Eluens

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het eluens, loopvloeistof (TLC, HPLC, papierchromatografie) of draaggas (GC) is de bewegende fase in een chromatografisch proces, die het te analyseren of te scheiden monster over de drager en/of door een scheidingskolom (de stationaire fase) verplaatst. Hoewel het begrip "eluens" voor zowel een vloeibare als gasvormige mobiele fase gebruikt kan worden, wordt het meestal smaller verstaan als de loopvloeistof in de vloeistofchromatografie.

Enkele loopvloeistoffen die vanwege hun goede oplosbaarheid voor vele componenten, vaak als eluens worden gebruikt zijn: water, methanol, acetonitril, n-pentaan en di-ethylether. Soms worden aan het eluens ook nog zouten toegevoegd, die invloed kunnen hebben op de scheiding, of de uiteindelijke detectie van de componenten. Enkele voorbeelden hiervan zijn bufferzouten om het eluens op een bepaalde pH te zetten, of zouten die helpen bij de ionisatie bij het gebruik van een massaspectrometer als detector (ammoniumacetaat, mierenzuur, etc)

In de gaschromatografie zal vaak helium als eluens gebruikt worden. Helium is een zeer inert gas, en zal dus nooit met de te analyseren componenten in de gasfase reageren. Ook stikstof of koolstofdioxide worden, om dezelfde reden, gebruikt.

Componenten hebben een verschillende oplosbaarheid in verschillende oplosmiddelen. Door nu gedurende een meting de samenstelling van het eluens te veranderen (gradiënt), kan een betere scheiding van deze componenten worden verkregen. In de GC wordt een gradiënt gerealiseerd door de temperatuur tijdens de bepaling langzaam te verhogen.