Aleksandra Kollontaj

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Aleksandra Michajlovna Kollontaj (Russisch: Александра Михайловна Коллонтай), geboren als Aleksandra Michajlovna Domontovitsj (Russisch: Александра Михайловна Домонтович) (Sint-Petersburg, 31 maart [O.S. 19 maart] 1872Moskou, 9 maart 1952) was een Russisch revolutionaire, diplomate en feministe.

Kollontaj werd geboren als dochter van generaal Michail Domontovitsj en Aleksandra Masalin-Mravinski, dochter van een rijke Finse houtfabrikant. Kollontaj sloot zich aan bij de Russische Sociaaldemocratische Arbeiderspartij en sloot zich bij het uiteenvallen van die partij na enige aarzeling aan bij de mensjewieken. Na een periode in Scandinavië en de Verenigde Staten te hebben doorgebracht keerde ze in 1914 terug naar Rusland en sloot ze zich alsnog aan bij de bolsjewieken.

Na de Russische Revolutie van 1917 werd ze benoemd tot Volkscommissaris voor Sociaal Welzijn, en werd daarmee de hoogste vrouw in de communistische regering. In 1919 richtte ze de organisatie Zjenotdel op om de levensomstandigheden van de Russische vrouwen te verbeteren, het zette zich onder andere in in de strijd tegen analfabetisme en onderwees vrouwen over huwelijks-, arbeids- en onderwijswetten die na de revolutie waren ingevoerd. Kollontaj was een van de prominentste voorstanders van het socialistisch feminisme; zij verzette zich onder andere tegen het huwelijk en was voorstander van vrije liefde. In 1930 liet de Sovjetregering Zjenotdel opheffen.

Samen met Aleksander Sjliapnikov leidde ze een dissidente stroming binnen de communistische partij, de Arbeidersoppositie, die echter op last van Vladimir Lenin werd ontbonden. Wegens vriendschappen met hooggeplaatste personen wist Kollontaj de zuiveringen binnen de partij te overleven. Ze werd in 1923 benoemd tot ambassadeur in Noorwegen, waarmee ze de eerste vrouwelijke ambassadrice ter wereld was, in 1926 in Mexico en in 1930 in Zweden. In feite waren deze ambassadeursposten een soort politieke ballingschap (twijfelachtig? bron?), waarmee Kollontaj opvalt als een van de weinige critici binnen de communistische partij die de Grote Zuivering van Jozef Stalin heeft overleefd.

Na het einde van de Tweede Wereldoorlog legde Kollontaj alle politieke functies neer. Zij overleed in 1952.