Mandala

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Mandala
Mandala Bellamy.JPG
Tibetaans དཀྱིལ་འཁོར།
Wylie dkyil 'khor
Vereenvoudigd Chinees 曼荼羅
Portaal  Portaalicoon   Tibet

De mandala (Sanskriet: मण्डल voor cirkel) is een generieke term uit de Tibetaanse kunst en het Tibetaans boeddhisme voor een plan, kaart of geometrisch patroon dat metafysisch of symbolisch de kosmos uitbeeldt. Het concept heeft een hindoeïstische oorsprong, maar wordt ook veel in het Tibetaans boeddhisme gebruikt.

Een bijzondere vorm is de zandmandala die, omgeven met rituele ceremonies, wekenlang tot in minutieus detail wordt vervaardigd met kleine korreltjes zand, waarna het later weer ceremonieel wordt vernietigd en aan de natuur (stromend water) wordt teruggegeven.

De psychiater Carl Gustav Jung zag de mandala als voorstelling van het onbewuste zelf.

Herkomst[bewerken]

De stijl van de beeltenissen volgde in eerste lijn de Indiase periode van de Gupta's en de hindoeïstische kunst. Mandala's dienen als meditatievoorwerp die de beoefenaar moet ondersteunen zich te concentreren op de betreffende motief en de daarmee tot uitdrukking gebrachte leerinhoud.

De oudste mandala (mv), behorend tot het boeddhisme zijn gevonden in de Mogao-grotten in Dunhuang, West-China, en in Japan. Ze zijn in beide vindplaatsen geschilderd op opgerolde zijde (scrolls) en dateren van ca. de 9de eeuw. (in Klimberg-Salter, 1982, p. 115). De oudste mandala behorend tot het Himalaya-boeddhisme zijn aangetroffen in de Dukhang gompa in Ladakh. Ze dateren van de bouw van de gompa die plaatsvond tussen de jaren 1175 en 1200 nC. Ladakh behoort vandaag tot India, maar was ooit afwisselend zelfstandig of behorend tot Tibet. Het boeddhisme in deze regio is nog tot in de 21ste eeuw de Tibetaanse uitdrukkingsvorm. In de Dukhang gompa zijn muurschilderingen aangetroffen die de "negen mandala" van Boeddha Vairocana, van bodhisattva of boeddha Manjushri, en van Prajñaparamita verbeelden. Prajñaparamita, Perfectie van Wijsheid, is in zijn oudste vorm een van de eerste mahayana boeddhistische geschriften; er werd later een menselijke vorm aan gegeven.

In de hindu Rig-Veda wordt de term mandala's gebruikt voor de gestructureerde kennis die kan gereciteerd worden. Elk van de 10 boeken is een mandala. Bijvoorbeeld wordt de negende ook wel de Soma mandala genoemd.

Deze opvatting van mandala in abstracte vorm werd door het boeddhisme overgenomen in bepaalde architecturale vorm. In de Ellora-grotten in Centraal-India, die tussen de jaren 700 en 730 werden ingericht, zijn ieder van de drie verdiepingen in grot 12 gearrangeerd als evenzovele mandala, waarbij een Boeddha het centrale deel verbeeldt, en bodhisattvas op in de kardinale windrichtingen zijn geplaatst. Die architecturale vorm wordt in later eeuwen teruggevonden in gompa in de westelijke delen van de Himalaya, zoals in de Tabo 'dukhang' die gebouwd werd in 996 nC. (Snellgrove en Skorupski, 1977, dl.II, p.147)

Opbouw[bewerken]

Een mandala, en in het bijzonder het midden, kan tijdens de meditatie worden gebruikt als object om de aandacht op te richten. De symmetrische geometrische vorm zorgt ervoor dat de aandacht automatisch op het midden wordt gericht.

Bij een mandala gaat het om een precies werk met nauwgezet gedefinieerde uitbeelding van een hemels/goddelijk paleis dat in het centrum staat en gewoonlijk is weergeven door een vierkant dat omgeven is door een cirkel. Deze wordt meestal uitgebeeld door een boeddha of een bodhisattva.

Afhankelijk van het motief kan een veelvoud aan verschillende figuren worden gebruikt, variërend van verdere boeddha's, bodhisattva's, godheden, demonen en belangrijke geestelijken. Ook worden andere symbolen gebruikt, zoals rituele voorwerpen, gebouwen, abstracte geometrische vormen, enz.

Gebruik in de architectuur[bewerken]

De Borobudur op Java is een mándala in de boeddhistische zin van het woord. De bouw van de Borobudur volgde de mandala zoals dit in het Indiase tantrisme werd verstaan; de Borobudur is noch geïnspireerd op Tibetaanse voorbeelden, noch zijn Tibetaanse mandalas een uitvloeisel van architecturale voorbeelden zoals deze op Java. Hier, zowel in het Himalaya-voorbeeld als in het Javaanse, werden twee verschillende interpraties van een zelfde principe gevolgd: de representatie van het geheel van de cosmos en de deelaspecten daarvan.

Ook dienden mandala's als model in de Tibetaanse architectuur voor bouwtekeningen en voorschriften van gebouwen en tempelcomplexen. De toegangsportalen, woongebouwen, gebedshallen en heiligdommen werden gebouwd zoals in een mandala was voorgeschreven, waardoor de tweedimensionale symbolische modellen in feite driedimensionaal werden uitgebeeld.

Literatuur[bewerken]

  • Anneke Huyser: Mandala’s maken: een bezinnend en creatief proces : Ankh-Hermes, Deventer, 1994. ISBN 90 202 6999 2. (vertaald in Duits voor Goldmann München]
  • Anneke Huyser: Mandala’s Kleuren: Ankh-Hermes,Deventer,1996. ISBN 90 20281046

Zie ook[bewerken]