British Rail

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Stationsbord met het logo van British Rail

British Rail (BR), tot 1965 British Railways (Britse Spoorwegen), werd in 1948 opgericht nadat de overheid de vier private spoorwegmaatschappijen ('Big Four') nationaliseerde. De maatschappij werd in 1996 ontbonden en vervangen door private maatschappijen.

Het interbellum en WO II[bewerken]

In 1923 werden heel wat kleine spoorwegbedrijven gehergroepeerd (Railways Act 1921). Hierbij ontstonden vier grote bedrijven:

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de bedrijven onder staatsgezag geplaatst. Dit hield in dat ze privaat eigendom bleven, maar dat de overheid toch enige invloed op de maatschappijen kon uitoefenen.

Op 1 januari 1948 werden de vier grote bedrijven door de staat overgenomen. Deze overname maakte deel uit van de nationaliseringspolitiek van de sociaal democratische Labourregering van Clement Attlee.

Modernisering[bewerken]

In 1955 waren de spoorwegen zeer verouderd en werd het eerste moderniseringsplan uitgevoerd. Zo reden er nauwelijks elektrische treinen, het volledige verkeer was gebaseerd op stoom. Op het vasteland was men veel verder gevorderd, dus werd het tijd om ook het spoorwegnet in Groot-Brittannië aan te pakken. De modernisering kostte de staat 1,25 miljoen pond en werd over drie belangrijke domeinen gespreid: - elektrificatie; - sein- en spoorvernieuwing; - nieuw rollend materieel.

Het moderniseringsplan mislukte echter en de trein kreeg steeds meer concurrentie van het autoverkeer, zowel voor passagiers- als voor vrachtvervoer.

Richard Beeching[bewerken]

In 1961 kwam Richard Beeching aan het hoofd te staan van de maatschappij. Beeching werd in 1913 geboren als tweede zoon uit een zeer gewoon arbeidersgezin van vier kinderen uit Kent. Al snel bleek dat Richard een zeer uitmuntende leerling was. Zijn ouders deden het onmogelijke om hem een opleiding te kunnen geven. Hij haalde de allerhoogste onderscheiding op de Imperial School in Londen, waarna hij het doctoraatsdiploma in fysica haalde.

In 1961, na een blitscarrière bij ICI, een Engelse chemiereus, kwam hij als gedelegeerd bestuurder bij British Railways. In '63 stelde hij zijn controversiële reorganisatieplan voor. Er kwam een doorgedreven rationaliserings- en kostenbesparende politiek. Hij berekende dat de helft van de stations 95% van de inkomsten genereerde, slechts de helft van de spoorlijnen was rendabel, 80% van het verkeer werd gedragen door 20% van het netwerk. Het plan leidde tot de afschaffing van 26.000 kilometer sporen en 2000 stations, de modernisering van 5000 kilometer lijnen en de afschaffing van de stoomtreinen. Beeching introduceerde ook de term IC (InterCity) en de containertreinen. 70 000 mensen verloren hun job. De maatregelen van Beeching hebben de Britse komedieserie Oh, Doctor Beeching! sterk geïnspireerd. In '67 beëindigde Beeching zijn werk bij de Britse Spoorwegen.

De laatste stoomtrein reed in augustus 1968. Enkele jaren later veranderde British Railway in British Rail.

In 1980 werd het bedrijf opgesplitst in: Network, Intercity, Regional, Freightliner, Southeast.

Jaren tachtig[bewerken]

Tijdens de moeilijke jaren tachtig, een periode van zware economische problemen, was de conservatieve regering van Margaret Thatcher aan de macht in het Verenigd Koninkrijk. Zij ging ervan uit dat overheidsbedrijven geldverslindende bodemloze vaten zijn. Daarom werden veel staatsbedrijven geprivatiseerd, zoals British Telecom. In 1996 werd British Rail door de conservatieve John Major (opvolger van mevr. Thatcher) geprivatiseerd.

Privatisering[bewerken]

De regering was echter zeer onpopulair. De verkiezingen van 1997 zouden hoe dan ook door Tony Blairs Labour (sociaal democratisch) gewonnen worden, waardoor de privatisering in verhoogd tempo werd doorgevoerd. Zelfs de voorstanders van de privatisering erkennen dat dit resulteerde in een onvoldoende voorbereide privatisering.

Er zijn dan ook heel wat kritieken op de privatisering: de stiptheid en de dienstverlening daalde, de ticketprijzen stegen, de oorspronkelijke private netwerkbeheerder Railtrack verwaarloosde jarenlang belangrijke en noodzakelijke verbeterings- en beveiligingswerken, de kostprijs van infrastructuurwerken rees de pan uit wegens financieel wanbeleid, sommige treinbedrijven gingen failliet waardoor de overheid de treindienst verder moest uitbaten. Dit alles had tot gevolg dat de overheid uiteindelijk meer belastinggeld aan de spoorwegen besteedde dan voor de privatisering.

Na het zware treinongeval in Hatfield in 2000 waarbij 4 doden vielen, wat het gevolg was van slechte rails, moest Railtrack in het hele land meer dan 1200 snelheidsbeperkingen afkondigen. Dit leidde gedurende meer dan een jaar tot enorme chaos. Als gevolg van dit ongeval dook Railtrack diep in de rode cijfers, in 2001 werd het bedrijf overgenomen door de staat onder de naam Network Rail.

Er zijn echter ook positieve zaken uit de privatisering gekomen: het aantal reizigers steeg exponentieel (meer dan 50%), de private spoorbedrijven investering enorm in nieuw materieel, de frequentie van de treinen verhoogde, nieuwe stations werden geopend, spoorlijnen en stations die eerder werden gesloten werden heropend en het spoorverkeer werd veel dynamischer.

Veerdiensten[bewerken]

British Rail exploiteerde ook diverse veerdiensten. Vanaf 1968 werden deze bestuurd door een afzonderlijke "Shipping and International Services Division" van British Rail. In 1970 werd voor de veerdiensten de marketingnaam Sealink geïntroduceerd, een naam die ook op de romp van de schepen werd aangebracht. Met ingang van 1 januari 1979 werden de veerdiensten verzelfstandigd tot Sealink UK Ltd.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]