Fantoomtijd-theorie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De theorie van de verzonnen middeleeuwen of (in het Duits) Erfundenes Mittelalter (ook wel Fantoomtijd-theorie genoemd) houdt in dat ongeveer 300 jaar van de vroege Europese middeleeuwen, namelijk de periode van de 7e eeuw tot aan de tijd van Otto de Grote, zou zijn verzonnen door historici uit de latere middeleeuwen.

De bekendste versie van deze theorie is afkomstig van de Duitse publicist Heribert Illig. Volgens hem zou de periode van 614 tot 911 na Chr. op verzinsels berusten. Illig trekt de belangrijkste West-Europese en Byzantijnse bronnen over deze periode in twijfel. Een West-Europees koning, een paus en een Byzantijns keizer uit de 10e of 11e eeuw zouden belang hebben gehad bij het "verzinnen" van drie extra eeuwen geschiedenis. Als deze theorie juist zou zijn, zouden wij nu dus niet 20 eeuwen na keizer Augustus leven, maar slechts 17 eeuwen. Een vorst als Karel de Grote zou nooit hebben bestaan.

Historici, gespecialiseerd in de vroege middeleeuwen, vinden het bewijsmateriaal dat Illig aanvoert voor zijn theorie uiterst mager.

Als een positief aspect aan zijn theorie wordt beschouwd dat zij de aandacht vestigt op het feit dat de kennis van veel perioden op een zeer beperkt aantal bronnen berust, zodat grote voorzichtigheid is geboden bij het aannemen dat wat er in staat vermeld juist is. De mogelijkheden om deze feiten te controleren door vergelijking met andere bronnen zijn namelijk zeer beperkt.

Literatuur[bewerken]

  • H. Illig, Das erfundene Mittelalter. Die größte Zeitfälschung der Geschichte, Berlijn, 2005 - ISBN 3548364292