Achttienhoven (Zuid-Holland)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Achttienhoven
Plaats in Nederland Vlag van Nederland
Achttienhoven (ZH)
Situering
Provincie Vlag Zuid-Holland Zuid-Holland
Gemeente Vlag Nieuwkoop Nieuwkoop
Algemeen
Inwoners ca. 140
Overig
Woonplaats (BAG) Woerdense Verlaat
Portaal  Portaalicoon   Nederland

Beluister

(info)

Achttienhoven is een polder en buurtschap in de gemeente Nieuwkoop (provincie Zuid-Holland). Het ligt tussen Woerdense Verlaat en Zegveld, circa zeven kilometer ten noorden van Woerden. De statistische eenheid "Achttienhoven", die ook het omringende gebied bevat, telt circa 140 inwoners.[1]

Polder[bewerken]

Achttienhoven werd in de Middeleeuwen ontgonnen vanaf de Oude Rijn. Het is een veenontginning, die vooral voor veehouderij geschikt is. Rond 1300 is sprake van een bewoningskern om het Sint Maartens kerkhof. Met kerkhof wordt minder een begraafplaats bedoeld dan het terrein waarop de (houten) kerk heeft gestaan. In 2009 werd uitgebreid onderzoek gedaan naar de locatie van het dorpje rond de kerk, dat ook wel als Mi wordt beschreven. Kerk en dorp verdwenen uiteindelijk en Zegveld werd de nieuwe bewoningskern. In de polder Achttienhoven werd rond 1800 enige tijd turf gewonnen. De plassen van onder meer lusthof De Haeck herinneren hier nog aan. [2]

Gemeente[bewerken]

Tussen 1817 en 1855 was Achttienhoven een zelfstandige gemeente die soms "Achttienhoven en de Bosch" werd genoemd.[3] Het gemeentehuis stond in Woerdense Verlaat.[4] In 1855 werd Achttienhoven bij Nieuwkoop gevoegd. Sinds de gemeentelijke herindeling van 1989, wordt ook een klein deel van de voormalige gemeente Zegveld, tot Achttienhoven gerekend.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Statline: Kerncijfers wijken en buurten 2003-2005, Centraal Bureau voor de Statistiek, 1 januari 2005
  2. Jan van Es, "Grenswater", Utrecht, 2009
  3. "Repertorium van Nederlandse gemeenten", Ad van der Meer en Onno Boonstra. KNAW, 2006
  4. Achttienhoven kent eigen plaatsnaam niet, Reformatorisch Dagblad, 1 september 2009