Eigenwoningforfait
|
Beluister |
|
Het eigenwoningforfait is een regeling in de Nederlandse Wet inkomstenbelasting 2001. Het eigenwoningforfait is een fictief inkomen dat de bezitter van een eigen woning moet optellen bij zijn inkomen uit werk en woning in box 1. Het belastingvoordeel dat men per saldo heeft van de eigen woning is daardoor kleiner dan het belastingvoordeel van alleen de hypotheekrenteaftrek. Het eigenwoningforfait is vastgesteld op een percentage van de WOZ-waarde.
De "aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld" zorgt ervoor dat de eigen woning nooit tot gevolg heeft dat men per saldo meer belasting betaalt. Deze aftrek bedraagt het verschil als de aftrekbare rente lager is dan het eigenwoningforfait.
Inhoud |
[bewerken] De waarde van de woning en het percentage (inclusief villagrens)
Het eigenwoningforfait is een percentage van de door de gemeente vastgestelde WOZ-waarde.
| WOZ-waarde | 2012 | 2011 | 2010 | 2009 | 2008 | 2007 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| € 0 t/m € 12.500 | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% |
| € 12.501 t/m € 25.000 | 0,20% | 0,20% | 0,20% | 0,20% | 0,20% | 0,20% |
| € 25.001 t/m € 50.000 | 0,35% | 0,30% | 0,30% | 0,30% | 0,30% | 0,30% |
| € 50.001 t/m € 75.000 | 0,45% | 0,40% | 0,40% | 0,40% | 0,40% | 0,40% |
| € 75.000 t/m villagrens* | 0,60% | 0,55% | 0,55% | 0,55% | 0,55% | 0,55% |
| Waarde hoger dan villagrens |
€ 6.240 + 1,30% boven de villagrens |
€ 5.610 + 1,05% boven de villagrens |
€ 5.555 + 0,80% boven de villagrens |
€ 5.500 + 0,55% boven de villagrens |
€ 9.300 + 0,00% boven de villagrens |
€ 9.150 + 0,00% boven de villagrens |
| *) Villagrens | € 1.040.000 | € 1.020.000 | € 1.010.000 | € 1.000.000 | € 1.690.909 | € 1.663.636 |
| WOZ-waarde | 2006 | 2005 | 2004 | 2003 | 2002 | 2001 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| € 0 t/m € 12.500 | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% |
| € 12.501 t/m € 25.000 | 0,20% | 0,20% | 0,30% | 0,30% | 0,30% | 0,30% |
| € 25.001 t/m € 50.000 | 0,30% | 0,35% | 0,50% | 0,50% | 0,50% | 0,50% |
| € 50.001 t/m € 75.000 | 0,40% | 0,45% | 0,65% | 0,65% | 0,60% | 0,60% |
| € 75.000 t/m villagrens* | 0,55% | 0,60% | 0,85% | 0,80% | 0,80% | 0,80% |
| Waarde hoger dan villagrens |
€ 8.900 + 0,00% boven de villagrens |
€ 8.750 + 0,00% boven de villagrens |
€ 8.500 + 0,00% boven de villagrens |
€ 8.200 + 0,00% boven de villagrens |
€ 8.000 + 0,00% boven de villagrens |
€ 7.800 + 0,00% boven de villagrens |
| *) Villagrens | € 1.618.182 | € 1.458.333 | € 1.000.000 | € 1.025.000 | € 1.000.000 | € 975.000 |
Het percentage boven de 0,60% wordt in de pers 'de villabelasting' genoemd. In 2011 is het percentage opgehoogd naar 1,05%, en in 2012 naar 1,30%, om in 2016 te eindigen op 2,35%.[1][2] Op 28 januari 2011 deelde het kabinet mee dat de indexatie van de villagrens elk jaar zal blijven plaatsvinden.[3][4][5] In 2012 worden de forfaitaire percentages onder de villagrens getroffen door een relatieve verhoging van circa 10%. Dit gebeurde volgens het kabinet om te compenseren voor gedaalde huizenprijzen. [6]
Bedraagt de WOZ-waarde van een huis € 200.000, dan is het eigenwoningforfait 0,60% van die € 200.000,- dus € 1.200,-. Over dit bedrag moet vervolgens inkomstenbelasting betaald worden. De belastingplichtige met een eigen woning heeft weliswaar geen werkelijk inkomen uit zijn woning, maar zou dat (volgens de belastingdienst) wel kunnen hebben. Dit fictieve inkomen moet bij het inkomen uit werk worden opgeteld (box 1). Daardoor levert de eigen woning minder belastingvoordeel op dan alleen op basis van de hypotheekrenteaftrek.
[bewerken] Voorbeeld
Een woningeigenaar heeft nog een kleine hypotheekschuld, hierover betaalt hij jaarlijks € 1500 rente, die rente mag hij aftrekken. De WOZ-waarde van zijn woning is vastgesteld op € 450.000, zijn eigenwoningforfait (0,55% van de WOZ-waarde) is € 2475. De aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld bedraagt dan € 975 (2475 minus 1500). Daardoor hoeft hij over de woning per saldo geen inkomstenbelasting te betalen.[7][8]
[bewerken] Overige woningen
Het eigenwoningforfait geldt niet voor andere woningen dan de eigen woning. De waarde valt in box 3. De hypotheekschuld hiervan, en het deel van de hypotheekschuld van de eigen woning waarover de rente niet aftrekbaar is, zijn van de waarde van de bezittingen aftrekbaar.
De belasting is daarmee per saldo 1,2% over de overwaarde. De werkelijk ontvangen huur is verder niet belast, de werkelijk betaalde rente verder niet aftrekbaar.
[bewerken] Geschiedenis
Het 'eigenwoningforfait' dateert uit 1893[9], het werd toentertijd ingevoerd onder de naam, huurwaardeforfait.
In de jaren negentig van de 19e eeuw bedachten ambtenaren van het ministerie van Financiën dat iemand met een eigen woning deze zou kunnen verhuren. Zou hij zijn woning verhuren dan zou hij - als eigenaar van de woning - inkomen kunnen ontvangen waarover hij belasting zou moeten betalen.[10]. Dit inkomen had de eigenwoningbezitter niet echt, daarom heette het ook een fictief ofwel forfaitair (= vastgesteld) inkomen. Dit fictieve inkomen uit fictieve huur moest de eigenwoningbezitter optellen bij zijn inkomen uit werk. Het huurwaardeforfait werd vastgesteld op een percentage van de WOZ-waarde van de woning.
De invoering van het huurwaardeforfait stuitte op verzet, eigenwoningbezitters moesten immers belasting gaan betalen over inkomen dat ze niet hadden, men verhuurde de woning tenslotte niet maar woonde er zelf. Het feit dat men de woning niet verhuurde maar er zelf woonde deed niet ter zake aldus de overheid: wie een eigen woning had kreeg een fiscale bijtelling bovenop zijn inkomen.[11] Ter compensatie werd (eveneens in 1893) tegenover de bijtelling van het huurwaardeforfait daarom toegestaan de betaalde rente over de woning van het inkomen af te trekken.
Sinds de invoering van de Wet Inkomstenbelasting 2001 is de naam veranderd in eigenwoningforfait, inhoudelijk veranderde er niets.[12]
Oorspronkelijk stond het eigenwoningforfait technisch los van de hypotheekrenteaftrek: als iemand minder aftrekbare rente had dan het eigenwoningforfait bedroeg (bijvoorbeeld door een lage hypotheekschuld) leverde de eigen woning per saldo een belastingnadeel op. Dit wordt voorkomen door de op 1 januari 2005 ingegane wet Hillen, genoemd naar toenmalig Tweede Kamerlid Hans Hillen, waarbij de "aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld" werd ingevoerd (zie boven).
In 2010 werd het forfait verhoogd voor de eigen woning met een waarde van boven de 1.010.000. Dit is de zogenaamde villabelasting. Het forfait boven dat bedrag bedroeg per die datum 0,80% in plaats van 0,55%. In 2011 geldt de grens 1.020.000 en een percentage van 1,05%. Dit percentage zal de komende jaren nog oplopen naar 2,35% in 2016.[1][2]