Dalit

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een Dalit vrouw te Mumbai in 1942

De Dalits of de Onaanraakbaren vormen een groep mensen in India, onderaan de maatschappelijke ladder. Zij zijn buiten het kastenstelsel gesloten. Dalit is oorspronkelijk een woord uit het Marathi.

Het gaat om een groep van ruim 260 miljoen mensen, die voornamelijk in India leven en ook in Bangladesh, Nepal, Pakistan en Sri Lanka. Volgens de volkstelling van 2001 was 16,2% van de Indiase bevolking een dalit, dat komt neer op 166.635.700 mensen.[1]

Algemeen[bewerken]

Officieel worden ze in India 'scheduled castes' genoemd. Mahatma Gandhi sprak graag van 'harijan', dat betekent door God bemind. De naam 'dalit' is afgeleid van het Sanskriet 'dal'. Dit woord betekent gebroken, uitgesloten, onterecht. De dalits zien daarom in hun naam een geuzennaam die hen oproept om te strijden voor hun politieke en economische rechten en voor maatschappelijke erkenning.

Het kastenstelsel is een ruim 2000 jaar oud systeem, dat mensen verdeelt in verschillende groepen. Deze groepen hebben een bepaalde positie in de maatschappij. Bovendien zijn er aan de kasten bepaalde rechten en plichten verbonden. Het kastenstelsel is gebaseerd op het idee dat mensen fundamenteel ongelijkwaardig zijn. Die ongelijkwaardigheid komt speciaal tot uiting in het begrip rituele onreinheid, dat niets te maken heeft met gebrek aan hygiëne in moderne medische zin; hindoes die elk contact met onaanraakbaren schuwen, zullen als pelgrim zonder bezwaar water drinken uit de heilige rivier de Ganges, ook al drijven daar lijken om hen heen. Er bestonden vier groepen:

De dalits vielen buiten deze indeling; ze waren kasteloos. Ze mochten niet door leden van de kasten worden benaderd. Een belangrijk gegeven van het kastenstelsel is dat kasten erfelijk zijn. Voor ieder kind wordt al voor de geboorte bepaald welke positie hij of zij zal hebben in de maatschappij.

Men kan geen hindoe worden, men wordt geboren als hindoe en in de kaste. Als men teruggaat naar de oorsprong van de kasten dan komt men rond 1500 v.Chr. De bevolking van de Indusvallei bestond voornamelijk uit boeren met hun eigen lokale goden, zoals de god van de Maan, de Zon, de Regen, alle goden waar men bang voor was. De Ariërs die naar de Indusvallei (het huidige Noord-India en rond de Ganges) afzakten hadden de Veda's en het geloof in de oppergoden, ook zij hadden reeds het kastensysteem. Men kan heel eenvoudig stellen dat autochtonen kasteloos werden en invallers de heersers (zie Amerika en Australië).

Dalits doen het smerigste werk voor het laagste loon, zoals het opruimen van dode mensen en dieren, het ontstoppen van riolen, het schoonmaken van toiletten en het wassen van kleren die zijn bevuild met bloed of uitwerpselen.

Omdat dalits ritueel onrein zijn, moeten ze buiten het dorp wonen. Ze mogen geen gebruik maken van de dorpspomp en er zijn voor hen vaak aparte kopjes bij theestalletjes. Leden van andere kasten willen niets aanraken waar een dalit aan heeft gezeten.

Kastendiscriminatie is na de onafhankelijkheid van India formeel verboden. Maar het kastenstelsel bestaat in de praktijk nog steeds. Dalits worden nog altijd buitengesloten en vernederd. Soms worden ze zelfs gelyncht of gemolesteerd. Ook de kastelozen hebben indelingen of gildes: iemand die met leer werkt staat lager dan iemand die schoonmaakt enz. Maar er is nog op heden een subkaste bij de dalits en die zijn zo laag, dat ze op 15 meter van een hogere moeten blijven, met andere woorden ze mogen de schaduw niet aanraken, ze hebben geen recht op werk en ze hebben geen recht op een dak boven hun hoofd.

De staat India heeft programma's voor de verheffing van deze mensen: het reserveringenbeleid. Dit is een vorm van positieve discriminatie en houdt in dat een aanzienlijk deel van de overheidsbanen en de studieplaatsen moeten worden 'gereserveerd' voor minderheden en de laagste klassen als de dalits. Maar in de praktijk wordt ook dalits in betere posities regelmatig te verstaan gegeven dat ze maar onaanraakbaren zijn. Bovendien geldt het reserveringenbeleid alleen voor overheidsfuncties. In de privésector hebben dalits nog steeds minder kansen op werk. Dankzij internet komen de dalits meer en meer aan de bak, maar meestal in bedrijven gerund door kastelozen.

Het oplossen van kastendiscriminatie wordt bemoeilijkt door conservatieve bewegingen, waaronder de Hindoetva-beweging.

Het kastensysteem staat in de Veda's, de heilige geschriften, die zijn op deze duizenden jaren niet aangepast. In de Veda's staat dat men in zijn kaste geboren wordt. Door het reïncarnatiegeloof is het zo goed als onmogelijk om dit te wijzigen zonder het oudste geloof van de aarde te wijzigen.

Waarom aanvaarden de dalits hun lot? Wel dat is door het geloof. Als zij in dit leven hun karma en moksha aanvaarden en volgen, dan komen ze beter terug, en anders erger. Als je dit gelooft, dan stopt elke argumentatie.

Dalits zelf hebben zich zowel in Zuid-Azië als internationaal georganiseerd binnen het International Dalit Solidarity Network (IDSN). Binnen dit netwerk hebben zij kastendiscriminatie op de agenda van de Europese Unie en de Verenigde Naties gezet. Het Dalit Netwerk Nederland maakt onderdeel uit van dit internationale netwerk.

In het huidige India, waar armoede meer en meer voorkomt, mag men een straatarme niet met een dalit verwarren. Veel brahmanen (priesters) die per definitie niet werken, zijn verarmd, soms te vlug en hebben dan niets meer. Een dalit zal niet vlug bedelen, dat zijn meestal de nomaden of de verarmde veehoeders. De dalits van de sloppenwijken behoren dikwijls tot de kaste van de zakkenrollers en bedelaars.

De positie van de dalit-vrouwen[bewerken]

Dalit-vrouwen worden gezien als een afhankelijk aanhangsel van de man. In alle lagen van de samenleving blijft het voor de vrouwen moeilijk een zelfstandig bestaan op te bouwen. Het onderdanige gedrag van de echtgenote garandeert de eer van de man.

Dalit-vrouwen zijn driemaal onderdrukt: ten eerste als armen, ten tweede als vrouwen en ten derde als dalits. Aanranding en verkrachting van dalit-vrouwen en -meisjes is op het Indiase platteland aan de orde van de dag.

Vooral mannen uit hogere kasten beschouwen de werkende vrouwen als vrije buit. Het idee is dat dalits geen beschikking over hun eigen leven en lichaam hebben, maar altijd en op alle denkbare manieren hogere kasten moeten bedienen. Ook binnen de dalit-gemeenschap zelf is geweld tegen vrouwen een groot probleem.

De meest extreme vorm van uitbuiting van dalit-vrouwen is het systeem van tempelprostitutie. De prostituees, jogoni's, worden op jongere leeftijd door een oudere prostituee ingewijd. Bij bepaalde feesten hebben jogoni's een rituele functie. Zij worden dan gedwongen tot zeer vernederende praktijken zoals het bijna naakt voor het hele dorp moeten dansen. In grote steden is weinig tempelprostitutie, maar handel van dalit-vrouwen voor commerciële prostitutie is een business in opkomst.

Straffeloosheid van geweld tegen dalit-vrouwen houdt dit geweld in stand. Vrouwen die aangifte willen doen worden vaak weggestuurd door politieambtenaren, die vrijwel altijd van een hogere kaste zijn.

Dalit-vrouwen komen steeds sterker op voor hun rechten. Er zijn veel organisaties van dalit-vrouwen, zoals de organisatie CaRDS (Community and Rural development Society).

De bekendste strijdster voor de rechten van dalit-vrouwen is Ruth Manorama. Zij won in 2006 de Right Livelihood Award, de alternatieve Nobelprijs.

In 2006 vond de eerste internationale conferentie over de rechten van dalit-vrouwen plaats in het Stadhuis van Den Haag, op uitnodiging van Burgemeester Deetman.

Op 13 mei 2007 werd een dalit-vrouw, Mayawati Kumari, beëdigd als premier van de dichtstbevolkte Indiase staat Uttar Pradesh. Dit nadat haar Bahujan Samaj Party bij de deelstaatverkiezingen de absolute meerderheid had behaald.

Zie ook[bewerken]

  • Paraiyar, subgroep in het zuiden van India en op Sri Lanka
  • Adivasi, in stamverband levende groepen, door de Indiase overheid de Scheduled Tribes genoemd

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties