Buffel (schip, 1868)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Zr. Ms. Buffel)
Ga naar: navigatie, zoeken
Vlag
Buffel
Vlag
Rotterdam - Museumschip Zr Ms Buffel bij nacht.jpg
Geschiedenis
Kiellegging 10 juni 1867
Tewaterlating 10 maart 1868
In dienst gesteld 23 juli 1868
Uit dienst gesteld 7 september 1974
Algemene kenmerken
Waterverplaatsing 2.198 ton
Afmetingen 62,7 x 12,6 x 4,8 m
Bemanning 117 koppen
Techniek en uitrusting
Machinevermogen 2.200 pk
Snelheid 12 knopen
Bewapening 2 x 23 cm kanon
4 x 30 pond kanon
vanaf 1887:
1 x 28 cm kanon
vanaf 1889:
2 x 7,5 cm kanon
4 x 3,7 kanon
2 x 3,7 cm revolverkanon
vanaf 1894:
onbewapend
Portaal  Portaalicoon   Marine
longroom

De Buffel, HW 12, A 884, is een pantserschip, dat door de scheepswerf Napier & Sons uit Glasgow werd gebouwd.[1] Op 23 juli 1868 werd het schip onder commando van Kltz. J.A.H. Hugenholtz in dienst genomen.[2] Tussen 1896 en 1972 deed het dienst als logementschip. Onder commando van een marineofficier droeg het het predikaat Hr. Ms. Het is nu een museumschip in Hellevoetsluis.

De Buffel heeft een zusterschip: de Schorpioen. Samen vormden zij de kern van de vernieuwde Koninklijke Marine.

Geschiedenis[bewerken]

Pantserschip[bewerken]

De Buffel was bedoeld voor de verdediging van de Nederlandse kustwateren. Omdat Nederland zelf over onvoldoende kennis beschikte om pantserschepen te bouwen, vond de bouw plaats in Schotland. Tijdens de bouw van de Buffel werd ervaring opgedaan die voor de bouw van Zr. Ms. Guinea werd gebruikt, later door de Amsterdamse Rijkswerf.

Logementschip[bewerken]

Na een rustige carrière als pantserschip werd de Buffel omgebouwd, vanaf 1896 deed het schip dienst als logementschip.

Tijdens de Duitse aanval op Nederland in 1940 was de Buffel nog in dienst als logementschip en lag het in de Rijkswerf Willemsoord in Den Helder. Na de val van Nederland werd het schip door de Duitse bezetter naar Amsterdam versleept, om daar als logementschip dienst te doen.[1]

Na de Tweede Wereldoorlog werd het schip intact teruggevonden en als logementschip ingedeeld bij de onderzeedienst in Rotterdam. In 1948 keerde het schip terug naar Amsterdam om te gaan dienen als logementschip bij het Marine Etablissement Amsterdam.

Museumschip[bewerken]

Eén jaar na de uitdienstname van het schip in 1973 werd de Buffel verkocht aan Rotterdam. In Rotterdam werd het schip in de originele staat, als pantserschip, hersteld. Sinds 1979 was het schip te bezichtigen in het Maritiem Museum Rotterdam, waar het in de Leuvehaven als museumschip lag.[1]

Vanwege bezuinigingen werd de Buffel in het najaar van 2013 verplaatst naar Hellevoetsluis. Sinds 5 oktober ligt het schip in het Timmerdok van Droogdok Jan Blanken. De Buffel had daar ook al van 1896 tot 1920 als logementschip gelegen. De gemeente Rotterdam is nog steeds eigenaar van het schip, maar het beheer is nu door Stichting Museumschip de Buffel overgenomen. Later krijgt de Buffel zijn definitieve ligplaats aan de Koningskade, die nu onder constructie is.[3] Het is de bedoeling van de vrijwilligers van de Stichting Museumschip de Buffel om het schip in goede conditie te houden, zodat de volgende generaties er ook kennis van kunnen nemen.

Vanaf 15 december 2013 is het schip voor bezoek open op de tijdelijke ligplaats in het Droogdok Jan Blanken. Aan de Koningskade is een Maritiem Kwartier worden ontwikkeld, waarin de Buffel naast andere historische schepen, zoals de mijnenveger Bernisse, het lichtschip de Noord-Hinder en het stenen Droogdok Jan Blanken uit 1806, kan worden bezichtigd. Sinds 7 februari 2015 ligt de Buffel afgemeerd aan de Koningskade 2 in Hellevoetsluis waar het bezoekers kan ontvangen.

Externe Links[bewerken]

  • Stichting Museumschip de Buffel. "de Buffel".
  • maritiemdigitaal. "foto's".
Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b c Chris Mark Schepen van de Koninklijke Marine in W.O. II, uitgegeven in Alkmaar: De Alk bv, 1997, 160-163, met de gegevens van de Buffel.
  2. Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. "Maritieme kalender 23 juli".
  3. De Binnenvaartkrant. "Hellevoetsluis viert thuiskomst van Buffel", 13 januari 2014.