Fort Du Bus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Fort du Bus in 1828

Fort Du Bus was een fort en bestuurspost, in 1828 tijdens de expeditie naar Nieuw-Guinea opgericht aan de Tritonbaai op de zuidkust van Nieuw-Guinea, de huidige Indonesische provincie Papoea. Het aan het fort verbonden plaatsje droeg de naam Merkusoord, genoemd naar de toenmalige gouverneur van de Molukken, P. Merkus.

Inleiding[bewerken]

Nederlands-Nieuw-Guinea werd in die tijd bestuurd vanaf de Molukken. Er was tot dan toe geen enkele serieuze poging door de Nederlanders ondernomen in Nieuw-Guinea vaste voet aan wal te krijgen, wel was de kust reeds in 1825 opgenomen door luitenant-ter-zee D.H. Kolff. De Engelsen hadden echter veel belangstelling voor het gebied en dreigden zich langs de kusten te vestigen. Om dit te voorkomen drong gouverneur Merkus er op aan dat er Nederlandse bestuursposten langs de kust van Nieuw-Guinea zouden worden opgericht. Op 31 december 1827 werd hiervoor een koninklijke machtiging afgegeven en op 21 april 1828 vertrok een kleine expeditie onder leiding van luitenant ter zee J.J. Steenboom met twee schepen, de Triton en de Iris, op zoek naar een geschikte plek voor het oprichten van een versterking. Tot het doen van zeevaartkundige verkenningen nam luitenant-ter-zee C.J. Boers deel aan de expeditie. Gekozen werd voor een baai iets ten oosten van de huidige kustplaats Kaimana op de zuidkust van Nederlands-Nieuw-Guinea. De baai werd Tritonbaai gedoopt.

Op 24 augustus 1828, op de verjaardag van koning Willem I van Nederland, werd de Nederlandse vlag gehesen, en werden de Nederlandse claims op delen van Nieuw-Guinea uitgesproken. De versterking werd Fort Du Bus genoemd, naar de toenmalige gouverneur-generaal van Nederlands-Indië, Leonard du Bus de Gisignies. De bewoners van de nederzetting leden ernstig onder ziekten (voornamelijk malaria) en overvallen van bewoners van de eilanden Ceram en Goram. In 1836 werden de overgebleven bewoners weggehaald, en werd Fort Du Bus weer aan de natuur teruggegeven. In 1839 bezocht de Franse ontdekkingsreiziger Jules Dumont d'Urville de plek en trof een laan van kokospalmen, een citroenbosje en wat bebouwingsresten aan. Verder was er van de nederzetting weinig terug te vinden.

Reisbeschrijving[bewerken]

Zr. Ms. korvet Triton onderweg naar Nieuw-Guinea

De vijf leden van de natuurkundige commissie, de heren Dr. H.C. Macklot, G. van Raalten, P. van Oort, S. Müller, A. Zippelius maar ook luitenant-ter-zee Boers begaven zich bij aanvang van de expeditie van Java naar Makassar, per koopvaardijschip Minerva; aldaar stapte men (ook Boers) over op het korvet Triton. De Minerva deed op zijn weg langs de kust van Java de plaatsen Tegal, Semarang en Soerabaja aan. Het schip was overvuld en pas te Soerabaja was men in staat geweren en andere behoeften te kunnen kopen en mensen aan wal te sturen om voedsel te kunnen verschaffen middels de jacht. Op 15 maart lichtte de Triton het anker en bereikte de 29ste Ambon. Op 21 april 1828 vertrok het schip, vergezeld door de schoener Iris, van daar en bereikte de 25ste Banda. Het primaire doel van de expeditie was het vinden van een militair steunpunt en al snel bleek dat de Dourga-rivier daarvoor niet geschikt was omdat de omgeving aldaar te laag, moerassig en onderhevig aan overstromingen was. Nadat men tien mijl stroomopwaarts was gevaren bleek dat het drinkwater op was en omdat het niet in de bedoeling van het gouvernement lag een vestiging zo ver landinwaarts te doen keerde men terug. Tijdens een aanval door inlanders op een sloep waren bovendien enige matrozen en officierren door pijlen gewond geraakt. Na deze verkenning werd op 27 mei koers in noordwestelijke richting gezet langs de lage kust van Nieuw-Guinea. Ondiepten en branding maakten een landing op de kust niet geraden en op 3 juni werd de monding van waarvan men dacht dat het de rivier Oetanata (136°55' O L en 4°51'30" Z B) was, bereikt, waar de schepen voor anker gingen. Ook deze plaats was ongeschikt voor een vestiging omdat er een bank lag, die een grote branding veroorzaakte, waardoor schepen verhinderd werden de rivier op te varen.

Triton-baai

Op 9 juni werd weer onder zeil gegaan en bleek dat de echte rivier de Oetanata op 136°9'20"OL, en 4°32'20" Z B lag. Deze locatie was beter geschikt maar werd toch afgewezen omdat de bodem ongeschikt was.[1] Op de 22ste werd de reis in noordwestelijke richting voortgezet en op 28 juni werd het eiland Aidoema bereikt. Op 4 juli werd eindelijk een geschikte plaats voor een te bouwen sterkte gevonden, aan het noordelijke uiteinde van de baai, in het landschap Lobo; deze baai werd de Triton-baai genoemd. Het verblijf te Lobo duurde bijna twee maanden omdat de bemanning van de Triton moest helpen bij de bouw van het fort (houten gebouwen omgeven door een dubbele palissade). De plaats zelf werd Merkusoord genoemd. Gedurende die tijd heersten er slechte gezondheidstoestanden; van de 17 officieren werden er 14 ziek en bij de minderen was de toestand al niet veel beter. Op de 29ste augustus werd weer onder zeil gegaan en de 5de september bereikte men uiteindelijk de baai van Amboina. Aldaar teisterden allerlei ziekten de bemanning en moesten 62 daarvan naar het hospitaal worden gezonden; op Ambon stierf kapitein-luitenant-ter-zee Steenboom (4 oktober), zodat het totaal aantal doden opliep tot 21. Ook Boers was inmiddels ziek geworden. De Triton voer op 7 oktober van Ambon via Timor en Passaroang naar Soerabaja waar ze op 5 november 1828 aankwam en op 5 maart weer vertrok via Samarang naar Batavia.[1]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b 1928. G.F. Mees. Vogelkundig onderzoek op Nieuw Guinea in 1828. Terugblik op de ornithologische resultatenvan de reis van Zr. Mr. Korvet Triton naar de zuidwest kust van Nieuw-Guinea
Portal.svg Portaal KNIL