Dyspraxie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Dyspraxie
Coderingen
ICD-10 F82
ICD-9 315.4
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Dyspraxie is een motorische ontwikkelingsstoornis die leidt tot problemen bij het plannen en coördineren van motorische handelingen. Het is een stoornis bij het correct verwerken van informatie door de hersenen. Vaak gaat dyspraxie samen met problemen met de spraak, taal, waarnemen, denken en gevoelige tastzin. Verondersteld wordt dat dyspraxie veroorzaakt wordt door onvolgroeidheid of vertraging in de ontwikkeling van neuronen en bij ongeveer 2% van de bevolking zichtbaar is.

Dyspraxie staat ook bekend als: Developmental Dyspraxia, Developmental Co-ordination Disorder, DCD, Sensory Motor Disorder, Sensory Integration Dysfunction, Perceptuo Motor Difficulty, en in combinanatie met ADHD: Damp. Vroeger werd ook de term Clumsy Child Syndrom gebruikt, maar deze is inmiddels afgeschaft, omdat deze inaccuraat is en beledigend kan overkomen. In het DSM-IV is de aandoening ingedeeld bij de ontwikkelingsstoornissen (315.4).

Kenmerken van dyspraxie[bewerken]

  • Onhandigheid
  • Het niet automatiseren van motorische handelingen
  • Slechte houding
  • Moeite met organiseren en structureren van bijvoorbeeld schoolspullen, huiswerk, en de eigen gedachtegang
  • Onhandig/lomp/langzaam lopen en/of rennen
  • Verwarring over welke hand moet worden gebruikt
  • Moeilijkheden met het gooien en vangen van een bal
  • Gevoelige tastzin
  • Gevoelig voor de structuur van bijvoorbeeld kleding en verschillende soorten eten
  • Gevoelig voor geluid
  • Last hebben van tics
  • Minder goed kortetermijngeheugen. Het vergeten van wat de vorige dag is geleerd
  • Pover bewustzijn van het eigen lichaam
  • Problemen met lezen en schrijven
  • Een pen niet goed kunnen vasthouden, met slordig schrift en eventueel pijn tijdens het schrijven als gevolg
  • Langzaam schrijven
  • Slecht richtingsgevoel
  • Niet kunnen huppelen, hinkelen of fietsen
  • Langzaam leren zichzelf aan te kleden of zelf te eten
  • Simpele vragen niet kunnen beantwoorden, terwijl het antwoord wel bekend is
  • Spraakproblemen, laat leren praten of onsamenhangend praten
  • Fobieën of obsessief gedrag
  • Moeite met het gebruik van bestek en/of koken
  • Ongeduld
  • Slechte concentratie
  • Aversie hebben tegen zaken zoals haar borstelen, tandenpoetsen, of haren en/of nagels knippen enz.
  • Niet tegen het dragen van pleisters kunnen
  • Moeilijkheden bij het uiten van emotie
  • Tot late leeftijd in bed plassen
  • Moeite met sociale vaardigheden
  • Moeite met oriënteren op onbekende plaatsen of om de weg er te vinden

Combinatie met andere aandoeningen[bewerken]

Verschillende bronnen melden dat dyspraxie in combinatie voor kan komen met andere aandoeningen. Hieronder zijn er een paar genoemd.

Bron
  • Dit artikel is in zijn oorspronkelijke vorm overgenomen met toestemming van www.adhdxtra.nl