unie was zwaar afhankelijk van westerse technologie, zonder was economische groei onmogelijk. Om de Russische fabrieken weer aan de gang te krijgen hadden de Sovjets grondstoffen, technische vaardigheden en working capital nodig, vooral in de olievelden van de Kaukasus. Amerikaanse hulp liep via International Barnsdall Corporation (IBC), in het bezit van Guaranty Trust, Lee, Higginson Company en W.A. Harriman Company. Daarnaast werd mangaanerts opnieuw gewonnen, in 1920 was de productie zero, in 1924 320.000 ton per jaar, door hulp van W.A. Harriman Company en Guaranty Trust en vanaf 1925 de Georgian Manganese Company onder chairman Matthew C. Brush. Brush was ook chairman van IBC.[57] Maar leningen aan de Sovjet-Unie waren in de jaren 1920 in strijd met de Amerikaanse wetgeving. De State Department werd door het Harriman-Guaranty syndicaat niet ingelicht over haar plannen. Een onderzoek naar haar handelen kwam niet van de grond. Tijdens een interview op 22 augustus 1925 voorspelde de Sovjet boodschapper en Harrimans vriend Khurgin een vervijfvoudiging van de winstgevende handel tussen Amerika en de nieuwe Sovjet regering, er zou al meer dan $ 30 miljoen zijn uitgegeven bij Sovjet aankopen in de V.S.,[58] als er Amerikaanse erkenning van het nieuwe regime zou komen.[59] In Moskou was op 25 juni 1925 door Harrimans agent J. Speed Elliot de deal beklonken met Trotsky's Concessions Committee voor een 25 jaar lease op de rijke Chiaturi mangaan mijnen in Sovjet Georgië.[60][61][62] 25% van de Georgian Manganese Co. was Duits kapitaal en Duitse private property owners in that field namen deel in 30% in de royalty's en winsten. Harriman zou de sovjet regering $62,350,000 aan royalties betalen en in twintig jaar $120,000,000 winst maken. 'The manganese now mined by the Company is one of the most important sources of supply for the German steel industry and in addition German industry benefits (..)' (Harriman, memorandum aan de Duitse regering om steun te vragen van het Duitse Ministerie van Buitenlandse Zaken, vóór zijn bezoek aan Moskou in 1926)[63] Harriman had eerder succes gehad met de sovjet regering met de Deruta Corporation van New York (opgezet tussen Harriman, de sovjetregering en de Hamburg-American Lines van Duitsland) en de verkoop van Russische obligaties (bonds) van Duitse bedrijven aan de sovjet regering. De mangaanconcessie was evenwel niet winstgevend, omdat het Duitse bedrijf URT in Nikopol eenzelfde soort concessie had en in 1925 zoveel mangaan produceerde dat de prijs van mangaan daalde en Harriman het niet met winst kon verkopen. Daarom bezocht hij 9 december 1926 Moskou om opnieuw te onderhandelen voor gunstiger voorwaarden. Op 7 juli 1927 werd er een nieuw contract getekend, waarbij de royalties van $3.00 naar $1.50 per ton gingen. Maar dit hielp niet en in 1928 trok Harrimans U.S. staf zich terug van de site. Er werd onderhandeld dat Harriman $3,450,000 aan obligaties kreeg, die in 15 jaar konden worden afgelost om zijn verlies te compenseren (redeemable within 15 years).

Ambassadeur Harriman rapporteerde vanuit Moskou aan de State Department op 30 juni 1944: "Stalin paid tribute to the assistance rendered by the United States to Soviet industry before and during the war. He said that about two-thirds of all the large industrial enterprises in the Soviet Union had been built with United States help or technical assistance."[64] Harriman wist dus in 1944 dat de Sovjet-Unie was opgebouwd door het Westen, maar hij was voor een military build-up of the United States via NAVO, MSA, State Department, buitenlandse politiek etc. Hij was voor meer handel met de Sovet-Unie, waardoor er meer technologie binnenkwam. Dus hij was enerzijds voor een opbouw van Sovjet macht door Westerse technologie te exporteren en anderzijds voor een Westerse defensie tegen diezelfde Sovjet macht.

Union Banking Corporation (UBC) en Hitler Duitsland

[bewerken | brontekst bewerken]

Averell en Roland Harriman, Ellery Sedgewick James (1917) en Knight Woolley waren via de Union Banking Corporation (UBC) ondersteuners van Adolf Hitler.[bron?] Via Fritz Thyssens 'Bank voor Handel en Scheepvaart' in Rotterdam, een dochteronderneming van August Thyssen Bank, gesticht in 1918, liepen de grootste fondsen voor Hitler van banken en personen als Harriman, Guaranty Trust, Von Heydt, Carter en meer. De Bank voor Handel en Scheepvaart beheerste de Union Banking Corporation (UBC) in New York. Roland Harriman was een director van UBC, net als Prescott Bush. De UBC was a joint Thyssen-Harriman operation.

UBC was volgens Vestingorder 248, Federal Register (7 november 1942) opgezet met een startkapitaal van $400,000, verdeeld over 4000 aandelen van $100. Roland Harriman, de jongere broer van William Averell Harriman, beheerde daarvan 3991 aandelen, Cornelis Lievense vier en de ander vijf directors, waaronder H.J. Kouwenhoven en J.G. Groeninger hadden elk een aandeel. Op 7 november 1942 werd middels Vestingorder 248 besloten beslag te leggen op UBC wegens handel met de vijand (Trading With The Enemy Act).[65]

Vereinigte Stahlwerke AG (United Steel Works, USW, of German Steel Trust, GST) werd in 1926 opgericht, samen met Upper Silesian Coal and Steel Company (USCSC) onder de supervisie van Fritz Thyssen en Friedrich Flick. Na de fusie in 1931 die BBH (Brown Brothers, Harriman, 59 Wall Street) opleverde, werd er opnieuw een holding company opgericht, The Harriman 15 Corporation en een van de companies held in stock was Consolidated Silesian Steel Company (CSSC) in Pools Silesië, bij de stad Oswiecim. 2/3 van CSSC was in handen van Friedrich Flick, 1/3 was Harrimans eigendom. Er werden enorme winsten gemaakt na Hitlers machtsovername in 1933. De Poolse regering maakte echter bezwaar tegen het beleid van het bedrijf en belastingontduiking, meldde de New York Times op 19 maart 1934. Advocaat John Foster Dulles werd ingeschakeld. Later, in 1939 werd Polen door Hitler ingenomen en verscheen er een concentratiekamp, Auschwitz in de buurt van Oswiecim. CSSC werd overgenomen door Harrimans UBC en werd SAC (Silesian American Corporation). Slaven van Auschwitz werden tewerkgesteld, onder meer in SAC. In november 1942 nam de Amerikaanse regering SAC over[66] en later werden de tegoeden van UBC bevroren. Maar er werden geen directors vervolgd of gevangengezet, om het Amerikaanse moraal niet te schaden.[67] Prescott Bush nam in 1943 ontslag bij UBC en werd chairman van National War Fund. Na het overlijden van Fritz Thyssen op 8 februari 1951 gaf de Alien Property Custodian de tegoeden van UBC weer vrij en droeg ze over aan BBH en kreeg Prescott Bush $1,5 miljoen voor zijn aandeel.[68]

Prominente banken van Wall Street waren volgens de Christian Science Monitor (31 januari 1933, Christian Science) na de machtsovername van de nazi's in 1933 particularly pleased met de terugkeer van Hjalmar Schacht als president van de Reichsbank.[69][noot 1] De New York Herald Tribune publiceerde op 31 juli 1941 een lang artikel (voorpagina, vier kolommen op p. 22) onder de kop: Thyssen Has $3,000,000 Cash in New York Vaults; Union Banking Corp. May Hide Nest Egg for High Nazis He Once Backed van M.J. Racusin, dat ging over UBC en de Rotterdamse BHS.[70]

Dus nazi-Duitsland en sovjet Rusland werden tegelijkertijd door Harriman gesteund.[bron?] Harriman richtte in 1924 voor de Duitse staalmagnaat Fritz Thyssen, Hitlers hoofdsponsor, de UBC op, een 'front' voor de Bank voor Handel en scheepvaart in Rotterdam en leaste in 1925 mangaanmijnen in de sovjetrepubliek Georgië. Mangaan wordt in de industrie gebruikt voor het verbeteren van metaal. Amerikaanse kapitalistische bedrijven hielpen de communistische Sovjet-Unie op te bouwen.[71] Dresser Industries van Henry Neil Mallon (Bones 1917, 1895-1983) bracht hoogwaardige technologie naar de Sovjet-Unie. In 1928 maakte W.A. Harriman & Co. van Dresser Industries een public company met een uitgave van 300.000 aandelen. Prescott Bush hielp de IPO (Initial Public Offering) organiseren en zat 22 jaar als director in het bestuur. Mallon was president en chief executive officer tot zijn pensioen in 1962.[72]

Politieke en diplomatieke loopbaan

[bewerken | brontekst bewerken]
W. Averell Harriman (midden) met Winston Churchill (rechts) en Vyacheslav Molotov (links)

Tijdens de regering van Franklin D. Roosevelt werd hij aangesteld als functionaris voor de National Recovery Administration. In 1934 was Harriman special assistant administrator van Roosevelts National Recovery Act. Het door hem en Vincent Astor in 1932 opgerichte tijdschrift Today fuseerde in 1937 met News-week en werd Newsweek.[73]

Henry L. Stimson (Bones 1888) werd Franklin D. Roosevelts Secretary of War in 1940. Stimsons inner circle of assistent secretarissen waren Robert A. Lovett (Bones 1918), Harvey Hollister Bundy (Bones 1909), John J. McCloy, Robert P. Patterson, George L. Harrison (Bones 1910, van 1928 tot 1940 president van de Federal Reserve Bank van New York). Stimson werd sterk beïnvloed door Averell Harriman, die van 1943 tot 1946 ambassadeur van de Sovjet-Unie was. Stimson gaf Harrison leiding over de atoombom, toen enkel bekend onder codenaam S-I.[74]

Van 1940 tot 1941 diende hij voor de National Defense Advisory Commission en de opvolger ervan, de Office of Production Management. Bij het uitbreken van WOII werd Harriman Roosevelts persoonlijke boodschapper naar Winston Churchill en Jozef Stalin, met als doel een directe band te vestigen tussen de leiders van de tegenstanders van Nazi Duitsland.

In 1941 werd de Leen- en Pachtwet aangenomen die het de Verenigde Staten aan het begin van de Tweede Wereldoorlog mogelijk maakte materiële hulp te bieden aan landen zonder het uitgangspunt van neutraliteit te schenden. In dit kader werd hij door president Roosevelt naar de Sovjet-Unie en het Verenigd Koninkrijk gezonden. De missie in september 1941 naar Moskou om vast te stellen wat Rusland materieel nodig had, werd geleid door Averell Harriman en de Britse mediamagnaat Lord Beaverbrook. Een afspraak zou later worden overeengekomen om hulpgoederen naar de sovjets te sturen.[75] Zonder die Amerikaanse hulpgoederen en $12 miljard aan oorlogsmaterieel (toenmalige prijs) was de Sovjet-Unie de oorlog niet doorgekomen.[76]

Voor de Sovjet-Unie werd Harriman van 1943 tot 1946 ambassadeur.[77] In deze functie had hij geregeld overleg met Jozef Stalin over de Poolcirkelspoorlijn en vertegenwoordigde hij de VS tijdens de Eerste, Tweede, Derde en Vierde Conferentie van Moskou. Harriman was een van de rijkste mannen van de VS en voor de Sovjets vertegenwoordigde hij de Amerikaanse kapitalistische heersende klasse. Nikita Chroesjtsjov vertelde Harriman later: 'We doen graag zaken met jou, want je bent de meester en niet de lakei.' Stalin zag de VS door een marxistisch prisma, die Amerikaanse Big Business zag als de poppenspelers en Amerikaanse politici als de poppen.[78] De Amerikaanse bedoeling bij de conferenties was ook het tekenen van de Declaration of the Four Nations, waarin de League of Nations werd vervangen door de United Nations en vier dominante machten in de wereld de vier permanente leden van de United Nations Security Council zouden zijn: VS, Sovjet-Unie, Groot Brittannië en China. Het verdrag werd 30 oktober 1943 ondertekend.[79]

Vervolgens werd Harriman voor het Verenigd Koninkrijk tot ambassadeur benoemd voor de periode van april tot oktober 1946.

Hierna werd hij benoemd tot minister van handel (Secretary of Commerce) voor de periode van 1946 tot 1948. Van 1948 tot 1950 zag hij toe op de Marshallhulp in Europa, als 'US Special Envoy for the Marshall Plan for the postwar reconstruction of Europe' (US Speciaal Gezant voor het Marshallplan voor de na-oorlogse reconstructie van Europa).

'Ons hele concept van de eenwording van Europa was dat het eerst zou bijdragen aan economische eenwording. Dan hoopten we een economisch-militaire eenheid zeker te stellen en uiteindelijk politieke eenheid.' (uit mondeling interview met Harriman)[80]

Harriman was nu een van de machtigste mannen ter wereld, verantwoordelijk voor het Marshallplan, het $12 biljoen Amerikaanse hulpprogramma om na-oorlogs Europa te reconstrueren.[81]

Robert A. Lovett (Bones 1918), president Harry S. Trumans undersecretary of state, later secretary of defense, wist Truman te overreden Harriman in de regering te betrekken, waarop Truman Harriman aanstelde als special representative van de Economic Cooperation Administration (ECA).[82]

In de lente van 1947 nam Harriman contact op met Thomas McKittrick, oud-president van de BIS (Bank for International Settlements) (BIB), toen vice president van Chase National Bank, om voor de ECA te komen werken.

De BIS was opgericht om de Duitse herstelbetalingen na de verloren WOI af te handelen, maar sinds de vroege jaren 1930 was er niets meer betaald. De BIS had samengewerkt met de nazi's, maar werd na WOII niet opgeheven, al waren het IMF en de World Bank (onder president John McCloy, oud vice president van Chase National en executive director Eugene Black, vice president van Chase National sinds 1933) opgericht om de na-oorlogse wereldeconomie te helpen coördineren. Na WOII had Washington besloten dat de Duitse bussiness elite niet zou worden gestraft. Henry Morgenthau en Harry White, voorstanders van het afschaffen van de BIS, die de grootste bedreiging vormden voor BIS' voortbestaan, werden op een zijspoor gezet.

Zowel McCloy, Black, McKittrick als Harriman hadden uitgebreide voor-oorlogse financiële belangen in nazi Duitsland.[83] W.A. Harriman bank leende samen met Lee, Higginson $20 miljoen aan de Berlijnse CEC (City Electric Company) 'with legal work provided by John Foster Dulles' (Sullivan & Cromwell, Wall Street 48). Harriman zat net als McKittrick in het bestuur van ICC (International Chamber of Commerce). Na 1937 was Thomas Watson, de baas van IBM de president van de Chamber. Watson kreeg in Berlijn het 'Kruis van Verdienste van de Duitse Adelaar' (Merit Cross of the German Eagle) uitgereikt door Hjalmar Schacht, president van de Reichsbank en medeoprichter van de BIS. Schacht had er voor gezorgd dat de Duitse herstelbetalingen stopten. Watsons Hollerith machine was door de nazi's gebruikt om de organisatie van de Holocaust te versnellen.

In de vroege jaren 1920 was Harriman naar Berlijn gereisd en ontmoette er de machtige Duitse industrialist Fritz Thyssen, een van de invloedrijkste sponsors van Hitler tot hij na de Kristallnacht Duitsland ontvluchtte. Thyssen wilde een bank in New York opzetten om zijn belangen in de VS te behartigen. In 1924 zette Harriman voor Thyssen een nieuwe bank op, UBC (Union Banking Corporation), met zeven directeuren, waaronder zijn broer E. Roland Harriman en Prescott Bush. Het was geen gewone bank, maar een facade voor Bank voor Handel en Scheepvaart, in Rotterdam. In 1931 fuseerde W.A. Harriman met Brown Brothers & Co., om Brown Brothers Harriman (BBH) te vormen, met kantoren aan Wall Street 59, een paar deuren van Sullivan and Cromwell vandaan (nummer 48), het advocatenkantoor van de broers Dulles. Allen Dulles werd hoofd van inlichtingendienst OSS, dat later CIA zou worden. De UBC was zeer succesvol. Volgens Amerikaanse onderzoekers kocht UBC tussen 1931 en 1933 meer dan $8 miljoen aan goudwaarde op, waarvan $5 miljoen naar het buitenland werd gestuurd, waarschijnlijk naar Duitsland. Daarom werden op 6 november 1942 alle 4000 aandelen en tegoeden ingenomen door de US Alien Property Custodian (vesting order 248). Maar Harriman, die de wereld afreisde als president Roosevelts speciale gezant om Churchill en Stalin te ontmoeten, kon zijn diplomatieke carrière ongehinderd voortzetten.[84]

De eerste ECA vergadering was op 2 juni 1947 in Parijs. Harriman vertelde twaalf mensen, ondergebracht in de Amerikaanse ambassade, wat onder hun verantwoordelijkheid viel. Ze hadden $5 biljoen te besteden.[85]

Harriman, in 1948 U.S. representative to ECA (European Cooperation Administration), het Amerikaanse herstelprogramma voor Europa, raakte in Parijs bevriend met CIA agent Irving Brown, die anti-communistische unies en organisaties organiseerde.[86]

Toen Defensie minister James Forrestal in 1949 zelfmoord pleegde, namen Harriman en zijn vrouw Marie de zorg voor diens zoon Michael op zich en betaalden voor zijn onderwijs.[87]

In 1950 werd hij benoemd tot speciaal assistent van president Harry S. Truman en in 1951 werd hij benoemd tot directeur van het Mutual Security Agency.

In 1951 was hij U.S. representative at NATO defense meetings en Director of Mutual Security Agency (MSA). In juli 1951 werd Harriman naar Teheran gezonden.

Harriman deed twee maal tevergeefs een gooi naar het kandidaatschap van de Democratische Partij voor het presidentschap: in 1952 en 1956. Wel werd hij van 1954 tot 1958 gekozen tot gouverneur van de staat New York. Jonathan B. Bingham (Bones 1936) was zijn secretaris. Bingham bleef vier jaar bij Harriman en werd later U.S. congressman, state department official en United Nations diplomat.[88]

Ambassadeur Harriman ontmoet in 1965 de Nederlandse Minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns.

Na John F. Kennedy's inauguratie, vormde de president een exclusief comité van sovjet experts om hem op de hoogte te houden. Harriman stond niet op de lijst en belde met McGeorge Bundy (Bones 1940), Kennedy's national security adviser. Onmiddellijk werd Harriman uitgenodigd deel te nemen en werd benoemd tot assistent secretaris voor Far Eastern affairs.[89] President John F. Kennedy benoemde hem in 1961 tot ambassador-at-large en als assistent-(onder)minister voor het Verre Oosten (tot 1963). Hij vertegenwoordigde de VS bij de 'vredes'onderhandelingen met Noord-Vietnam in Parijs (1968-69). Hierna ging hij met pensioen, hoewel hij nog wel kleinere diplomatieke taken op zich nam.

In 1974 was hij Chairman Democratic Party Foreign Policy Task Force en in 1975 Limited Partner Brown Brothers, Harriman.

Hij vloog op 91-jarige leeftijd als burger in juni 1983 naar Moskou om als eerste Amerikaan sinds de dood van voorganger Leonid Brezjnev een vertrouwelijk gesprek te hebben met Joeri Andropov.[90][91]

In december 1983 brak Harriman zijn rechterbeen terwijl hij zwom in de zee van Barbados. Hij overleed op 26 juli 1986.

In 1975 werd Harriman onderscheiden met een Sylvanus Thayer Award. In 1983 kende het Franklin and Eleanor Roosevelt Institute hem de Four Freedoms Award toe. Dit was de algemene vrijheidsprijs.

Secundaire bronnen

[bewerken | brontekst bewerken]

Primaire bronnen

[bewerken | brontekst bewerken]
Zie de categorie W. Averell Harriman van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.