Witte (munt)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een witte of albus (Latijn voor wit) was een munt die sinds de Late Middeleeuwen voorkwam en zijn belangrijkste verspreiding in het Rijnland had. De naam witte kreeg de munt door zijn relatief hoge zilvergehalte, waardoor hij een lichte kleur had.

De witte werd rond het midden van de 14e eeuw ingevoerd door de Trierse aartsbisschop Kuno II van Falkenstein en wordt voor het eerst vermeld in het muntverdrag (1372) tussen Keulen en Trier. In de loop der tijd werd de witte een basismunt binnen het muntverbond tussen de keurvorsten van Trier, Mainz en Keulen en werd de munt in talrijke aangrenzende gebieden overgenomen.

Oorspronkelijk vertoonde de voorzijde van de munten christelijke motieven zoals Christus of een heilige. In Trier werd de witte dan ook wel Petermenger genoemd wegens de afbeelding van Sint-Pieter. Op de keerzijde stond gewoonlijk een wapenschild, zoals in Mainz het stadswapen: een wiel of rad. Deze munt wordt daarom ook Raderalbus genoemd. Hij had een waarde van 24 penningen of 2 schilling.

Gedurende de Dertigjarige Oorlog (1618–1648) verloor de witte aan betekenis. Regionaal werden ze nog tot in de 18e eeuw als pasmunt geslagen, bijvoorbeeld in Hessen.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]