Hendrik Geeraert

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hendrik Geeraert
Het Hendrik Geeraertplein in Nieuwpoort

Hendrik Geeraert (Nieuwpoort, 15 juli 1863 - Brugge, 17 januari 1925) is een Belgische volksheld, in het interbellum de verpersoonlijking van het burgerverzet tegen de Duitse invaller. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd Hendrik Geeraert bij de Belgische soldaten achter de IJzer beroemd als de Nieuwpoortse schipper die in oktober 1914 'de sluizen in Nieuwpoort opende en alzo het Duitse leger een halt toeriep'.

Hendrik is geboren in de Langestraat 40 in Nieuwpoort als zoon van schipper Augustinus Geeraert en Anna Veranneman, een huishoudster en kantwerkster. Hendrik werd binnenschipper. Op 24-jarige leeftijd huwde hij in Veurne met Melanie Jonckheere en het echtpaar kreeg acht kinderen.

Inundatie[bewerken]

Half oktober 1914 kwam Geeraert in contact met het Belgisch geniedetachement de Sapeurs-Mariniers dat de sluizen in Nieuwpoort bewaakte. Om het bedreigde bruggenhoofd van Lombardsijde te beschermen beval het opperbevel op 21 oktober de polder van Nieuwendamme onder water te zetten. Hierbij werden de genisten geholpen door Geeraert.

Dit was een tijdelijke verademing en op 26 oktober werd beslist de ganse streek tussen Nieuwpoort en Diksmuide te inunderen. De eerste poging (met de hulp van Karel Cogge) gaf niet de verwachte resultaten zodat op 29 oktober Geeraert het opperbevel er toe kon bewegen de overlaat van de Noordvaart in de Ganzepoot in Nieuwpoort te openen. Na dit succes bleef de 51-jarige de ganse oorlog bij de compagnie die de sluizen bediende.

Op het einde van de oorlog wordt hij ziek. Op zijn sterfbed werd hij op 25 december 1924 benoemd tot Ridder in de Leopoldsorde en tot “Legendarisch figuur van het Veldleger 1914-1918”. Behalve Koning Albert draagt niemand in België deze titel. Verder had hij nog medailles en zeven frontstrepen. Hij overleed in het Sint Julius Godshuis (Broeders van Liefde) in de Bouveriestraat in Brugge op 17 januari 1925.[1] Hij werd onder massale belangstelling ten grave gedragen. In de jaren 50 werd zijn portret vereeuwigd op een bankbiljet van duizend Belgische franken.

Verwijzingen[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bibliografie[bewerken]

  • Begrafenis van H. Geeraert. In: Westvlaamse Gidsenkring Westhoek, 40 (2004), 3, p. 24-26.
  • Bert Bijnens, Wat herinnert in Nieuwpoort nog aan Hendrik Geeraert (1863-1925) - De held van de overstroming. In: Bachten de Kupe, 41 (1999), 4, p. 171-187.
  • Godgaf Dalle, Nieuwpoort 14-18. In: De Gidsenkring, 4 (1966), 2, p. 7-9.
  • P. Darge, Voor memorie. In: Westvlaamse Gidsenkring Westhoek, 22 (1985), 3, p. 2-13.
  • L. De Wolf, Karel Cogge's medewerking aan de onderwateringe in 14. In: Biekorf, 30 (1924), 5 p. 112-113.
  • L. De Wolf, Veurne-Ambacht en de onderwateringe in 1914. In: Biekorf, 30 (1924), 2, p. 40-43.
  • Karel Lodewijk Cogge. In: Curiosa, 33 (1995), 325, P. 27-28.
  • Marcel Messiaen, Hendrik Geeraert, held van de IJzer 50 jaar geleden. In: Bachten de Kupe, 7 (1985), 7, p. 127-138.
  • M. Nevejans, De waarheid over K. Cogge. In: Bachten de Kupe, 19 (1977), 6, p. 89-93.
  • Luc Vanacker, De IJzer oktober 1914. Een slag te veel? Het idee en de timing van de eerste onderwaterzetting. In: Westvlaamse Gidsenkring Westhoek, 39 (2003), 3, p. 1-21 & in: Shrapnel, 16 (2004), 1, p. 26-48.
  • Patrick Vanleene & Jacques Bauwens, Over Karel Cogge. In: Westvlaamse Gidsenkring Westhoek, 40 (2004), 3, p. 1-23.
  • Paul Van Pul, Oktober 1914. De initiële inundaties aan het Belgische front. In: Belgisch Tijdschrift voor Militaire Geschiedenis, 30 (1994), 7, p. 541-561.
  • H.J. Vanthuyne, De rol van het Vleterse bij de onderwaterzetting in 1914-1918. In: Vlietmara, 4, (1982), 1, p. 13-17.
  • M. Van Wesemael, Nog enig nieuws over de IJzer-inundatie van 1914. In: Bachten de Kupe, 25 (1983), 3, p. 69-73.
  • Roger Verbeke, De overstroming van de IJzerstreek gedurende Wereldoorlog I. In: De Gidsenkring, 19 (1981), 1, p. 13-16.

Voetnoten[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Sint Julianus verdween in 1931. De middeleeuwse caritatieve instelling bestond sinds 1275 en legde zich vanaf 1600 toe op de verzorging van "dulle lieden" of krankzinnigen en vondelingen. De Bouveriestraat vormde samen met zijn godshuizen en het naburige Blindekens de Brugse miseriehoek.