Beleg van Port Arthur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Beleg van Port Arthur
Onderdeel van de Russisch-Japanse Oorlog
Datum augustus 1904 - januari 1905
Locatie huidige Lüshunkou, Mantsjoerije , China
Resultaat Russische overgave
Strijdende partijen
Flag of Japan.svgJapanse keizerrijk Flag of Russia.svg Keizerrijk Rusland
Commandanten
War flag of the Imperial Japanese Army.svg Maresuke Nogi
Naval Ensign of Japan.svg Heihachiro Togo
Flag of Russia.svg Anatoli Stessel
Troepensterkte
80.000-150.000 50.000
Verliezen
57.780 31.306
Russische soldaten in een loopgraaf vol dode Japanners.

Het Beleg van Port Arthur was een 6 maanden durende Japanse belegering van het fort bij Port Arthur, tijdens de Russisch-Japanse Oorlog. Het beleg ging ten koste van zware verliezen maar de val ervan bespoedigde wel het einde van de Russisch-Japanse Oorlog. Dit gebeurde dan onder voorwaarden die zeer gunstig waren voor de Japanners.

Voorgeschiedenis[bewerken]

Japan opende in 1853 voor het eerst in haar geschiedenis betrekkingen met de westerse wereld. Op dat ogenblik was Japan nog een natie met een hoog middeleeuws gehalte.

In 1894 werd de Eerste Chinees-Japanse Oorlog uitgevochten. Dit conflict ging over de controle van Korea. De in Engeland getrainde marine en het door Duitsland getrainde veldleger behaalden een klinkende overwinning en zo werd het Koreaanse territorium bij het Japanse gevoegd. Een verdere uitbreiding, naar het Liaodong-schiereiland, werd verijdeld door Ruslands verdrag met China en de daarop volgende Russische weigering om zich terug te trekken uit het gebied waar de ijsvrije haven van Port Arthur zich bevond. Deze haven bood een uitzonderlijk goede beschutting aan het Stille Zuidzee-eskader van tsaar Nicolaas II. Het bevel over deze vloot was in handen van admiraal Stepan Makarov.

De onderhandelingen over deze regio waren nog aan de gang toen de Japanse vloot onder admiraal Togo een verrassingsaanval uitvoerde tegen de Russische oorlogsbodems die bij Port Arthur gelegen waren. De Russische schepen moesten, na 2 dagen, zich terugtrekken binnen de bescherming van hun verdedigingswerken aan de kust.

Nu ze het overwicht op zee hadden, waren de Japanners in staat om vier legerkorpsen in en om Pitsewo aan land te brengen. Drie van deze korpsen zouden het Russische veldleger van Aleksej Koeropatkin aanvallen terwijl het vierde korps zich naar Port Arthur zou begeven om de belegering te starten.

De weg naar Port Arthur[bewerken]

Port Arthur lag in een laagte en was omgeven door een heuvelkam. Rondom de haven was een aaneengesloten verdedigingsnetwerk opgetrokken. Er waren twee linies waarvan die rond de stad maar liefst zes forten en diverse tussenversterkingen telden. De buitenste, 30 km lange, linie ging over de Groene Heuvels met Heuvel 203 in het noorden, Ta-Koe-Sjan en Sja-Goe-Sjan in het oosten (met uitzicht tot de haven van Spassk-Dalni) en Liao-Tie-Sjan in het westen.

Op 13 april 1904 begonnen de Japanners met nieuwe vlootmanoeuvres die de Russen dwongen zich wederom terug te trekken binnen hun havenbomen. Om de weg naar Port Arthur vrij te maken, moesten de Japanners Nanshan en de haven van Kintsjou trachten te veroveren. Na een dag en een nacht van harde gevechten slaagden de Japanners erin beide doelen te veroveren. Nu beide doelen bereikt waren, konden het Ie en het IIe korps oprukken richting Koeropatkin, die bij Liaoyang gelegerd was. Het IVe korps zou landen om een brug tussen beide korpsen te slaan en het IIIe korps trok, onder leiding van generaal Nogi, voorzichtig op richting de Groene Heuvels. Omdat hij numeriek in de minderheid was, wachtte hij tot er versterkingen en een belegeringstrein arriveerden. Het duurde tot eind juni voordat de Japanners alle Russische buitenstellingen onder controle hadden. Hierbij sneuvelden circa 4885 Japanse soldaten en verloren de Russen 40% van de door hen ingezette manschappen. Ondertussen had onderkoning admiraal Jevgeni Ivanovitsj Aleksejev, die het eigenlijke opperbevel over het gehele schiereiland had, Koeropatkin het bevel gegeven om een deel van zijn veldleger af te splitsen en richting Port Arthur op te rukken. Deze manoeuvre werd tenietgedaan door de voortdurende aanvallen van generaal Oyama Iwao en zijn drie korpsen.

Beleg van Port Arthur[bewerken]

Heuvel 203[bewerken]

Heuvel 203

Op 7 augustus viel de eerste granaat van de vijandelijke landbatterijen op Port Arthur. Tegelijkertijd werden er grote voorbereidingen getroffen om Heuvel 203 te bestormen en te veroveren. Van op deze heuvel kon de volledige stad en de haven onder vuur genomen worden. Een bijzonder strategisch punt dus.

De aanval ging van start tijdens de nacht van 23 op 24 augustus maar stuitte op hardnekkige en goed georganiseerde verdediging van luitenant-generaal Konstantin Smirnov; De Japanners rukten op in gesloten gelederen maar werden snel opgemerkt door de zoeklichten van de Russische verdedigers. De aanval had immers plaats over een open terrein dat naar de top toe natuurlijk gevormde stellingen had. De Japanners, die aanvielen met de bajonet en luide oorlogskreten, werden door geconcentreerd Russisch vuur bij bosjes afgemaakt. Het resultaat was geen bezetting van de Heuvel en meer dan 15.000 doden (tegenover 3.000 bij de verdedigers).

Relatieve rust[bewerken]

het slagschip Petropavlovsk vergaat

Hoewel de noordoostelijke buitenrand van de verdedigingswerken ingenomen en vastgehouden werd, was het augustusoffensief geen onverdeeld succes. Nogi's leger telde een groot aantal doden en gewonden en de vele zieken noodzaakte hem de nodige tijd te nemen om zijn leger te reorganiseren. De marine zat evenwel niet stil: De Japanse houwitsers dwongen het Stille-Zuidzee-eskader een uitbraak richting Vladivostok te ondernemen. Togo's marine was echter alert en dreef het grootste deel van de vloot terug de havens in. Hierbij gingen het vlaggenschip 'Tsarevitsj' en ettelijke slagschepen verloren. 5 slagschepen, 1 kruiser en 3 torpedoboten vluchtten naar een neutrale haven waar ze geïnterneerd werden.

Septemberoffensief[bewerken]

Japanse infanteristen bereiden een aanval voor

Het doel van dit offensief was wederom de verovering van Heuvel 203. De Japanners bestormden keer na keer de redoutes 2 en 3. De strijd kantelde enkele keren tot dat de Russen uit hun loopgraven werden verdreven. Nu de voorposten waren uitgeschakeld, werd de hoofdaanval in gang geblazen. De bestorming werd afgeslagen en de Japanners slaagden er maar niet in om stellingen te veroveren die meer waren dan wankele, kwetbare posities onderaan Heuvel 203. De Japanse verliezen stonden niet in verhouding tot het wel erg kleine voordeel dat behaald werd. Op 24 september werden ze dan ook terug gedreven uit hun slecht verdekte stellingen.

Op 28 september verlegden (te laat) de belegeraars het vuur van hun zware batterijen op het noordoosten van de binnenste verdedigingsgordel nabij Tsji-Kwan-Sjan. De marinebatterijen rekenden ondertussen af met de afgemeerde en dus hulpeloze Russische oorlogsbodems.

Alle activiteiten gedurende de maand september hadden bitter weinig opgeleverd, gezien het hoge aantal doden en gewonden aan beide zijden. De tactiek van aanvallen over open terrein in omstandigheden typisch voor een beleg had niet veel opgeleverd en moest bijgevolg bijgestuurd worden.

Einde van het beleg[bewerken]

Stessel (midden links) en Nogi (midden rechts) met hun staf na de overgave van Port Arthur.

Begin oktober werd de situatie van de Russen steeds penibeler. De forten waren dan nog wel intact, de stad en de haven waren quasi volledig vernield. Er was een nijpend gebrek aan proviand en medicijnen waardoor tyfus, scheurbuik en dysenterie overal aanwezig waren. De ziekenhuizen vulden zich met troepen die men niet kon vervangen. De Japanners bestookten het hele gebied dan ook nog met 11-inch-granaten en zware mortieren. Het nieuws dat Koeropatkins offensief op niets was uitgedraaid, was ook al geen al te goede zaak voor het moreel van de troepen.

Omdat de Japanners dan uiteindelijk toch overschakelden van bestorming naar belegering, konden ze nu wel dichterbij komen. Maar toch maakte ze weer de fout het laatste gedeelte van de afstand al lopend, in gesloten gelederen te overbruggen. Wederom werden ze bij bosjes neergelegd. Slechts enkele infanteristen slaagden erin de borstwering van fort 3 bij Tsji-Kwan-Sjan op 24 oktober te bereiken. Omdat Nogi er niet in geslaagd was de flanken uit te tellen, bleef ook deze aanval zonder gevolg.

Nu kwamen de Japanners in tijdnood: Port Arthur moest ingenomen worden vooraleer de Russische hoofdvloot vanuit Vladivostok zou arriveren. Om de nodige steun aan de marine te kunnen geven, moest het vuur van op Heuvel 203 geleid worden. Op 27 november viel de Heuvel dan toch na een nieuwe bestorming en hevige gevechten. Na 3 maanden intensieve strijd hadden de Japanners dan eindelijk hun positie om haven en stad volledig te bestrijken. Dit gebeurde dan ook onmiddellijk en in geen tijd was de resterende Russische vloot vernietigd. Begin december werd het fort Tsji-Kwan-Sjan met 2 gedynamiteerde sappen opgeblazen. Enkele seconden later stroomden de Japanse stormtroepen over de ingestorte verdedigingswerken. Het garnizoen, dat in allerijl versterkingen ontvangen had, vocht verbeten terug en bracht de aanvallers zware verliezen, 700 doden, toe. Na ongeveer 7 uur van bittere strijd hadden de Japanners het fort in handen. Ook Ehr-Loeng-Sjan wachtte de dynamitering en verovering, weliswaar na wederom hevige tegenstand.

Stössel was in het geheim aan onderhandelingen over de voorwaarden van de capitulatie begonnen met de generale staf van Nogi. Deze was niet van plan inschikkelijk te zijn met de meer dan 60.000 doden en vermisten in het achterhoofd. Ook de meer dan 30.000 gewonden in zijn hospitalen maakte van hem een onwrikbare onderhandelaar. Zodoende was de capitulatie op 3 januari 1905 feitelijk onvoorwaardelijk. Zo'n 23.000 Russen werden krijgsgevangen genomen.

Gevolgen[bewerken]

De val van Port Arthur maakte niet rechtstreeks een einde aan de Russisch-Japanse Oorlog, maar in Rusland groeide de oppositie tegen de oorlog wel elke dag.

Koeropatkin wist dat er nu meer troepen richting zijn leger konden gestuurd worden en plande een aanval tegen de 3 legerkorpsen van Oyama. Deze actie, die doorging op 26 januari, werd echter zo slecht uitgevoerd dat de Russen zich moesten terugtrekken tot aan Hai-ping-Kai. Om het tij te doen keren probeerde de Russische vloot de Japanse te verrassen. Tijdens de Slag bij Tsushima werd de Russische vloot verslagen door de Japanse.

Door een tussenkomst van president Roosevelt tijdens de vredesonderhandelingen, kreeg Japan de zuidelijke helft van het eiland Sachalin, kreeg het het recht om Zuid-Mantsoerije te pachten van China en werd de heerschappij over Korea volledig erkend.