Geeuwreflex

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een gapend kind.
Een gapende leeuw.
Een gapende kat.
Zelfportret, gapend, door Joseph Ducreux (1735-1802)

Geeuwen of gapen is met hoesten, niezen en misschien ook de hik een van de reflectoire verrichtingen die samenhangen met het ademhalingssysteem. Mensen geeuwen als ze slaperig of verveeld zijn, als hun bloedsuiker laag is, maar vooral als ze een ander zien geeuwen.

Feiten[bewerken]

Een geeuw die zich eenmaal heeft aangekondigd, is slechts met enige moeite of niet volledig te onderdrukken. Er vindt een inspiratiebeweging (inademen) plaats; de mond gaat wijd open door een reflectoir aanspannen van bepaalde spieren; de buizen van Eustachius openen zich waardoor de druk in het middenoor gelijk wordt aan de omgevingsdruk; bij een volledig ontwikkelde geeuw worden ook de ogen gesloten, de armen geheven en de rug en de armen naar achteren gestrekt.

Gapen kan behoorlijk aanstekelijk zijn. Zien gapen, of erover lezen, doet een aanzienlijk deel (ongeveer de helft) van de mensen onbedwingbaar gapen. Deze gevoeligheid ontwikkelt zich pas na het eerste levensjaar. Ook bij chimpansees is aangetoond dat het zien gapen van een andere chimpansee een gaapprikkel is. Honden geeuwen vaak mee met mensen en vooral met hun baasje.[1]

De mens is zeker niet de enige soort die gaapt: mensapen, katten en honden en vele andere zoogdieren en vogels gapen ook. Of dit op grond van dezelfde mechanismen plaatsvindt is onbekend.

Hypothesen[bewerken]

Hoewel iedereen dit gewone verschijnsel kent en mensen gemiddeld 10 tot 15 maal per dag gapen, is er maar heel weinig met zekerheid over bekend. Er bestaan vele hypothesen over het doel of de functie van gapen.

  • Het zou meer optreden bij een laag zuurstofgehalte in het bloed of een verhoogd koolzuurgehalte (experimenteel is aangetoond, door het laten ademen van lucht met verschillende zuurstofdrukken en koolzuurgehaltes, dat deze beide hypothesen niet juist zijn).
  • Het zou de druk in het middenoor gelijkmaken aan de omgevingsdruk (niet waarschijnlijk, daar dit steeds gebeurt bij het slikken).
  • Het zou de spierspanning verlagen in de spieren die bij de ademhaling zijn betrokken door deze op te rekken. De verhoogde spierspanning zou het gevolg zijn van inactiviteit van deze spieren.
  • Het zou een sociale functie hebben waardoor het groepsdier mens in een groep verkerend tegelijk naar bed gaat, en vele andere. Mensen gapen echter de hele dag, hoewel inderdaad vaker 's ochtends en 's avonds.
  • Een andere theorie die de laatste tijd steun vindt, beweert dat gapen juist een non-verbale uiting is van ontspanning binnen een groep. Ergo, de gaper voelt zich op zijn/haar gemak bij zijn/haar gezelschap.
  • Gapen heeft ook een zekere erotische lading, claimt Wolter Seuntjens, een wetenschappelijk onderzoeker die in november 2004 in Amsterdam aan de VU op het onderwerp promoveerde.
  • Een geeuw is een langdurige diepe inademing, hierdoor heerst er langere tijd een onderdruk in de borstkas. De functie van een geeuw zou dus kunnen zijn dat er dan veel bloed terug kan stromen in het hart. Dit is nodig omdat het bloed met zeer geringe druk teruggaat naar het hart en zich ophoopt in de grote bloedsomloop.

Culturele perceptie[bewerken]

Gapen wordt gezien als teken van slaperigheid of verveling, en wordt daarom in gezelschap afgekeurd. Tevens wordt het onsmakelijk gevonden. Daarom houdt men bij het gapen de hand voor de mond of probeert men een geeuw te onderdrukken. Zelfs een onderdrukte gaap of een gaap met de hand voor de mond wordt echter niet altijd geaccepteerd. Nadrukkelijk een geeuw met hand voor de mond imiteren is zelfs een gebaar dat verveling uitdrukt.

Zie ook: Chasmologie (gaapwetenschap)

Volksgeloof[bewerken]

Volgens het volksgeloof diende het slaan van een kruis voor de mond ervoor om de duivel ervan te weerhouden in het lichaam te varen.[2] Hier zou ook het huidige gebruik vandaan komen om een hand voor de mond te houden tijdens het gapen.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties

Referenties

  1. ScienceShot: Deciphering a Dog’s Yawn. ScienceShot (7 augustus 2013) Geraadpleegd op 9 augustus 2013
  2. Lorie, P. (1992). Volksgeloof. Rijswijk: Uitgeverij Elmar B.V.

Bronnen

  • Wolter Seuntjens, On Yawning or the Hidden Sexuality of the Human Yawn, proefschrift, Amsterdam (VU), 2004
  • Provine, R.R. Contagious yawning and infant imitation. Bulletin Psychonomic Soc., 27:125-126, 1989.
  • Provine, R.R. Yawning: effects of stimulus interest. Bulletin Psychonomic Soc., 24:437-438, 1986.
  • Provine, R.R. Faces as releasers of contagious yawning: an approach to face detection using normal human subjects. Bulletin Psychonomic Soc., 27:211-214, 1989.
  • Provine, R.R. Yawning as a stereotyped action pattern and releasing stimulus. Ethology, 72:109-122, 1986.
  • Provine, R.R., Hamernik, H.B. and Curchack, B.B. Yawning: relation to sleeping and stretching in humans. Ethology, 76:152-160, 1987.