Chiesa di San Pietro di Castello

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Chiesa di San Pietro di Castello
Het oorspronkelijke klooster, later kruitfabriek.
Kerk en campanille
Interieur

De Chiesa di San Pietro di Castello is een katholieke kerk in de sestiere Castello in Venetië (Italië).

Geschiedenis[bewerken]

De Chiesa di San Pietro di Casttelo is van groot belang in de geschiedenis van Venetië. De kerk ligt op het vroegere eiland Olivolo dat nu een deel van Castello is. Hier waren de eerste nederzettingen en het eerste religieuze, politieke en economisch centrum van Venetië. De eerste kerk was gewijd aan de Byzantijnse heiligen Sergio en Bacco en dateert uit de zevende eeuw. De huidige nieuwe kerk is gewijd aan St. Peter de Apostel.

Episcopaal was de kerk afhankelijk van het patriarchaat van Gradi van 775 tot 1451. Vervolgens werd het zelf de zetel van de patriarch van Venetië en was de kathedraal het spirituele en administratieve centrum van het religieuze Venetië.

Met de val van de Republiek van Venetië was er geen staatsgodsdienst meer. In 1807 werd op verzoek van Napoleon de patriarchale zetel overgebracht naar Basilica di San Marco die tot dan de staatkerk van de Doge was. Met de overdracht van de bisschoppelijke zetel werd het klooster naast de kerk omgetoverd tot een kruitfabriek op last van Eugène de Beauharnais, de onderkoning van Italië.

Het huidige uitzicht van het gebouw is het resultaat van de werkzaamheden uitgevoerd tussen het einde van de zestiende en de eerste decennia van de zeventiende eeuw. De renovatie van de gevel werd ontworpen door Francesco Smeraldi op basis van een eerder ontwerp van Andrea Palladio uit 1556.

Buitenkant[bewerken]

Het grondplan van het gebouw zoals nu te zien dateert uit 1120, datum waarbij de oude kerk uit 841 vernietigd werd door een brand. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de koepel van de kerk tweemaal getroffen door Oostenrijkse vliegtuigbrandbommen. Het gebouw bestaat uit drie beuken met een driedelige gevel en ronde apsissen.

Aan de zijkant stond ooit de doopkapel van San Giovanni Battista dat nu verloren is. De huidige gevel is gebaseerd op de plannen van Andrea Palladio uit 1568, maar de plannen werden toch niet volledig gerespecteerd. De driedelige gevel bevat een centraal fronton ondersteunt door vier kolommen. Alles is versierd met een bas-reliëf door beeldhouwer Marsili. De stijl kan omschreven worden als klassiek.

De Campanille, begonnen in 1463, werd beschadigd door de bliksem en herbouwd in 1482 door Mauro Codussi. Het geheel is bedekt met Istrische steen en is het eerste renaissancewerk in zijn soort in Venetië. De oorspronkelijke koepel werd vervangen door een veelhoekige spits.

Binnenkant[bewerken]

Het grondplan van de kathedraal heeft de vorm van een Latijns kruis, verdeeld in drie beuken en bekroond met een enorme koepel.

De binnendecoratie is uit de 17de, gerealiseerd na de brand die het meubilair en de schatten van de oude kerk verwoest. Het hoogaltaar met ingelegd veelkleurig marmer, gebouwd in 1649 naar een ontwerp van Baldassare Longhena, met een urn met daarin de resten van de eerste patriarch van Venetië, San Lorenzo Giustiniani. Ter versterking van de oorspronkelijke charme van deze oude kerk staat de antieke troon of marmeren stoel die volgens de legende toebehoorde aan de apostel Petrus toen hij bisschop van Antiochië werd.

Het kunstwerk is uit de dertiende eeuw en bevat Arabisch-islamitische inscripties uit de Koran. De meest prominente werken in de kerk zijn het meesterwerk “de straf van de slangen”van Pietro Liberi (1660) en het unieke grote houten kruis met koper in reliëf.

Het is een mix van Romeins-Byzantijnse onderdelen uit de veertiende eeuw. Van groot belang zijn is ook de kapel Vendramin en Lando in het noordelijk transept dat het eerste werk van Baldassare Longhena was. Het bevat een prachtig schilderij “Madonna met kind”van Luca Giordano (1650) en een laatgotische met een mozaïek bezet altaarstuk van Zuccato. Het orgel van de 18de eeuw is van de beroemde Dalmatische kunstenaar Pietro Nachin. Het hoogaltaar werd opgericht in 1646 door Clemente Moli en herbergt de overblijfselen van de Heilige Justinianus, de eerste patriarch van Venetië.