Grenadier
Een grenadier was oorspronkelijk een soldaat die gespecialiseerd was in het werpen van handgranaten. Er bestaan nog verschillende regimenten, die vaak een lange geschiedenis hebben.
Inhoud |
Geschiedenis [bewerken]
Bronnen vermelden grenadiers voor het eerst in de 16e eeuw, in de militaire krijgsgeschiedenis. Later waren ze de keursoldaten van de infanterie, vaak gekozen omwille van hun grote gestalte. Tijdens de 18e eeuw werd typisch één compagnie in elk bataljon aangeduid als grenadiercompagnie en op de rechterflank ingezet. Tijdens de eerste helft van de 18e eeuw werden deze compagnieën in de meeste legers samengevoegd tot aparte eenheden, soms alleen voor de duur van een oorlog (bv. in Pruisen, waarbij de grenadiercompagnieën van verschillende regimenten tot grenadierbataljons werden samengevoegd), maar ook permanent (bv. in Rusland, waar grenadierregimenten ontstonden, ook bij de cavalerie). Veel landen hadden een garderegiment Grenadiers. Het beroemdst zijn de Grenadiers van de Keizerlijke Garde van Napoleon: zijn Keizerlijke Garde bevatte drie regimenten Grenadiers te Voet (waarvan het 3e Regiment uit Nederlanders bestond,) en één regiment Grenadiers te Paard.
Grenadiers in België [bewerken]
Het Regiment Grenadiers werd opgericht in 1837 en bleef bestaan als afzonderlijke eenheid tot aan het eind van de 20e eeuw. De militaire geschiedenis vermeldt reeds in het midden van de 16e eeuw het ontstaan van "Grenadiers". Deze soldaten droegen een tas gevuld met kleine bommen en marcherend aan het hoofd van de stormtroepen slingerden ze die "granaten" naar de vijand. De manschappen moesten groot en sterk zijn om hun projectielen zo ver mogelijk te kunnen werpen. En omdat het wapenen van de granaat en het juist richten ervan geen gemakkelijke opgave was, rekruteerde men ze uit de besten. De Grenadiers die men begon te vormen, verwierven dan ook onmiddellijk - en terecht - de faam van elitesoldaten, een status die hen naast een hogere soldij ook nog bepaalde privileges verleende wat betreft kledij. In de loop van de tweede helft van de 18e eeuw raakte de granaat in onbruik, maar het begrip Grenadier - elitesoldaat - overleefde. In bijna alle legers bleef men dan ook "elitecompagnieën" samenstellen, zoals ook in België waar na de onafhankelijkheid elk infanteriebataljon één compagnie Grenadiers bevatte.
Grenadiers in Nederland [bewerken]
Nadat Napoleon in 1815 bij Waterloo was verslagen en Noord- en Zuid-Nederland tot één staat waren samengevoegd, kwamen er in het leger geen grenadiers meer voor. Er was ook geen garderegiment; een van de vier Afdelingen Zwitserse Infanterie die Nederland 'in capitulatie' had genomen, Afdeling nr. 32, fungeerde als een soort garde-eenheid en verzorgde bijvoorbeeld de wacht bij het Koninklijk Paleis.
Tussen de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden boterde het niet. Onder druk van de Zuidelijken dankte de koning op 31 december 1828 de vier koningsgetrouwe Zwitserse Afdelingen (nrs. 29, 30, 31 en 32) af. Ter vervanging hiervan stelde prins Frederik (tweede zoon van de koning en minister van Oorlog) voor om over te gaan tot oprichting van een afdeling (later regiment genaamd) grenadiers en twee bataljons 'jagers'. Dit voorstel werd in 1829 tot uitvoering gebracht.
Tegenwoordig vormen de grenadiers een garderegiment in het Nederlandse leger dat nauw met de jagers verbonden is: het Garderegiment Grenadiers en Jagers. De aanspreektitel van een soldaat bij de Grenadiers luidt Grenadier.