Positieve discriminatie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Positieve discriminatie is het opzettelijk bevoordelen van bepaalde bevolkingsgroepen wanneer er sprake is van gelijke geschiktheid. Bijvoorbeeld voor een vacature of een opleiding. Het doel is meestal om het aandeel van deze bevolkingsgroepen te verhogen, waardoor de ongelijkheid wordt verminderd.

Positieve discriminatie richt zich meestal op het bevoordelen van vrouwen en allochtonen en in mindere mate op mensen met een lichamelijke handicap.

Algemeen[bewerken]

In Nederland is een tijdje de term positieve discriminatie in gebruik geweest om aan te geven dat voor bepaalde typen werk de voorkeur uitging naar vrouwelijke kandidaten, omdat vrouwen in die categorieën gediscrimineerd werden. Positieve discriminatie is eigenlijk een eufemisme, want wanneer er onderscheid wordt gemaakt, wordt er altijd een partij benadeeld. Inmiddels heeft de term zijn eufemistische karakter grotendeels verloren en wordt hij voornamelijk nog gebruikt door tegenstanders. Voorstanders geven tegenwoordig de voorkeur aan een nieuw eufemisme: voorkeursbeleid.

Redenen[bewerken]

Voor positieve discriminatie worden de volgende redenen gegeven:

  • De betreffende bevolkingsgroepen worden in de praktijk gediscrimineerd en hebben daarom extra hulp nodig om een baan of promotie te krijgen.
  • De betreffende bevolkingsgroepen zijn in het verleden gediscrimineerd en daardoor ondervertegenwoordigd in bepaalde functies. Met het juiste voorkeursbeleid zetten we de fouten van vroeger weer recht.
  • De mensen die bevoordeeld zijn zullen een voorbeeldfunctie vervullen voor andere leden uit de betreffende bevolkingsgroep. Zo kan het feit dat er vrouwelijke of allochtone ministers zijn, andere vrouwen en allochtonen inspireren om ook carrière te maken.
  • Een voorkeursbeleid kan ook als doel hebben om een bedrijf of team meer divers te maken. Wanneer een afdeling geheel uit blanke mannen bestaat kan juist de komst van een vrouw of iemand uit een andere cultuur tot andere invalshoeken leiden.

Kritiek[bewerken]

Er wordt ook kritiek geuit op positieve discriminatie. De praktijk leidde zowel onder feministen als onder mannen tot protest. De belangrijkste kritiekpunten zijn:

  • De huidige generatie wordt gecompenseerd voor het onrecht in de vorige generatie. Een man zal in sommige gevallen minder makkelijk voor een bepaalde functie worden aangenomen dan een vrouw, ook al was hij even geschikt of beter. Hij moet dus boeten voor wat zijn voorouders deden.
  • Hierdoor is het in sommige gevallen mogelijk dat niet de beste maar de meest correcte beslissing genomen wordt. Een bedrijf of overheidsinstelling zal ook liever de beste kandidaat kiezen, maar is gedwongen in haar oordeel een minder effectieve keuze te maken. Dit wordt door voorstanders tegengesproken, omdat er alleen sprake is van positieve discriminatie bij gelijke geschiktheid. Tegenstanders geven aan dat met name overheidsinstellingen vaak quota stellen voor het aantal allochtonen en vrouwen dat op managementsposities moet worden geplaatst waardoor de keus voor een blanke man in bepaalde gevallen niet eens toegestaan is.
  • De kwaliteit van een nieuwe medewerker wordt soms onterecht in twijfel getrokken, omdat men denkt dat de aanstelling of het arbeidsverleden het gevolg is van positieve discriminatie, en niet van de eigen prestaties. Dit werkt discriminatie (en mobbing) juist weer in de hand.
  • Positieve discriminatie helpt bepaalde groepen waardoor andere groepen het nóg zwaarder krijgen, zoals gehandicapten en blanke mannen die in een achterstandswijk zijn opgegroeid. Eerst komt immers de gecompenseerde groep aan bod, daarna de personen in de 'neutrale' positie, en ten slotte deze achterstandsgroep.
  • De gecompenseerde groep voelt zich "betutteld".
  • Ook voeren tegenstanders vaak aan dat de te bevoordelen groepen niet ondervertegenwoordigd zijn door discriminatie maar doordat ze zelf minder ambities hebben. Voorstanders stellen weer dat dit gebrek aan ambitie juist komt door een gebrek aan voorbeeldfuncties.

Voorbeelden uit het buitenland[bewerken]

Ook in het buitenland wordt aan positieve discriminatie gedaan.

  • In Zweden bestaat het parlement altijd voor de helft uit vrouwen en voor de helft uit mannen. Ook bij de samenstelling van de ministerraad wordt dezelfde verdeling nagestreefd.
  • In Noorwegen moet de directie van een beursgenoteerd bedrijf verplicht voor veertig procent uit vrouwen bestaan.
  • In India lopen al tientallen jaren programma's om Dalits (kastelozen) binnen het ambtenarenapparaat te halen.
  • In de Verenigde Staten zijn veel rechtszaken gevoerd rondom dit onderwerp. Eén van de uitkomsten is dat het sinds 2003 verboden is om voor opleidingsplaatsen een voorkeursbeleid op basis van etniciteit of geslacht te voeren. Voorkeursbeleid op sociale klasse is wel toegestaan.
  • In Slowakije is positieve discriminatie helemaal verboden.
  • Binnen de besluitvorming van de Europese Unie vindt ook positieve discriminatie plaats. Kleine landen worden voor hun gebrek aan invloed gecompenseerd met onevenredig veel vertegenwoordigers in het Europese parlement. Hierdoor heeft Luxemburg één parlementslid per 80.000 inwoners, terwijl dit bij Duitsland één per 800.000 inwoners is.
  • Bij het solliciteren op EU-vacatures worden in de praktijk na iedere toetredingsronde de kandidaten uit de nieuw toetredende landen bevoordeeld, omdat alle landen ook in het Europese ambtenarenapparaat vertegenwoordigd moeten zijn en er nog geen ambtenaren uit betreffende landen zijn.
  • In Zuid-Afrika zijn sinds de leiderschap van het ANC via Black Economic Empowerment ("regstellende aksie") duizenden blanken ontslagen om plaats te maken voor zwarte werklieden, ongeacht de vakkundigheid. Dit heeft geleid tot een explosieve groei van blanke armoede, massale emigratie en de daaropvolgende kennisvlucht.[1][2]
    De economie van Zimbabwe (in deze grafiek vergeleken met Sub-Saharisch Afrika) heeft zwaar geleden onder een extreme vorm van positieve discriminatie.
  • In Zimbabwe werd de agricultuur voor jaren genomineerd door een kleine groep blanke boeren. Vanaf het jaar 2000 werden zij door de regering van Robert Mugabe van hun boerderijen verdreven om plaats te maken voor de grotendeels onervaren zwarte bevolking van het land. Dit was een van de oorzaken van de daaropvolgende economische chaos in Zimbabwe.[3]

Regeerakkoord 2012[bewerken]

Volgens het Regeerakkoord 2012 komt er een quotum voor bedrijven met meer dan 24 werknemers, dat aangeeft hoeveel arbeidsgehandicapten het bedrijf in dienst moet hebben. Dit quotum wordt in zes jaar opgebouwd tot vijf procent. Bedrijven die hier niet aan voldoen krijgen een boete van 5.000 euro per arbeidsplaats per jaar.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties