Winterhoutzwam

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Winterhoutzwam
Winterhoutzwam
Taxonomische indeling
Rijk:Fungi (Schimmels)
Stam:Basidiomycota
Klasse:Agaricomycetes
Onderklasse:ongeplaatst (incertae sedis)
Orde:Polyporales
Familie:Polyporaceae
Geslacht:Polyporus
Soort
Polyporus brumalis
(Pers.) Fr. (1818)
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Winterhoutzwam op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Schimmels

De winterhoutzwam (Polyporus brumalis) is een winterpaddenstoel uit de familie Polyporaceae die van november tot april kan worden aangetroffen op dode takken en stronken van loofbomen.[1]

De scherp gerande en wat ingekerfde hoed van deze eenjarige vlak trechtervormige gesteelde gaatjeszwam is oker- tot donkerbruin. Het oppervlak is mat tot fijn viltig. De poriën zijn met het blote oog goed te zien en lopen iets af langs de viltige of iets geschubde centraal staande steel die okerbruin gekleurd is.

Voorkomen[bewerken | brontekst bewerken]

De winterhoutzwam komt voor in Europa en Noord-Amerika.

Consumptie[bewerken | brontekst bewerken]

De winterhoutzwam is eetbaar, maar wordt vrijwel niet gebruikt in de keuken vanwege zijn taaie, leerachtige vruchtvlees.

Referenties[bewerken | brontekst bewerken]

  1. Keizer, Gerrit J. Paddenstoelen encyclopedie, 1998, Rebo Productions, ISBN 90 366 1072 9