Auguste van Pels

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Auguste van Pels-Röttgen (Buer, 29 september 1900 - tussen Raguhn en Teresienstadt, 9 april 1945) was één van de onderduikers in Het Achterhuis.

Auguste Röttgen trouwde op 5 december 1925 met Hermann van Pels. Hun zoon Peter werd geboren in 1926. In 1937 vertrok het echtpaar van Pels vanwege de Nazi dreiging in Duitsland naar Nederland en vestigden zich in Amsterdam, waar zij eerst een woning aan de Biesboschstraat betrokken, en in 1940 verhuisden naar de Zuider Amstellaan. Na een aantal vruchteloze pogingen om met het gezin naar Amerika te emigreren, duikt de familie van Pels op 13 juli 1942 onder tezamen met de familie Frank en tandarts Fritz Pfeffer aan de Prinsengracht 263.

Op 4 augustus 1944 worden de onderduikers verraden en opgepakt. Zij worden naar Westerbork getransporteerd en van daaruit met het laatste transport naar Auschwitz in september 1944. Ze werd van haar man en zoon gescheiden en bleef daarna kort bij Anne, Margot en Edith in het vrouwengedeelte van Auschwitz-Birkenau. Daarna ging ze naar Bergen-Belsen, waar ze Anne en Margot opnieuw tegenkwam. Vandaar ging ze naar Raguhn, een deel van Buchenwald. Op transport naar Teresienstadt overleed ze op 9 april 1945. Ooggetuige Rachel van Amerongen-Frankfoorder verklaarde dat Auguste van Pels door de Nazi's tijdens het transport op het treinspoor is gegooid en ter plekke om het leven kwam.[1]


Externe link[bewerken]

Voetnoten[bewerken]

  1. , Wie was wie in en om het Achterhuis? publisher = Anne Frank Stichting, 2013