Bandfilter

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bandfilter met twee gekoppelde LC kringen

Een bandfilter laat een bepaalde frequentieband – de doorlaatband – door en blokkeert frequenties die buiten deze band liggen. Het is dus eigenlijk een combinatie van een laagdoorlaat- en een hoogdoorlaatfilter. Bandfilters worden toegepast in de elektronica en optica, waar het om doorlating van elektromagnetische straling gaat.

Een oude toepassing van een bandfilter in de elektronica is het middenfrequentfilter in een superheterodyne-ontvanger.

Doorlaat karakteristiek bandfilter met twee gekoppelde LC kringen

Inhoud

[bewerken] Elektronica

[bewerken] Filter met twee slecht gekoppelde LC kringen

Het bandfilter in een middenfrequenttrap van een ontvanger wordt vaak uitgevoerd als 2 onderling slecht gekoppelde LC kringen. Kwaliteitsfactor Q en koppelfactor k bepalen samen bandbreedte en vlakheid van de filterkarakteristiek. Voor kQ = 1,2 wordt een vrijwel vlakke doorlaatkarakteristiek verkregen. Voor grotere waardes van kQ ontstaat een dip in het midden van de doorlaatband. Beide LC kringen moeten wel op dezelfde frequentie worden afgeregeld. De ingang van het filter wordt in de conventionele ontvangers gevoed door een stroombron, bijvoorbeeld de anodekring van een pentode of de collectorkring van een transistor. Op de uitgang wordt de volgende versterkertrap (met vaak weer een zelfde filter) of een detector aangesloten. De in de figuur getoonde karakteristieken horen bij een Q van 150. In werkelijke filters wordt deze demping niet bereikt door verliezen in de LC-kring. De grootste veroorzakers van die verliezen zijn de weerstanden van de niet-ideale spoelen. Ook de lekweerstand van de condensatoren kan voor extra verliezen zorgen, maar in het algemene geval zijn die verliezen verwaarloosbaar klein. De karakteristiek is typisch voor een bandfilter in een FM ontvanger met een doorlaatband rond 10,7 MHz en een bandbreedte van ongeveer 150 kHz voor k = 1/120.

[bewerken] Keramisch bandfilter

Keramische bandfilters maken gebruik van het piëzo-elektrische effect, gecombineerd met mechnische resonantie in keramische materialen. Dergelijke filters kunnen eenvoudig in grote aantallen gemaakt worden, en zijn door de fabrikant reeds op een bepaalde frequentie, bijvoorbeeld de standaard middenfrequenties van 455 kHz of 10,7 MHz, afgeregeld. Ze zijn in diverse bandbreedtes te verkrijgen. Er is dan bij productie van ontvangers geen omslachtig afrelgelwerk meer nodig. Resonanties in keramische filters zijn veel complexer dan in een elektrisch LC filter, en de karakteristieken van keramisch filters hebben - buiten de doorlaatband - vaak een wat grillig verloop. Ook de maximale onderdrukking van signalen buiten de doorlaatband is vaak maar matig (bijvoorbeeeld 30 dB). Duurdere filters gebruiken meerder elementen, en hebben daardoor een betere signaalonderdrukking buiten de doorlaatband. Typische in- en uitgangsimpedanties van zulke filters is 1 a 2 kOhm voor 455 KHz bandfilters en enkele honderden Ohms voor 10,7 MHz filters.

[bewerken] Optica

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen