Grande Symphonie funèbre et triomphale

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Grande Symphonie
funèbre et triomphale
Hector berlioz.jpg
Componist Hector Berlioz
Soort compositie Symfonie
Gecomponeerd voor harmonieorkest
Opusnummer 15
Compositiedatum 1840
Première 28 juli 1840
Opgedragen aan Ferdinand Filips van Orléans
Duur ± 37 minuten
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

Grande Symphonie funèbre et triomphale, op. 15 is een compositie voor harmonieorkest (symfonisch blaasorkest) van de Franse componist Hector Berlioz. Het is de vierde en laatste symfonie van Berlioz. Naast de werken voor harmonieorkest van de componisten rond de Franse Revolutie (François-Joseph Gossec, Étienne Nicolas Méhul, Jean-François Lesueur, Charles Simon Catel, Louis Emmanuel Jadin, Hyacinthe Jadin, Luigi Cherubini, Henri Montan Berton, Matthieu Frédéric Blasius, François René Gebauer, Michel Joseph Gebauer, Nicolas-Marie Dalayrac, François Devienne, André-Frédéric Eler, Jean Paul Egide Martini, Etienne Ozi, Henri-Joseph Rigel, Jean Pierre Solié) behoort deze symfonie tot de mijlpalen in de ontwikkeling van de authentieke literatuur voor harmonieorkest.

Geschiedenis[bewerken]

Berlioz kreeg een opdracht van de minister voor binnenlandse zaken Charles de Rémusat voor de inwijding en onthulling van de gedenkzuil Colonne de Juillet tijdens de feestelijkheden ter gelegenheid van de 10e verjaardag van de Julirevolutie op 28 juli 1840 en groot werk te schrijven. De geschiedenis van de compositie en de uitvoering van de symfonie is van Berlioz zelf in zijn Mémoires, alsook in een brief, die hij aan zijn vader twee dagen voor de première schreef, vertelt. De opdracht werd in de Revue et gazette musicale van 7 juni 1840 vermeld.

Gedurende de feestelijkheden op 28 juli 1840 volgde op een mis ter nagedachtenis aan de gebeurtenissen in de kerk "Saint-Germain-l'Auxerrois" een treurprocessie, vanaf de kerk via de Place de la Concorde en van daar langs de La Madeleine en de boulevards naar de Place de la Bastille. Berlioz vermelde dit gebeurtenis in zijn brief als volgt:

Ik stelde de trompetten en kleine trommels zo voorop, dat ik hun het tempo kon aangeven, en tegelijkertijd achteruit kon gaan. Zoals ik al bij het schrijven van het werk vooruitgezien had, werden de eerste exponeerde maten goeddeels en duidelijk van het hele harmonieorkest gehoord. Zo kwam het, dat niet slechts de Marche funèbre maar ook de Apothéose zes keer in de loop van de processie werkelijk uitstekend samen en met buitengewone uitwerking gespeeld werden.

Berlioz marcheerde de hele tijd aan de spits van de geüniformeerde muzikanten en dirigeerde met een stokje, en niet zoals dikwijls geschreven staat, met een zwaard. Bij de aankomst op de Place de la Bastille begeleidde het langzame deel met de trombone solo, de zegen van de geestelijke. De laatste herhaling van de Apothéose, met die de festiviteiten zouden afgesloten worden, werden door het lawaai van manoeuvres van de Nationale Garde overstemd.

Bij de aanschouwing van dergelijke toevallige mogelijkheden had Berlioz bepaalde luisteraars van vrienden, muziekcritici en muzikanten voor de generale repetitie, twee dagen voor de première om 11:30 uur in de "Salle Vivienne" uitgenodigd. Het bij deze repetitie uitgegeven programma vermelde nog de oorspronkelijke titel Symphonie militaire en de namen van de drie delen als volgt: Marche funèbre, Hymne d'adieu en Apothéose; bij de première waren de laatste twee delen samengevoegd worden. Het succes van deze repetitie motiveerde de organisatoren van de Concerts Vivienne, Berlioz voor de herhaling van de compositie te verplichten, en het werd dan ook twee keer op 7 en 14 augustus uitgevoerd. Het waren deze uitvoeringen, die de basis voor de grote bewondering van Richard Wagner voor dit werk legden, maar die ook van François-Antoine Habeneck alsook van Adolphe Adam waardering kreeg.

Ook de opdrachtgever, de minister Charles de Rémusat, was erg tevreden.

Een verdere uitvoering van deze symfonie in de oorspronkelijke vorm vond op 1 november 1840 in de Opéra Rue Le Peletier plaats. Bij dit gelegenheid speelde een reuzen-harmonieorkest met 450 muzikanten. Slechts in 1842 werd een strijkorkest (ad lib.) en een koor toegevoegd. De uitvoering met strijkorkest en gemengd koor ad lib. werd op 26 september 1842 verzorgd. Het tekst van de koorstemmen is van Antony Deschamps en de melodie van de Apothéose werd voor de koorstemmen ingericht. Uit de Hymne d'adieu werd nu het Oraison funèbre en het hele werk kreeg de naam Symphonie funèbre et triomphale

Muziek[bewerken]

De Grande Symphonie funèbre et triomphale bestaat uit drie delen.

Marche funèbre (Begrafenismars) in f mineur[bewerken]

Het eerste deel, een van de grootste symfonische concepties van de componist, is een uitgebreide treurmars, in zijn klassieke vorm (sonatevorm) en met inbegrip van de breedte van zijn opmerkelijke melodisch adem. Het is verrassend dat met een uitzondering, de partituur geen indicatie van een metronoom heeft, en er zijn sterke verschillen in tempo tussen de verschillende moderne interpretaties. In deze versie is het tempo van het eerste deel vastgesteld op kwartnoot = 80. Dit komt tegemoet aan twee overwegingen: enerzijds is er een enig tempo voor de beweging nodig in zijn geheel, anderzijds dit tempo - hoewel langzaam in staat - moet zijn om deze lange beweging van een einde aan de andere voort te stuwen zonder mee te slepen.

Oraison funèbre (Grafrede) in G majeur[bewerken]

Het tweede deel heeft de vorm van een recitatief en aria zonder woorden waar een trombone een dialoog voert met de rest van het harmonieorkest. Dit deel maakt gebruik van de muziek uit de vroege opera Les Francs Juges (H 23) van Berlioz. In de partituur voor deze beweging is slechts één aanwijzing van de metronoom, voor "Andantino poco lento e sostenuto" (kwartnoot = 72). Het is aanbevolen het "Adagio non tanto" met kwartnoot = 58 en de "Andantino" met kwartnoot = 63 te nemen.

Apothéose (Apotheose) in Bes majeur [1][2][bewerken]

De derde beweging volgt zonder onderbreking de vorige beweging. Deze beweging met een triomfantelijk karakter werd vaak met successen door Berlioz in zijn concerten in Frankrijk en in het buitenland aan het begin van de 1840er jaren uitgevoerd. Uitsluitend in deze derde beweging zijn later (in 1842) door Berlioz partijen voor strijkers en gemengd koor toegevoegd. Deze toegevoegde delen voor strijkers en koor zijn niet verplicht.

Discografie[bewerken]

  • Orchestre d'harmonie des gardiens de la paix de la préfecture de police de Paris onder leiding van Philippe Ferro op het label "Arpège et Calliope" CAL 9137 - Symphonie funèbre et triomphale
  • United States Marine Band "The Presidents Own" onder leiding van Colonel John R. Bourgeois op het label "Mark Masters" - Music of Hector Berlioz; The President's Own United States Marine Band
  • Royal Northern College of Music Wind Orchestra, Joseph Alessi (trombone solo) onder leiding van Timothy Reynish op het label "Chandos" Chan 9897 - Berlioz, Schmitt, Milhaud, Saint-Saens, Bozza - French Wind Band Classics
  • The Wallace Collection onder leiding van John Wallace op het label "Nimbus Records" - Berlioz: Grande Symphonie funèbre et triomphale
  • Tokyo Kosei Wind Orchestra onder leiding van Chikara Imamura op het label "BIS" - Windpower - Christian Lindberg with the Tokyo Kosei Wind Orchestra (tweede deel alleen)
  • Pannonisches Blasorchester onder leiding van Peter Forcher op het label "Tyrolis Music" CD 352488 - Europa Sinfonie 1

Orkestratie[bewerken]

De in de partituur voorgeschreven minimale bezetting bestaat uit 107 uitvoerenden, en de grootste met strijkers, koor en verdere blazers uit 391 uitvoerenden. In de leeftijd van Berlioz werd het werk met bezettingen uitgevoerd, die zich van 130 muzikanten in het Conservatoire op 19 november 1843 tot 1800 muzikanten in het Hippodrome op 24 juli 1846 onder de leiding van Tilmant uitbreiden.

houtblazers
4 piccolo in c
5 dwarsfluiten in c
5 hobo's
5 Esklarinetten
14 klarinetten I in bes
12 klarinetten 2 in bes
2 basklarinetten in bes
8 fagotten I+II
1 contrafagot
koperblazers
4 hoorns I+II in F
4 hoorns III+IV in As
4 hoorns V+VI in C
4 trompetten I+II in F
4 trompetten III+IV in C
4 kornetten (Cornets à Piston) I+II in As
4 alt- of tenortrombones I
4 tenortrombones II
4 tenortrombones III
1 bastrombone
3 Ophicleïdes I
3 Ophicleïdes II
slagwerk
8 kleine trommen
1 grote trom
3 paren bekkens
1 Tamtam
1 paar Timbales
toevoegingen in 1842
koorzangers
80 sopranen I+II
60 tenoren I+II
60 bassen I+II
strijkers
20 violen I
20 violen II
15 altviolen
15 cello's
10 contrabassen


Media[bewerken]

  1. Grande Symphonie funèbre et triomphale, op. 15 - deel 3: Apothéose door het "Symfonisch blaasorkest en het koor van de Mexicaanse Marine"
  2. Grande Symphonie funèbre et triomphale, op. 15 - deel 3: Apothéose door "United States Marine Band 'The President's Own'"

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • partituur van Grande Symphonie funèbre et triomphale, op. 15 - Ernst Eulenburg Ltd.
  • hoes van de langspeelplaat van het label "Calliope" CAL 1859 Hector Berlioz: Symphonie funèbre et triomphale - Musique des Gardiens de la Paix, direction: Désiré Dondeyne