Achterstrengen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Achterstrengen
funiculus posterior medullae spinalis
Medulla spinalis - Section - Latin.svg
Doorsnede van de medulla oblongata door het lagergelegen deel van de decussatio pyramidum.1. Fissura mediana anterior.2. Sulcus medianus posterior.3. Cornu anterius (in rood), met 3’ radix anterior.4. Cornu posterius (in blauw), met 4’ radix posterior.5. Tractus corticospinalis lateralis.6. Funiculus posterior. De rode pijl, a en a’ geve het verloop van de fasciculus cerebrospinalis lateralis aan ter hoogte van de decussatio pyramidum; de blauwe pijl, b en b’ geven het verloop van de sensorische zenuwvezels weer.
Doorsnede van de medulla oblongata door het lagergelegen deel van de decussatio pyramidum.
1. Fissura mediana anterior.
2. Sulcus medianus posterior.
3. Cornu anterius (in rood), met 3’ radix anterior.
4. Cornu posterius (in blauw), met 4’ radix posterior.
5. Tractus corticospinalis lateralis.
6. Funiculus posterior. De rode pijl, a en a’ geve het verloop van de fasciculus cerebrospinalis lateralis aan ter hoogte van de decussatio pyramidum; de blauwe pijl, b en b’ geven het verloop van de sensorische zenuwvezels weer.
Gray's Anatomy 185,752
Dorlands/Elsevier f_17/12381349
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De achterstrengen (ook funiculus posterior of funiculus dorsalis) zijn het deel van de witte stof van het ruggenmerg dat gelegen is tussen de sulcus medianus posterior en het cornu posterius van de grijze stof.

De achterstrengen zijn nog onder te verdelen in een fasciculus gracilis en een fasciculus cuneatus. Ook in de achterstrengen is, net als bij de motorische homunculus bij de motorische schors, een zekere mate van somatotopie aanwezig, dit wil zeggen dat er overeenstemming is tussen de plek waar de zenuwvezels in het ruggenmerg liggen en de corresponderende plek in het lichaam. Zenuwvezels vanuit de sacrale, lagere gebieden liggen dicht bij de sulcus medianus posterior; zenuwvezels vanuit cervicale, hogere gebieden liggen meer anterior, vooraan, bij het cornu posterius.

De gnostische sensibiliteit, bestaande uit proprioceptie (de waarneming van de lichaamspositie in de ruimte), vibratiezin en fijne tastzin, verloopt ipsilateraal, aan de overeenkomstige kant, via de achterstrengen naar de medulla oblongata, waar de banen pas kruisen. Vandaar verlopen de banen via de lemniscus medialis door de hersenstam naar de contralaterale, ertegenover liggende, thalamus.