Aristarchus van Samos

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Aristarchus van Samos (Grieks: Αρίσταρχος ο Σάμιος; Aristarchos o Samios) (ca. 310 v.Chr. - 230 v.Chr.) was een Grieks astronoom en leerling van Strato van Lampsacus. Hij was de eerste astronoom die een heliocentrisch model van de "kosmos" voorstelde en wel gebaseerd op beredeneerde gronden. Zijn ideeën werden verworpen ten gunste van de theorie van Plato en Aristoteles en, een half millennium later, van Ptolemaeus.

Natuurwetenschappelijke ideeën[bewerken]

Relatieve afstand Aarde-Maan en Aarde-Zon[bewerken]

Het enige van Aristarchos bewaard gebleven werk is Περὶ μεγεθῶν καὶ ἀποστημάτων [ἡλίου καὶ σελήνης]) ("Over de afmetingen en afstanden [van de Zon en de Maan]"). Het lijkt uit te gaan van een geocentrisch wereldbeeld. In dit werk probeerde Aristarchus te bewijzen dat de afstand van de zon tot de aarde 20 x zo groot is als van de maan tot de aarde.

Hij berekende het als volgt: bij halve maan is de hoek Zon-Maan-Aarde 90°. Op hetzelfde moment mat hij de hoek Maan-Aarde-Zon. Dit lukte niet goed, want die hoek is moeilijk te meten, zie uitleg bij tekening. Aristarchus kon zo de relatieve lengten van de zijden Aarde-Maan en Aarde-Zon berekenen. Uit citaten van latere geleerden weten we dat hij heliocentrische ideeën had.

Middellijn van aarde en maan[bewerken]

Ook vergeleek hij in datzelfde boek de middellijn van de Aarde met de middellijn van de maan. Die was af te leiden uit de schaduw van de Aarde op de maan bij maansverduisteringen. Door die schaduw te bekijken, meende hij te zien dat de aarde een 3x zo grote middellijn heeft als de maan. (Het is dichter bij 3,7 x, maar 3 x was een redelijk goede benadering)

Aarde draait om de zon[bewerken]

Aristarchus' redenering. De zon zou ongeveer 400 x zo ver naar rechts moeten staan om goede verhoudingen te krijgen. Dit betekent dat hoek C ook vrijwel 90 graden is. Dit maakt duidelijk waardoor het voor Aristarchos zo moeilijk was de juiste verhoudingen te verkrijgen.

De zon is verder weg dan de maan en aanzienlijk groter dan de aarde - Aristarchos kwam uit op zeven keer! Op grond hiervan kwam hij tot de conclusie dat de aarde om de zon draait.

Dus volgens hem was de zon het centrum van het heelal, bewoog de aarde in één jaar om de zon en in één dag om haar eigen as en was de sfeer van de sterrenhemel onbeweeglijk en oneindig ver weg. Ook meende hij dat de maan geen licht uitzond, maar slechts het zonlicht reflecteerde. Het is echter niet zeker of hij het heliocentrisme slechts als hypothese overwoog of als bewezen propageerde zoals Seleucus van Seleucia later deed. De stoïcijnse filosoof Cleanthes meent dat de Grieken Aristarchus wegens goddeloosheid hadden moeten veroordelen. Dit zegt Plutarchus in zijn essay "Over het schijnbare gezicht in de bol van de maan" uit Moralia.[1]

Anaxagoras en Kepler[bewerken]

  • Anaxagoras had ongeveer 200 jaar voor Aristarchus uit Athene moeten vluchten omdat hij van de Zon zei dat ze een gloeiende steen kon zijn, wel zo groot als de Peloponnesos, en dat de Maan zijn licht van de Zon kreeg (en dat Zon en Maan dus geen goden waren.)
  • In 1634 verscheen tweeduizend jaar na Aristarchus postuum Keplers Somnium of "Maandroom". Kepler kwam in dit werk tot een berekening van de verhouding van de middellijn van Aarde en Maan, die overeen komt met de moderne berekening.

Vernoeming[bewerken]

De krater Aristarchus op de Maan is naar hem genoemd.

Voetnoten[bewerken]

  1. Plutarchus, p. 223.

Literatuur[bewerken]

  • Heath, Sir Thomas, Aristarchus of Samos - The Ancient Copernicus, A history of Greek astronomy to Aristarchus together with Aristarchus' treatise on the sizes and distances of the sun and moon, a new Greek text with translation and notes. (ISBN 0-486-43886-4)
  • The illustrated Encyclopedia of Astronomy and Space ISBN 0-690-01838-X

Externe links[bewerken]