GMDSS

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het GMDSS ("Global Maritime Distress and Safety System", wat Wereldwijd Maritiem Nood- en Veiligheidssysteem betekent) is een wereldomvattend maritiem communicatiesysteem dat deel uit maakt van SOLAS (Safety Of Life At Sea) en gebruikmaakt van DSC en satellietcommunicatie.

GMDSS werd vanaf 1 februari 1999 ingevoerd. Het systeem is verplicht voor beroepsvaart op zee en wordt sterk aanbevolen voor pleziervaart. Wie GMDSS wenst te gebruiken moet wel beschikken over een GMDSS-bedieningscertificaat. Sinds de invoering van het GMDSS-systeem is de kustwacht gestopt met het beluisteren van de MF-frequentie 2182 kHz. Radio Oostende en de Nederlandse kustwacht bleven wel tijdelijk nog luisteren op het VHF-kanaal 16. De officiële einddatum was hiervoor echter vast gelegd op 1 februari 2005. Bij een noodoproep wordt onder andere de positie, tijd en het MMSI doorgestuurd naar de ontvangers binnen bereik.

Onderdelen van GMDSS[bewerken]

EPIRB[bewerken]

Cospas-sarsat is een internationaal zoek- en reddingssysteem gebaseerd op satellieten. Het is opgericht door Canada, Frankrijk, de Verenigde Staten en Rusland. Deze vier landen hielpen mee bij de ontwikkeling van de Epirb, werkend op een frequentie van 406 MHz en ontworpen door GMDSS zelf om te kunnen werken via het Cospas-sarsatsysteem. De automatisch activerende Epirbs zijn nu vereist op solas schepen, commerciële vissersboten en alle passagiersschepen. Ze zijn ontworpen om een identificatie en positie van het schip door te zenden naar een RCC (rescue coordination centre) eender waar ter wereld. In de nieuwste modellen zit reeds GPS ingebouwd zodat de noodpositie steeds nauwkeuriger wordt. De oude modellen hebben geen ingebouwde GPS, en kunnen dus enkel de identificatie naar de satteliet sturen. De positie wordt in de LUT (Local User Terminal) berekend aan de hand van het dopplereffect dat optreedt bij de LEO-satellieten van het Cospas-Sarsat systeem. De identificatie van het schip bestaat uit een hexadecimale tekenreeks van 16 karakters.

De EPIRB wordt door de HRU (Hydrostatic release unit) automatisch uit de houder geduwd eens de EPIRB een 4-tal meter onder water is. Na het vrijkomen van de EPIRB komt deze boven drijven en kan het signaal de satellieten bereiken. Het is daarom belangrijk dat de EPIRB vrij opgesteld is, zodanig dat hij niet geblokkeerd geraakt als het schip ten onder gaat.

Ook vliegtuigen bezitten een EPIRB. Deze wordt echter niet geactiveerd door druk, maar door impact. Een G-shock detector zorgt hiervoor.

Navtex[bewerken]

Navtex is een internationaal automatisch systeem. Het verspreidt maritieme waarschuwingen omtrent navigatie, weerberichten en -waarschuwingen, zoek- en reddingsoperaties en andere gelijkaardige informatie, aangeduid met een code, naar andere schepen. Aan boord bevindt zich dan de Navtex ontvanger die de inkomende berichten uitprint op thermisch papier of op een scherm. Ook het gebied waarvan men berichten wil ontvangen moet men instellen evenals de codes van de informatieberichten. Berichten van het type A, B, D en L zijn verplicht te ontvangen en kunnen niet uitgeschakeld worden. Hierbij staat A voor Navigational Warnings, B voor Meteorogical Warnings, D voor SAR-berichten en L voor Additional Navigational Warnings.

Voor de NAVTEX zijn er 3 frequenties toegekend.

  • 518 KHz voor internationale berichten (in het engels)
  • 490 KHz voor lokale berichten (in de taal van het land dat de uitzending verzorgt)
  • 4209.5 KHz indien men zich in de tropen bevindt.

Inmarsat[bewerken]

Satellietsystemen beheerd door Inmarsat, onder contract van de Internationale Mobiele Satelliet Organisatie (IMSO), zijn ook belangrijke elementen van GMDSS. Vier types van Inmarsat-scheepslandstationterminals zijn door GMDSS erkend: Inmarsat A, B, C en F77. Inmarsat B en F77, een vernieuwde versie van A, voorzien schip-wal, schip-schip en wal-schip telefonie, telex en snelle datadiensten, inclusief een noodtelefonie- en noodtelexdienst naar en van een RCC. F77 wordt gebruikt met Inmarsat C, dit is een “store-and-forward” systeem, niet zoals A, B waar een directe verbinding met de correspondent tot stand wordt gebracht. Een scheepstelexbericht wordt via de satelliet doorgestuurd naar een coast-earth station store-computer. Na een kleine vertraging zal het kuststation het bericht doorsturen naar de bestemming. Omdat directe verbindingen niet nodig zijn, zijn de tarieven en kosten van dit systeem aanmerkelijk lager dan andere Inmarsatsystemen. Inmarsat A is vandaag de dag niet meer operationeel. Ook nog zijn vandaag de Inmarsat Epirbs vervangen door de Cospas-sarsat Epirbs met GPS ingebouwd. Onmiddellijke alarmering is mede mogelijk door de Geosar-satellieten van het Cospas-sarsat-systeem.

SART[bewerken]

De GMDSS installatie aan boord van schepen bevat ook één of meerdere radartransponders. Deze worden gebruikt om overlevingsvlotten, reddingssloepen of schepen in nood te lokaliseren door een signaal uit te zenden, dat bestaat uit 12 zaagtanden, naar de 3 cm of X-band radar. Alle SOLAS-schepen moeten volgens het SOLAS-reglement uitgerust zijn met minimum één X-bandradar. De detectiereikwijdte tussen de transponders en de schepen hangt af van de hoogte van de radarmast van het schip en de hoogte van de sart. Normaal gezien is dit iets van een 15 kilometer of 8 zeemijl. De radar van een helikopter kan het signaal detecteren vanaf 35 nautische mijlen.

GMDSS Sea areas[bewerken]

  • Sea area A1: Gebied waar zich minstens een VHF-(marifoon)-DSC-kuststation in bevindt. Deze houdt een permanente DSC/VHF-luisterwacht op kanaal 16, kanaal 70 verwerkt elektronische berichten van Navtex.

Voorlopig moet nog steeds worden uitgeluisterd op kanaal 16, binnen afzienbare tijd zal dat niet meer moeten gebeuren maar dit kanaal zal dan nog steeds als noodkanaal worden gebruikt en zeker niet vrij worden. Kanaal 13 wordt meestal gebruikt voor de afhandeling van een noodoproep (na de eerste oproep op kanaal 70 (digitaal) en 16 (analoog), de noodoproep zelf (analoog) gebeurt dus op kanaal 16. Digitale noodoproep gebeurt op kanaal 70. Uitluisteren gebeurt 7 dagen op 7, 24/24 (bereik +/- 60 km).

  • Sea area A2: Gebied, buiten sea area A1 waar zich minstens een MF/DSC-kuststation in bevindt dat een permanente luisterwacht houdt op 2187,5 (bereik +/- 200 zeemijl).
  • Sea area A3: Gebied, buiten sea area A1 and A2, binnen het verzekerde bereik van een Inmarsat-satelliet, waar een continu alarm mogelijk is (tussen 70°NB en 70°ZB).
  • Sea area A4: Gebied buiten sea areas A1, A2 en A3. Hoofdzakelijk poolgebieden. (Noodalarm via kortegolfradio).

Zie ook[bewerken]