Gaugericus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Gaugericus of de heilige Gorik (Frans : Géry) (Eposium, thans Carignan, rond 555 - Kamerijk, rond 625) was bisschop van Kamerijk. Hij was van Romeinse afkomst; zijn ouders waren Gaudentius en Austadiola. Met toestemming van koning Childebert II van Austrasië werd Gorik rond 586 bisschop van Kamerijk na de dood van de heilige Vedulphus, die de bisschopszetel van Atrecht daarheen had overgebracht. Hij roeide er de laatste overblijfselen van het heidendom uit en bouwde buiten de stad de Medarduskerk, op een plaats waar voordien een afgodsbeeld stond. Om die reden wordt hij dikwijls afgebeeld met een draak onder zijn voeten. Hij trachtte het lot van de slaven en van de gevangenen te verzachten, vooral van hen die gevangengenomen waren bij de twisten tussen Childebert II en Chlotarius II. Toen Chlotarius II in 613 koning werd van heel het Frankenrijk, verkreeg Gorik van hem de begenadiging van twee terdoodveroordeelden. Hij nam deel aan de kerkvergadering te Parijs van 614. Kort na zijn dood werd zijn leven beschreven en reeds vóór 800 kende hij een uitgebreide eredienst.

Sint Gorik is (o.a.) beschermheilige van Brussel, Sint-Goriks-Oudenhove, 's-Gravenbrakel, Roosbeek, Limelette, Haaltert, Pamel (Roosdaal), Kamerijk en Blaregnies. Zijn feestdag is 11 augustus. Er zijn enkele dorpen naar Saint-Géry genoemd, maar in het zuiden van Frankrijk moet er ook een figuur met die naam geweest zijn.

Zie ook[bewerken]