Buitenkerk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Buitenkerk
Buitenkerk
Buitenkerk
Plaats Kampen
Portaal  Portaalicoon   Christendom

De Buitenkerk (of Onze Lieve Vrouwe kerk) in Kampen was bij de bouw de tweede parochiekerk van Kampen en werd gewijd aan Maria.

De naam "Buitenkerk" is in de 14e eeuw ontleend aan de plek van de kerk, het nieuwe stadsdeel de Buitenhoek, dat oorspronkelijk buiten de stadsmuur lag.

De bouw[bewerken]

In 1369 begon bouwmeester Rutger van Ceulen aan de bouw van deze Mariakerk. Als eerste werd het priesterkoor gebouwd. Aanvankelijk bedoeld als een kruiskerk, maar later gewijzigd tot een hallenkerk. In deze vorm met drie hallen is het één van de weinige in Nederland. De onregelmatige plattegrond hangt samen met een aantal verbouwingen, die het gebouw in de 15e eeuw onderging.
Als laatste werd de toren in 1453 opgericht.

De toren[bewerken]

In 1453 wordt er aan de toren van de O.L.-Vrouwekerk getimmerd. Aan het eind van die eeuw bestaat de toren uit drie vierkante geledingen met een achtkantige hoogoprijzende open lantaarn, afgedekt met een kleine spits. In 1481 heeft Geert van Wou, de beroemde klokkengieter, drie grote klokken gemaakt die in de toren zijn opgehangen.

In 1609 stort door verzakking het bovenste deel van de 70 meter hoge toren in. De klokken van Geert van Wou gaan hierbij verloren. De toren is door voortdurende verzakkingsproblemen nooit meer in haar oude glorie hersteld. In 1627 wordt de resterende onderbouw met een plat dak afgedekt.

In 1683 heeft meestertimmerman Jan de Jonge de scheefzakkende toren weer recht weten te krijgen. In 1685 zal hij hetzelfde voor de toren van de Bovenkerk voor elkaar krijgen.

In het begin van de negentiende eeuw (1817) wordt het dak van de toren vervangen door een tentdak. Rond 1870 krijgt de toren een korte spits en een omloop van kantelen met hoektorentjes. In 1950 wordt dat weer teruggebracht naar de situatie van 1817. Een vrij stompe spits tooit nu het overgebleven deel van de toren, waardoor het geheel een massief aanzicht heeft.

Sinds 1980 hangt er een gelui van drie klokken in de toren, gegoten door klokkengieterij Eijsbouts te Asten.

Gebruik, verval en restauratie[bewerken]

De kerk was tot ca. 1580 in gebruik bij de Rooms Katholieken. Na de verovering van de stad door de prinsgezinden, werd het gebouw ingericht voor de gereformeerde eredienst. Tegen het einde van de 18e eeuw werd het gebouw nauwelijks meer voor de eredienst gebruikt, zodat het in verval raakte. Nadat rond 1800 de fraaie ruimte als paardenstal door verschillende legers was gebruikt, was het verval volledig.

Lodewijk Napoleon, koning van Holland, stelde in 1809 de oude Buitenkerk ter beschikking van de Kamper Katholieken, die zich tot dusver met twee schuilkerkjes hadden moeten behelpen.
De kerk werd door de toenmalige pastoor niet meer dan "een hoop stenen" genoemd. Toch nam de kleine Katholieke gemeenschap het herstel ter hand. In de loop van de 19e eeuw volgden diverse restauraties, gedeeltelijk naar de ideologie van de neo-gotiek.

Het toenemende verval in de 20e eeuw leidde in 1963 tot sluiting, in verband met instortingsgevaar. De hierop volgende grootscheepse restauratiewerkzaamheden werden in 1977 beëindigd. Prins Claus von Amsberg verrichtte de feestelijke ingebruikname.

Direct na Pasen 2010 is de kerk opnieuw een tijd gesloten voor restauratie. Door nieuwe technieken is de fundering op een aantal plaatsen voorzien van palen die door de veen- en kleilagen heen tot op een dikke zandlaag staan. Hierdoor wordt het verzakken tegengegaan dat eeuwenlang reden was tot scheurvorming in muren en gewelven. Ook in en rond de kerk zijn aanpassingen en verbeteringen gedaan. De eerste viering waarbij de kerk weer in gebruik is genomen is op Eerste Paasdag 2011.

Het orgel[bewerken]

Orgel

In de Buitenkerk bevonden zich vóór de Reformatie twee orgels. Een klein orgel mogelijk uit de eerste helft van de 15de eeuw, bevond zich in de apsis rechts van het priesterkoor en wordt in 1592 overgebracht naar de Broederkerk. Een groot orgel wordt in de tweede helft van dezelfde eeuw tegen de westmuur van de kerk gebouwd.

Dit orgel wordt in de loop van de eeuwen herhaaldelijk verbouwd en aangepast. In 1754 krijgt Albertus Antoni Hinsz de opdracht het te restaureren, om te bouwen en te plaatsen in een nieuwe orgelkast, ontworpen door C. Stromberg. Hinsz gebruikt daarbij veel materiaal van het oude orgel uit de 16de en 17de eeuw, maar voegt ook enkele nieuwe stemmen toe.

Bij de ingebruikname van de kerk door de katholieken in 1810 wordt het orgel op een oksaal geplaatst, om zo ook ruimte te creëren voor het zangkoor. Ook in de 19de en 20ste eeuw ondergaat het orgel meerdere restauraties en veranderingen. Bij de laatste restauratie in 1974-1976 wordt het teruggebracht naar de toestand van 1754.

Met zijn 20 registers behoort het orgel zeker niet tot de grootste van Nederland. Maar door zijn vele zeer oude pijpen (10 registers dateren nog uit de 16de en 17de eeuw) heeft het, ook internationaal gezien, een grote historische waarde.

Externe links[bewerken]