Demonstratiesport
Een demonstratiesport is een sport die tijdens een groter evenement wordt beoefent met als doel zichzelf te promoten.
Het meest bekend waren de demonstratiesporten bij de Olympische Spelen tussen 1912 en 1992. Het organiserende land voegde één of meerdere lokale of lokaal populaire diciplines toe aan het officiële programma. Er werden ook medailles uitgereikt aan de winnaars, hetzij van een kleiner formaat dan de medailles van de olympische sporten. Een aantal sporten hadden ook als doel op het olympisch programma te komen, en zeven daaronder lukten daarin. Tennis werd na een dispuut in 1928 geschrapt van het programma en uiteindelijk weer opgenomen na als demonstratiesport te zijn gespeeld. Na de spelen in Barcelona werd het programma zo uitgebreid dat demonstratiesporten toevoegen te moeilijk werd. Het Internationaal Olympisch Comité vereist immers dat de demonstratiesporten gelijkwaardig werden behandeld als de officiële sporten.
Demonstratiesporten die een olympische sport werden [bewerken]
jaartal introductie als olympische sport: sport - mannen/vrouwen (jaartallen als demonstratiesport)
Zomerspelen [bewerken]
- 1936: Basketbal - m (1904)
- 1936: Kanoën - m (1924)
- 1964: Volleybal (1924)
- 1988: Tennis - m/v (1968, 1984)
- 1992: Honkbal - m (1912, 1936, 1956, 1964, 1984, 1988)
- 1992: Badminton - m/v (1972, 1988)
- 1992: Judo - v (1988)
- 2000: Taekwondo - m/v (1988, 1992)
Winterspelen [bewerken]
- 1960: Langebaanschaatsen - v (1932)
- 1992: Freestyleskiën - m/v (1988)
- 1992: Shorttrack - m/v (1988)
- 1998: Curling - m (1932, 1936, 1988, 1992)
| Bronnen |