Bloedrode heidelibel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bloedrode heidelibel
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2007)
Koppeltje,  links,  rechts
Koppeltje, Symbol mars.svg links, Symbol venus.svg rechts
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse: Insecta (Insecten)
Orde: Odonata (Libellen)
Onderorde: Anisoptera (Echte libellen)
Familie: Libelludae (Korenbouten)
Geslacht: Sympetrum (Heidelibellen)
Soort
Sympetrum sanguineum
Müller, 1764
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Insecten

De bloedrode heidelibel (Sympetrum sanguineum) is een libel uit de familie van de korenbouten (Libelludae).

De libel is in grote delen van zijn areaal een algemene soort die te herkennen is aan de dieprode kleur, hoewel het niet de enige libel is met een dergelijke kleuring. Het is met een vleugelspanwijdte tot 6 centimeter een middelgrote soort.

De bloedrode heidelibel komt voor in grote delen van Europa, waaronder België en Nederland. Het is hier een generalist die rond verschillende wateren leeft en een van de meest voorkomende heidelibellen (geslacht Sympetrum).

Verspreiding[bewerken]

De bloedrode heidelibel komt voor in grote delen van Europa, met uitzondering van noordelijk Scandinavië. Ook in Groot-Brittannië komt de soort voor, vooral in het centrale en oostelijke deel, in het westen en noorden is de soort minder algemeen.[2] In het verleden zijn waarnemingen bekend uit de omgeving van Glasgow. Ook in Ierland komt de soort overal in het land voor, met uitzondering van het uiterste noorden. De soort is vooral bekend uit De Burren en de Irish Midlands, de centrale vlakte van Ierland.[3]

De bloedrode heidelibel is in België vrij algemeen en komt verspreid over het gehele land voor.[4] In Nederland is de soort zeer algemeen.[5] Het is de meest voorkomende heidelibel en zelfs één van de meer algemene soorten Nederlandse libellen.[6] Het verspreidingsgebied strekt zich oostelijk uit tot in Siberië en in zuidelijke richting tot in noordelijk Afrika. In Afrika komt de libel plaatselijk voor. In Zuidelijk Europa, rond het Middellandse Zeegebied, ontbreekt de soort in het zuidelijk deel van het Iberisch Schiereiland, Italië en de meeste Mediterrane eilanden.[3]

De habitat bestaat uit gebieden met stilstaande tot langzaam stromende wateren, er is enige tolerantie voor brakwater.[2] Er dient voldoende onderwatervegetatie aanwezig te zijn en boven het water uitstekende planten als riet en bies, zoals mattenbies (Schoenoplectus lacustris).[2] De larven prefereren onderwaterplanten als lisdodde Typha en paardenstaart (Equisetum).[3]

De soort staat op de Rode Lijst van de IUCN als niet bedreigd, beoordelingsjaar 2007.[1]

Kenmerken[bewerken]

Detail kop mannetje.
Rustend vrouwtje.

De bloedrode heidelibel dankt zijn naam aan de dieprode kleur van de mannetjes, de vrouwtjes zijn geel gekleurd. De soortnaam sanguinea betekent 'bloedrood'. In andere talen verwijst de naam ook naar de rode kleur, zoals het Engelse ruddy darter wat 'blozende libel' betekent.

De lichaamslengte ligt tussen 34 en 36 millimeter, de spanwijdte van de vleugels is 50 tot 60 millimeter.

De kop heeft twee grote facetogen (2) die aan de bovenzijde tegen elkaar komen, dit is een onderscheid met de juffers en de rombouten. Achter de ogen is het 'achterhoofd' of occiput aanwezig (1). Het onderste deel van het oog is lichter. Naast samengestelde ogen die uit vele kleine oogjes of ommatidiën bestaan, heeft de libel ook drie kleine bij-oogjes of ocelli (3). Deze zijn klein en moeilijk zichtbaar, ze zijn tussen de samengestelde ogen gelegen. Het bovenste deel van de voorzijde van de kop wordt frons genoemd (4). De frons en de ogen van het mannetje zijn roodbruin van kleur, die van het vrouwtje bruin. Onder de frons is de clypeus (5) gelegen, dit is het 'gezicht' van een insect. Bij libellen is de clypeus echter relatief klein. Onder de clypeus is de labrum (6) gelegen; dit is de bovenlip van een insect. Het corresponderende labium of onderlip is niet te zien op de afbeelding. Wel zijn de mandibels (7) zichtbaar, waarmee prooien worden vermalen.

Het borststuk is roodbruin en draagt de krachtige voor- en achtervleugels en de drie paar poten. De vleugels zijn doorzichtig en hebben geen donkere dwarsbanden zoals bij sommige soorten. Aan de vleugelbasis is een oranje kleur aanwezig, waarvan het oppervlak groter is dan bij soorten als de bruinrode en steenrode heidelibel, maar een echte oranje vlek zoals bij de geelvlekheidelibel ontbreekt. De kleur wordt veroorzaakt door een fijne oranje beharing. Het pterostigma, de gekleurde cellen van de vleugels, zijn bij mannetjes roodbruin gekleurd, bij vrouwtjes bruin. De mannetjes vallen op door hun opvallend rode lichaam, ze zijn daarom op het eerste gezicht te verwarren met andere rood gekleurde soorten zoals de vuurlibel. Van andere heidelibellen zijn zowel het mannetje als het wijfje echter relatief eenvoudig te onderscheiden door de volledig zwarte poten. De zwarte poten zijn een onderscheid met veel andere soorten die in de lengte geel gestreepte poten hebben. De gelijkende vuurlibel heeft rode poten en is hieraan te onderscheiden.

Het achterlijf is bij mannetjes helder rood van kleur, met kleine zwarte vlekken op de achterste segmenten van het achterlijf Ook aan de onderzijde van het achterlijf zijn zwarte vlekjes aanwezig. Het mannetje heeft een duidelijke insnoering van het achterlijf aan het vierde segment, waardoor een enigszins knotsvormige achterlijfspunt ontstaat. Het achterlijf van het vrouwtje is in eerste instantie geel van kleur maar wordt later bruingeel. Jonge mannetjes hebben een geelbruine kleur achterlijf, als ze zijn uitgekleurd, wat enkele dagen kan duren, komt de rode kleur tevoorschijn. Tot die tijd zijn ze makkelijk met vrouwtjes te verwarren. Oudere vrouwtjes kunnen soms een wat rode kleur van het achterlijf krijgen, maar nooit zo bloedrood als de mannetjes.

Onderscheid met andere soorten[bewerken]

De bloedrode heidelibel kan verward worden met verschillende soorten. De mannetjes zijn bij alle soorten rood van kleur, terwijl de vrouwtjes meestal geelbruin zijn. Een uitzondering is de zwarte heidelibel, die overwegend zwart van kleur is, zowel de mannetjes als de vrouwtjes. In de onderstaande uitklapbare tabel zijn de belangrijkste verschillen opgesomd met andere bekende heidelibellen die voorkomen in westelijk Europa.

Levenswijze[bewerken]

Paringstandem.
Larve, verstopt in de modder.
Etend mannetje.

De levenswijze van de bloedrode heidelibel is identiek aan die van andere libellen; de larve jaagt onder water op diertjes, de volwassen libel is eveneens een rover die zijn prooien vliegend vangt maar zich voornamelijk bezighoudt met de voortplanting. De larve is meestal nachtactief terwijl de libel alleen overdag te zien is, en dan bij zonnig weer. Libellen hebben zonlicht en -warmte nodig om snel te kunnen vliegen. Als het te heet wordt neemt de libel de karakteristieke obeliskhouding aan, waarbij de lichaamspunt naar boven wordt gericht. Hierdoor vangt het lichaam minder zonlicht waardoor oververhitting van het lichaam wordt tegengegaan. Dit gedrag is wel bij andere korenbouten bekend maar niet van alle libellen.

Voortplanting en ontwikkeling[bewerken]

De bloedrode heidelibel is een soort die pas relatief laat tevoorschijn komt en voornamelijk vliegt van juli tot oktober. De mannetjes wachten op een uit-stekende tak bij het water op een vrouwtje om te paren. Als andere mannetjes zich aandienen worden deze verjaagd. Bij de paring wordt gebruikgemaakt van een paringsrad, de paring begint in de lucht en eindigt zittend. Opmerkelijk is dat de eitjes in de regel niet in het water worden afgezet, waar de larven zich ontwikkelen, maar op de oever. Hier overwinteren de eitjes in de modder om pas het volgende jaar met een flinke regenbui worden afgevoerd naar het water. Soms worden de eitjes te ver van het water afgezet waardoor ze geen kans maken. Eitjes die in het water worden afgezet, komen waarschijnlijk nog voor de winter uit en overwinteren als larve.

De larve leeft een jaar onder water waarbij verschillende vervellingen worden ondergaan. In de laatste stadia worden de vleugels zichtbaar als kleine schubjes aan het achterlijf. Als de larve zich volledig heeft ontwikkeld kruipt deze op een stengel en scheurt uit zijn oude huid. Dit gebeurt van eind mei tot september, met een piek in juli en augustus.[6]

Voedsel en vijanden[bewerken]

De larve is net als alle libellenlarven een geduchte rover die van kleine diertjes leeft. Deze worden gevangen met het vangmasker, een uitstulpbaar deel van de kop dat twee kaken bevat. De prooien worden hiermee bliksemsnel gegrepen en leeggezogen. De larve is een belangrijke bron van voedsel voor veel grote vissen. Om aan vissen te ontkomen en prooidieren te kunnen verrassen, is de larve 's nachts actief. De volwassen libel is eveneens een carnivoor die kleine vliegende diertjes uit de lucht plukt. Deze kunnen tijdens het vliegen worden opgegeten, ook wordt wel geland om de prooi op te eten. Libellen hebben sterke kaken (mandibels) waarmee de prooi aan stukjes wordt geknipt.

Ook de vijanden van de bloedrode heidelibel zijn hetzelfde als die van andere libellen, vooral vogels proberen een libel uit de lucht te plukken. Ze belanden soms in een spinnenweb of worden gegrepen door insectenetende wespen zoals de hoornaar. De grootste vijand is echter de winter; als de temperaturen aan het eind van de herfst dalen sterven de libellen massaal. Libellen kunnen niet als volwassen insect overwinteren en brengen de koude periode door als larve of in het ei.

Indeling en taxonomie[bewerken]

De bloedrode heidelibel is één van de ruim zestig soorten uit het geslacht Sympetrum (Heidelibellen), waarvan veel soorten die een Nederlandse naam hebben met heidelibel aan worden geduid. Bij veel soorten zijn de mannetjes rood van kleur en de vrouwtjes meer bruinachtig maar er zijn uitzonderingen. De heidelibellen maken weer deel uit van de korenbouten (Libellulidae), een familie van kleurrijke echte libellen. In Nederland leven ongeveer 20 soorten korenbouten, waarvan de helft tot de heidelibellen behoort (geslacht Sympetrum) [7]

De bloedrode heidelibel werd voor het eerst in 1764 wetenschappelijk beschreven door Otto Friedrich Müller als Libellula sanguinea.
Er zijn twee synoniemen;[8]

  • Diplax armeniaca Selys, 1884
  • Libellula sanguinea Müller, 1764

Afbeeldingen[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronvermelding[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties

Referenties

  1. a b (en) op de IUCN Red List of Threatened Species.
  2. a b c Arkive. Ruddy darter (Sympetrum sanguineum)
  3. a b c Ulster Museum. Sympetrum sanguineum, Muller, 1764
  4. Waarneming.be - Bloedrode heidelibel- Website
  5. Waarneming.nl - Bloedrode heidelibel (Sympetrum sanguineum) - Website
  6. a b Libellennet. Bloedrode heidelibel
  7. Libellen Net - Soortenlijst korenbouten - Website
  8. Biolib - Sympetrum sanguineum - Website

Bronnen

  • (nl) Libellennet - Bloedrode heidelibel - Website
  • (nl) H. Bellmann & W.R.B. Heitmans - Insecten van Europa - bloedrode heidelibel - Website
  • (en) British Dragonfly Society - Ruddy Darter Sympetrum sanguineum - Website
  • (en) Arkive - Ruddy darter (Sympetrum sanguineum) - Website