Eigenwoningforfait

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Beluister

(info)

Het eigenwoningforfait is een regeling in de Nederlandse Wet inkomstenbelasting 2001. Het eigenwoningforfait is een fictief inkomen dat de bezitter van een eigen woning moet optellen bij zijn inkomen uit werk en woning in box 1 (het woongenot zonder betaling van huur wordt door de regering beschouwd als een soort inkomen in natura[1]). Het belastingvoordeel dat men per saldo heeft van de eigen woning is daardoor kleiner dan het belastingvoordeel van alleen de hypotheekrenteaftrek. Het eigenwoningforfait is vastgesteld op een percentage van de WOZ-waarde.

De aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld zorgt ervoor dat de eigen woning nooit tot gevolg heeft dat men per saldo meer belasting betaalt. Deze aftrek bedraagt het verschil als de aftrekbare rente lager is dan het eigenwoningforfait.

De Commissie Van Dijkhuizen heeft voorgesteld de eigen woning geleidelijk te verhuizen van box 1 naar box 3.

De waarde van de woning en het percentage (inclusief villagrens)[bewerken]

Het eigenwoningforfait is geregeld in artikel 3.112 van de Wet IB 2001. Het is een percentage van de door de gemeente vastgestelde WOZ-waarde. De vermelde tarieven van 2015 t/m 2018 gelden bij ongewijzigd beleid en gelijke gemiddelde stijging van de huurprijzen en de eigenwoningwaarden, en gelijkblijvende "villagrens".

WOZ-waarde 2018 2017 2016 2015 2014[2][3] 2013
€ 0 t/m € 12.500 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00%
€ 12.501 t/m € 25.000 0,25% 0,25% 0,25% 0,25% 0,25% 0,20%
€ 25.001 t/m € 50.000 0,40% 0,40% 0,40% 0,40% 0,40% 0,35%
€ 50.001 t/m € 75.000 0,55% 0,55% 0,55% 0,55% 0,55% 0,45%
€ 75.001 t/m villagrens* 0,70% 0,70% 0,70% 0,70% 0,70%[4] 0,60%[5]
Waarde hoger
dan villagrens
€ 7.350
+ 2,35% boven
de villagrens
€ 7.350
+ 2,35% boven
de villagrens
€ 7.350
+ 2,35% boven
de villagrens
€ 7.350
+ 2,05% boven
de villagrens
€ 7.350[6]
+ 1,80% boven
de villagrens
€ 6.360
+ 1,55% boven
de villagrens
*) Villagrens € 1.040.000 € 1.040.000 € 1.040.000 € 1.040.000 € 1.040.000 € 1.040.000
WOZ-waarde 2012 2011 2010 2009 2008 2007
€ 0 t/m € 12.500 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00%
€ 12.501 t/m € 25.000 0,20% 0,20% 0,20% 0,20% 0,20% 0,20%
€ 25.001 t/m € 50.000 0,35% 0,30% 0,30% 0,30% 0,30% 0,30%
€ 50.001 t/m € 75.000 0,45% 0,40% 0,40% 0,40% 0,40% 0,40%
€ 75.001 t/m villagrens* 0,60% 0,55% 0,55% 0,55% 0,55% 0,55%
Waarde hoger
dan villagrens
€ 6.240
+ 1,30% boven
de villagrens
€ 5.610
+ 1,05% boven
de villagrens
€ 5.555
+ 0,80% boven
de villagrens
€ 5.500
+ 0,55% boven
de villagrens
€ 9.300
+ 0,00% boven
de villagrens
€ 9.150
+ 0,00% boven
de villagrens
*) Villagrens € 1.040.000 € 1.020.000 € 1.010.000 € 1.000.000 € 1.690.909 € 1.663.636
WOZ-waarde 2006 2005 2004 2003 2002 2001
€ 0 t/m € 12.500 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00%
€ 12.501 t/m € 25.000 0,20% 0,20% 0,30% 0,30% 0,30% 0,30%
€ 25.001 t/m € 50.000 0,30% 0,35% 0,50% 0,50% 0,50% 0,50%
€ 50.001 t/m € 75.000 0,40% 0,45% 0,65% 0,65% 0,60% 0,60%
€ 75.001 t/m villagrens* 0,55% 0,60% 0,85% 0,80% 0,80% 0,80%
Waarde hoger
dan villagrens
€ 8.900
+ 0,00% boven
de villagrens
€ 8.750
+ 0,00% boven
de villagrens
€ 8.500
+ 0,00% boven
de villagrens
€ 8.200
+ 0,00% boven
de villagrens
€ 8.000
+ 0,00% boven
de villagrens
€ 7.800
+ 0,00% boven
de villagrens
*) Villagrens € 1.618.182 € 1.458.333 € 1.000.000 € 1.025.000 € 1.000.000 €   975.000

Wijzigingen waarvoor niet de procedure van een wetswijziging is vereist zijn die gebaseerd op IB art. 10.3, 3e t/m 6e lid, die regels geven voor aanpassingen van de percentages en bedragen (behalve het percentage van de "villabelasting") bij ministeriële regeling, op basis van de ontwikkeling van de huurprijzen en de eigenwoningwaarden. Dit is de laatste jaren vaak een verhoging doordat huren stijgen en eigenwoningwaarden dalen. Wijzigingen waarvoor niet de procedure van een wetswijziging is vereist zijn verder die op basis van IB art. 10.3a, dit zijn verhogingen van het laatste percentage, dat van de "villabelasting". In 2011 is het percentage opgehoogd naar 1,05%, en in 2012 naar 1,30%, om in 2016 te eindigen op 2,35%. De verhoging per jaar is 0,2571%-punt (uitgaande van het niet afgeronde oude percentage), met afronding naar beneden van het resultaat op een veelvoud van 0,05%-punt.[7][8][9] Op 28 januari 2011 deelde het kabinet mee dat de indexatie van de villagrens elk jaar zal blijven plaatsvinden.[10][11][12] In 2013 is het bedrag, net als veel andere bedragen in de wet, niet geïndexeerd.

In veel gevallen is het financiële nadeel van het eigenwoningforfait (de vermindering van het belastingvoordeel van de hypotheekrenteaftrek) dus 44% van 0,7%, is 0,308% van de WOZ-waarde.

Voorbeelden[bewerken]

Bedraagt de WOZ-waarde van een huis € 200.000, dan is het eigenwoningforfait 0,70% van die € 200.000, dus € 1400. Als de aftrekbare hypotheekrente minstens hetzelfde bedraagt en het inkomen in box 1 inclusief eigenwoningforfait zowel vóór als na aftrek van hypotheekrente in box 2 of 3 valt, zijn de extra belasting/premies in box 1 42% van € 1400, dit is € 588, en de vermindering van de algemene heffingskorting 2% van € 1400, dit is € 28, zodat in totaal € 616 (44% van € 1400) meer belasting/premies moeten worden betaald. Als de aftrekbare hypotheekrente minder bedraagt dan € 1400 dan wordt slechts het voordeel van die aftrek tenietgedaan.

Overige woningen[bewerken]

Het eigenwoningforfait geldt niet voor andere woningen dan de eigen woning. De waarde valt in box 3. De hypotheekschuld hiervan, en het deel van de hypotheekschuld van de eigen woning waarover de rente niet aftrekbaar is, zijn van de waarde van de bezittingen aftrekbaar.

De belasting is daarmee per saldo 1,2% over de overwaarde. De werkelijk ontvangen huur is verder niet belast, de werkelijk betaalde rente verder niet aftrekbaar.

Geschiedenis[bewerken]

Sinds 1893 is er materieel een soort 'eigenwoningforfait'[13], toen de Wet op de vermogensbelasting 1892 in Nederland werd ingevoerd. In de jaren negentig van de 19e eeuw kwam minister van Financiën Nicolaas Pierson met dit wetsvoorstel voor een belasting op inkomsten uit vermogen (inclusief de eigen woning), waarbij deze inkomsten forfaitair gesteld worden op jaarlijks 4% van dat vermogen. Voor wat betreft de eigen woning was dit gebaseerd op de gedachte dat iemand met een eigen woning deze zou kunnen verhuren. Zou hij zijn woning verhuren dan zou hij - als eigenaar van de woning - inkomen kunnen ontvangen waarover hij belasting zou moeten betalen.[14]. Dit inkomen had de eigenwoningbezitter niet echt, daarom heette het ook een fictief ofwel forfaitair (= vastgesteld) inkomen. Dit stuitte op verzet, eigenwoningbezitters moesten immers belasting gaan betalen over inkomen dat ze niet hadden, men verhuurde de woning tenslotte niet maar woonde er zelf. Het feit dat men de woning niet verhuurde maar er zelf woonde deed niet ter zake aldus de overheid. Ter compensatie werd (eveneens in 1893) tegenover de bijtelling van het huurwaardeforfait daarom toegestaan de betaalde rente over de woning van het inkomen af te trekken.

Later werden de echte inkomsten uit vermogen belast, maar voor de eigen woning kwam er toen een apart huurwaardeforfait. Bij de invoering van de Wet Inkomstenbelasting 2001, waarbij inkomsten uit vermogen weer forfaitair werden vastgesteld, bleef er toch een aparte regeling, nu eigenwoningforfait genoemd, waar tegenover staat dat over de eigen woning geen vermogensrendementsheffing hoeft te worden betaald.[15]

Oorspronkelijk stond het eigenwoningforfait technisch los van de hypotheekrenteaftrek: als iemand minder aftrekbare rente had dan het eigenwoningforfait bedroeg (bijvoorbeeld door een lage hypotheekschuld) leverde de eigen woning per saldo een belastingnadeel op. Dit wordt voorkomen door de op 1 januari 2005 ingegane wet Hillen, genoemd naar toenmalig Tweede Kamerlid Hans Hillen, waarbij de "aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld" werd ingevoerd (zie boven).

Per 1 januari 2010 is de regering begonnen met het ophogen van het eigenwoningforfait voor huizen van boven de 1 miljoen euro. Jaarlijks wordt dit bedrag aangepast aan de indexatie. Dit verhoogde eigenwoningforfait loopt op van 0,80% in 2010 via 1,05% in 2011 naar een slotstand van 2,35% in 2016.[16][17] Het bedrag waarover het verhoogde eigenwoningforfait wordt geheven (villagrens) werd in 2010 verhoogd van 1.000.000 naar 1.010.000. Per 1 januari 2011 ging het bedrag naar 1.020.000. Op 28 januari 2011 deelde het kabinet mee dat deze indexatie van deze villagrens elk jaar zal blijven plaatsvinden.[18][19][20]

Op 2 januari 2014 ontstond politiek rumoer bij de oppositie over de "stiekeme" verhoging van het forfait per 2014.[21][22][23][24][25] Staatssecretaris Frans Weekers schreef een brief met uitleg.[26][1]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2014/01/03/kamerbrief-met-toelichting-op-de-verhoging-van-het-eigenwoningforfait.html
  2. Bijstellingsregeling directe belastingen 2014 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2013-35144.html
  3. http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/circulaires/2013/12/19/wijzigingen-in-de-belastingheffing-met-ingang-van-1-januari-2014.html
  4. Vóór afronding op een veelvoud van 0,05%: 0,7189%. De gemiddelde huurstijging was 4,6%, de gemiddelde waardedaling van woningen 5,4%. Door de afrondingen vorige keer en deze keer is de verhoging 16,7% in plaats van 10,6%.[1]
  5. Vóór afronding op een veelvoud van 0,05%: 0,6498%
  6. Volgens art. 10.3, 9e lid IB zou het basisbedrag van € 7.350 0,70% van € 1.040.000 moeten zijn, dus € 7.280. 10.3, 2e lid IB (indexering van de € 1.040.000) vindt in de jaren 2013 en 2014 geen toepassing. Het basisbedrag wordt berekend door het volgens het 2e lid berekende bedrag te vermenigvuldigen met het percentage van (in 2014) 0,7%. Volgens de regering leidt dit ertoe dat de € 1.040.000 als schijfgrens niet moest worden geïndexeerd, maar als basis voor het basisbedrag wel. Bij de berekening voor 2014 moest voor dit laatste het onafgeronde bedrag uit 2012 (€ 1.042.541) worden geïndexeerd. Per abuis is in afwijking van voorgaande jaren het afgeronde bedrag uit 2012 (€ 1.040.000) gebruikt als basis voor de indexatie. Na afronding kwam dit uit op € 1.050.000 in plaats van € 1.060.000. Er is besloten dit niet te corrigeren.
  7. http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/belastingplan-2011/documenten-en-publicaties/circulaires/2010/12/22/wijziging-in-de-belastingheffing-met-ingang-van-1-januari-2011.html
  8. http://www.fiscalistenonline.nl/1178-controversi-le-villabelasting-toch-op-de-agenda.html
  9. De 0,2571% is het resultaat van deling van 1,8 door 7, om na 7 verhogingen op 2,35% uit te komen. Strikt genomen zou men echter 2,3497% krijgen, dus met afronding naar beneden van het resultaat op een veelvoud van 0,05% zou men 2,3% krijgen.
  10. http://nos.nl/artikel/214917-villabelasting-toch-niet-uitgebreid.html
  11. http://www.rijksoverheid.nl/nieuws/2011/01/28/indexering-eigenwoningforfait-blijft.html
  12. In 2011 kost het indexeren van de villagrens de schatkist nog geen miljoen euro. 25.000 Villa's boven de € 1.000.020 krijgen een forfait dat 50 euro lager is. Met veronachtzamen van de wet Hillen en een percentage van 50% in Box 1, kost het de schatkist 25.000 x €25= € 625.000.
  13. Historisch Nieuwsblad: De hypotheekrenteaftrek, jaargang 2008 nr 7
  14. Overige woonlasten, Moviq, zie onder 'eigenwoningforfait'
  15. Eigenwoningforfait Belastingdienst Schijven en percentage eigenwoningforfait
  16. rijksoverheid.nl
  17. fiscalistenonline.nl
  18. nos.nl
  19. rijksoverheid.nl
  20. In 2011 kost het indexeren van de villagrens de schatkist nog geen miljoen euro. 25.000 villa's boven de €1.020.000 krijgen een forfait dat 50 euro lager is. Met veronachtzamen van de wet Hillen en een percentage van 50% in Box 1, kost het de schatkist 25.000x €25= € 625.000.[bron?]
  21. http://www.telegraaf.nl/binnenland/22179720/__Vragen_hogere_aanslag_huisbezitter__.html
  22. [2] Memorie van antwoord aan Eerste Kamer van 13 december 2013 over een andere wetswijziging, met een rekenvoorbeeld waarin als veronderstelling is gehanteerd dat het eigenwoningforfaitpercentage 0,6 (cijfer 2013) bedraagt (tekst uit het hoofdstuk 3: Maatregelen op de koopwoningmarkt).
  23. In de aangifteformulieren voor de voorlopige teruggaaf IB 2014 wordt uitgegaan van een geschat tarief van 0,65%.
  24. Op de website van de belastingdienst bleef van 3 tot 7 januari 2014 de villabelasting in 2014 staan op 1,55% http://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/prive/woning/eigenwoningforfait/eigenwoningforfait_berekenen/eigenwoningforfait_berekenen
  25. http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2014/01/03/antwoorden-op-kamervragen-over-bijstellingsregeling-directe-belasting.html
  26. http://www.telegraaf.nl/binnenland/22184609/___Forfait_niet_stiekem___.html