André Pakosie
André Richard Matiematie Pakosie (Diitabiki, 25 mei 1955) is een Surinaams schrijver, kruidenkenner, natuurgeneeskundige, kabiten van de Okanisi of Ndyuka Marrons in Nederland en kenner van de Aukaanse cultuur.
André Pakosie schrijft proza en poëzie in het Nederlands, Sranan, Saamaka en Ndyuka (elf uitgaven) over de Surinaamse geschiedenis: De dood van Boni (1972) geeft de bosland-versie van het verhaal over de guerrillastrijder Boni. Over de vrijheidsstrijd van de marrons gaan De bevrijding van mijn volk (A fri fu mi pipel) (1973) en Gaanta Labi 1760 (1976). In het Aukaans verschenen het verhaal A Toli fu a Ogii M'ma [Het verhaal over de slechte moeder] (1976), Mbei goonliba jei (Opdat de wereld het hore) (1978), Een kritische analyse van de ontdekking van de Leeuwekoning van de Mandingo; ontdekking of volksbedrog?(1995);
Documentair van belang is Een beknopt overzicht van het ontstaan van de Bosnegerstammen de Lo de Bee en de Mama(osoe)pikin of Wosoedendoe (1976), Moeder- en kindzorg en andere geboorterituelen in een traditionele Marronsamenleving (1997), Kiya en gi-pangi, gebruiken rond volwassenwording van meisjes in de Ndyuka Marronsamenleving in Suriname (1998), Ontstaan en ontwikkeling van de Aleke, popmuziek van de Ndyuka (1999), Akontu Velanti, gaanman op het snijvlak van traditie en moderne tijd (2001), Writing in Ndyukatongo, a Creole language in South America (2003), Maroon Leadership and the Surinamese State, 1760-1990 (1996) en Gazon Matodja, Surinaams stamhoofd aan het eind van een tijdperk,1999. ln zijn dorp Sabanapeti aan de Oost-West-verbinding in Suriname (km 104) organiseerde hij culturele manifestaties. Premier Wim Udenhout werd er in 1985 ereburger, maar het mocht niet baten: in 1987 vluchtte Pakosie voor het oorlogsgeweld naar Nederland. Hij begon in Utrecht een fytotheek en zette het Marron-instituut stichting Sabanapeti op dat een documentatiecentrum beheert voor marronculturen. En hij legde zich toe op het schrijven van artikelen in het blad Siboga [Wegwijzer] en boeken over onder meer Gaanman Gazon Matodja. Journalistiek werk verscheen in de Weekkrant Suriname, Trouw, Volksnieuws en Het Parool. In 1974 stelde hij de Dag van de Marrons in waarop de Surinaamse Marrons gezamenlijk de strijd van hun voorouders tegen slavernij en voor vrijheid, herdenken en vieren. In 2000 werd André Pakosie door de hoogste gezagdrager van de Ndyuka Marrons, gaanman Gazon Matodja, benoemd tot Kabiten (hoogste vertegenwoordiger van het (Ndyuka) Marron traditionele gezag in het binnenland van Suriname) voor de (Ndyuka) Marrons in Nederland. Hij ontving daarbij ook als eerste de Gaanman Gazon Matodja Award. Pakosie werd in 2001 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau (Nederland) en Ridder in de Ere-Orde van de Gele Ster (Suriname).
Inhoud |
[bewerken] Over André Pakosie
André Pakosie is zelf een Ndyuka Marron. Hij is geboren en opgegroeid in het Surinaams tropische regenwoud en komt uit een familie van genezers en spirituele leiders. Sinds 1977 is hij 'dobuu-komfo', één van de hoogste spirituele leiders van de Ndyuka Marrons. In 1980 stichtte hij in Suriname het dorp en spiritueel- en gezondheidscentrum Sabanapeti.
[bewerken] Kort geding
In 2005 spande Pakosie een kort geding aan tegen Surinamedeskundigen Wim Hoogbergen en Dirk Kruit en hun uitgever vanwege volgens hem onware passages over zijn persoon in het boek De oorlog van de sergeanten, Surinaamse militairen in de politiek, waarin hij wordt beticht van het aannemen van een baan van Desi Bouterse in ruil voor steun tegen onheil (boze geesten) door obia en van het vervolgens aanbieden van obia aan zijn rivaal Ronnie Brunswijk, waarna hij zou zijn verjaagd door het Junglecommando omdat zijn obia niet werkte volgens hen (Moengo werd weer ingenomen door het leger ondanks een obia). Pakosie werkte echter reeds vanaf 1973 als ambtenaar voor de overheid en volgens hem was hij niet loyaal aan het regime van Bouterse. Ook zou hij op de vlucht zijn geweest naar Frans-Guyana voor Bouterse (na de moorden in Moiwana) en niet voor het Junglecommando.[1]
De auteurs erkenden geen causaal verband te kunnen aantonen tussen de obia's van Pakosie en zijn functie (een anonieme bron die zij op de zitting aanhaalden beschuldigde hem hier wel van[2]) en beloofden bij de rechtszaak de gewraakte passages te verwijderen uit latere drukken. De rechter oordeelde dat er weliswaar fouten in het boek stonden, maar Pakosie geen schadevergoeding toekwam.[3]
[bewerken] Externe link
- Website van het Marron-instituut stichting Sabanapeti (Een instituut van en door Marrons, gevestigd in Utrecht, Nederland, met informatie over Pakosie en zijn artikelen over de Marronsamenlevingen)
Bronnen, noten en/of referenties:
- ↑ Louis Alfaisie. Historicus Pakosie boos om passages in boek. De West.
- ↑ Dirk Kruijt en Wim Hoogbergen. Pakosie, Abaisa, de militairen en de Binnenlandse oorlog. De West.
- ↑ Pakosie wint veldslag maar verliest de oorlog. Suri Magazine (29 april 2006).
- Dit artikel is – met toestemming van de auteur – gebaseerd op een lemma uit Michiel van Kempen, Surinaamse schrijvers en dichters (Amsterdam: De Arbeiderspers, 1989).
- Michiel van Kempen, Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur. Breda: De Geus, 2003, deel II, pp. 871-873.