HBOS

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
HBOS plc
Oprichting 2001
Opheffing 2009
Hoofdkantoor Edinburgh, Schotland
Producten Financiële dienstverlening, beleggingen, vermogensbeheer, verzekeringen
Portaal  Portaalicoon   Economie

HBOS plc (onderdeel van Lloyds Banking Group) was een bank en verzekeringsgroep in het Verenigd Koninkrijk en was het moederbedrijf van de Bank of Scotland plc met onder meer de Bank of Scotland en Halifax merken; HBOS Australië, eigenaar van BankWest; en HBOS Insurance & Investment Group Limited, de verzekeringstak van de groep. Officieel stond HBOS nergens voor maar het wordt wijd en zijd gedacht te staan voor Halifax Bank of Scotland. Het hoofdkwartier van de groep stond in Edinburgh, Schotland; het oudste kantoor van de Bank of Scotland. Het operationele hoofdkwartier was in Halifax, Engeland; het oudste hoofdkantoor van Halifax.[1]

Hoofdgebouw van HBOS in Edinburgh

HBOS werd gevormd uit de fusie tussen Halifax plc en de Governor and Company of the Bank of Scotland, en de formatie van HBOS werd gezien als de creatie van de vijfde macht in de Britse bankwereld aangezien het een bedrijf creëerde dat qua grootte dichtbij de Grote Vier zat. Sinds zijn creatie was HBOS uitgegroeid tot de op drie na grootste bank in het Verenigd Koninkrijk gemeten aan marktkapitalisatie. Het was ook de grootste hypotheekverstrekker van het Verenigd Koninkrijk. HBOS was een naamloze vennootschap genoteerd aan de London Stock Exchange[2]. Een reorganisatie van de groep, begonnen in 2006, zorgde voor de overdracht van Halifax plc naar de Governor and Company of the Bank of Scotland, welke een geregistreerde NV was onder de naam Bank of Scotland plc.

Tijdens de kredietcrisis is de bank in de problemen gekomen. Er was 37 miljard pond (!) Britse overheidssteun nodig om een faillissement te voorkomen. De bank is in 2008 overgenomen door Lloyds TSB.

Een parlementaire commissie onder leiding van Andrew Tyrie die de val van de bank onderzocht conludeerde in april 2013 dat de bank ook zonder de kredietcrisis ten onder zou zijn gegaan door de vele oninbare leningen. De toenmalige topmannen Sir James Crosby, architect van het beleid, Andy Hornby, die het beleid niet wijzigde en Lord Stevenson die van begin tot het einde de president van de bank was, waren verantwoordelijk voor dit beleid. De commissie vond dat zij meer ter verantwoording geroepen dienen te worden en ook persoonlijk de gevolgen van hun beleid zouden moeten voelen.[3]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties