Guillaume de Lorris

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Guillaume de Lorris
Miniatuur uit de Roman de la Rose Oxford, Bodleian Library, Douce 195 .

Guillaume de Lorris (ook: de Loris, Lorris, ca. 1200 - ca. 1238) was een Frans dichter. Hij was de auteur van het eerste deel van de Roman de la Rose, een middeleeuws allegorisch liefdesverhaal, dat hij tussen 1220 en 1230 heeft geschreven. Die datering is gebaseerd op een tekst die Jean de Meun of Jean Chopinel zoals hij zichzelf noemde, in het tweede deel schreef. Hij meldde dat hij meer dan 40 jaar na de dood van Guillaume de Lorris het werk afmaakte. Kunsthistorici hebben het beëindigen van het werk gedateerd tussen 1268 en 1285, door zich te baseren op de dood van Manfred van Hohenstaufen in 1266 en de moord op Konradijn, de kleinzoon van Frederik II van Hohenstaufen, die op bevel van Karel van Anjou werd vermoord op 19 oktober 1268 (terminus post quem) in Napels. Deze moord werd in het handschrift vermeld. De dood van Karel van Anjou op 7 januari 1285 daarentegen werd niet vermeld, integendeel hij wordt expliciet genoemd als regerend koning van Sicilië, wat ons de terminus ante quem oplevert. Voortgaande op de 40 jaar genoemd door Jean de Meun, zou het eerste deel dan omstreeks 1230 moeten gemaakt zijn, die veertig jaar is echter weinig zeker, het kan evengoed beeldspraak voor “lange tijd daarna” geweest zijn. De geboortedatum en de daum van overlijden die hierboven worden aangegeven zijn dan weer afgeleid van het jaar 1230, waarin het eerste deel van de roman zou afgewerkt zijn. Al deze data zijn dus gebaseerd op de vermelding van Jean de Meun.

Eigenlijk weet men van Guillaume de Lorris dus niet veel meer dan zijn naam. Volgens Ott had hij een grondige kennis van de Franse literatuur van zijn tijd en was hij ook bekend met enkele Latijnse werken[1]. Hij was een navolger van Chrétien de Troyes die ook reeds allegorische figuren opvoerde in zijn romans. De grote verdienste van Guillaume de Lorris is dat hij de eerste is geweest die de drie stijlelementen, die in zijn tijd reeds aanwezig waren namelijk het gebruik van de ik-vorm door de verteller, het gebruik van allegorische figuren als handelende personen en de voorstelling van zijn roman als een droom, tot één succesvolle stijl heeft samengevoegd.

De Roman de la Rose zou ongeveer 40 jaar later aanzienlijk worden uitgebreid door Jean de Meun zoals we hoger hebben gezien. Het is de Meun die in het door hem toegevoegde deel Guillaume de Lorris als auteur van het eerste deel noemt. Andere toewijzingen van het werk zijn tot op heden niet gevonden. [2]

  1. Karl August Ott, Armut und Reichtum bei Guillaume de Lorris in Beiträge zum romanische Mittelalter, Tübingen 1977, Kurt Baldinger.
  2. Margareta Friesen, Der Rosenroman für François I, Graz 2007, Akademische Druck- und Verlagsanstalt, p. 26.