Gerrit de Veer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Gerrit de Veer (ca. 1570 - na 1598) was een van de lagere officieren tijdens de tweede en derde tocht van Jacob van Heemskerk en Willem Barentsz 'om de noord' om een kortere zeeroute naar Indië te vinden. In 1596 slaagde Barentsz er inderdaad in de noordpunt van Nova Zembla te ronden, maar kwam daarna vast te zitten in het ijs. De bemanningsleden moesten de winter doorbrengen in een huis dat ze van aangespoeld drijfhout bouwden, bekend als Het Behouden Huys. Gerrit de Veer hield een dagboek van de tocht en de overwintering bij en publiceerde dit later in Nederland. Het is de enige gedetailleerde beschrijving van deze derde tocht en beschrijft de gebeurtenissen van dag tot dag. De Veer noteerde ook de stand van de zon, planeten en sterren. Door de beweging van de hemellichamen bij te houden, wisten de bemanningsleden welke dag het was en wanneer zij redelijkerwijs een poging konden wagen om naar Nederland terug te varen. Hij beschreef op 24 januari 1597 een zonsopgang, twee weken eerder dan verwacht. Voor het verschijnsel is pas in 1998 een verklaring gevonden, een arctische luchtspiegeling en bekend als het Nova Zembla-effect. Daardoor kwam hij na terugkeer in conflict met zijn eermalige leermeester Robbert Robbertsz. le Canu, die op theoretische gronden de mogelijkheid aanvocht.

Toen in de lente de zee weer langzaam begaanbaar werd, herstelden de bemanningsleden de twee sloepen, zodat de zestien opvarenden naar de bewoonde wereld konden terugkeren. Barentsz stierf echter een week na vertrek. Zijn mannen keerden wel terug naar Kola, waar ze werden opgepikt door een Nederlands handelsschip onder commando van hun voormalige medereiziger Jan Corneliszoon Rijp. Gerrit de Veer beschrijft ook deze terugtocht in zijn verslag.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties