Hippias Minor (Plato)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Plato
Dit artikel is een deel van de serie over:
De Dialogen van Plato
Vroege periode:
Apologie van SocratesCharmides
Protagoras - Euthyphro
IonCritoAlcibiades I
Hippias MajorHippias Minor
LachesLysisEuthydemus
Middenperiode:
CratylusGorgias
MenexenusMeno
Phaedo - Symposium
StaatPhaedrus
Late periode:
ParmenidesTheaetetus
TimaeusCritias
SofistStaatsman
PhilebusWetten
Betwiste geschriften:
ClitophonEpinomis
BrievenHipparchus
Minos - Theages
Alcibiades IIMinnaars
Niet geschreven:
Hermocrates - Ongeschreven leer

De Hippias Minor (kleine Hippias) is een van de vroege dialogen van Plato. Een precieze datering van het werk is onzeker. Ondanks aanvankelijke twijfels (vanwege de inhoud[1] en de aan Socrates toegeschreven opvatting dat bewust verkeerd handelen beter is dan onbewust[2] staat de authenticiteit van de Hippias Minor tegenwoordig nauwelijks meer ter discussie, vooral vanwege Aristoteles' verwijzing naar het in de Hippias gebruikte argument[3].

Deelnemers aan het gesprek[bewerken]

Hippias van Elis: een in geheel Griekenland bekende sofist, die zich extreem zelfverzekerd[4] als allesweter en -kunner voordoet; Eudikos, zijn gastheer te Athene, en Socrates.

Inhoud[bewerken]

Gespreksthema is de interpretatie van de karakters Achilles en Odysseus in Homerus' werk. Volgens Hippias is Achilles niet alleen de dapperste persoon, maar ook een eerlijk man, en Odysseus juist een bij uitstek geslepen type. Socrates betwist dit aan de hand van citaten waarin Achilles liegt. Dit bestrijdt Hippias weer door te zeggen dat Achilles liegt zonder dat er opzet in het spel is, daar waar Odysseus opzettelijk liegt.

Daarmee wordt de discussie verlegd naar de vraag: is het beter om bewust of onbewust verkeerd te handelen? Volgens Socrates is bewust altijd beter (dat wil zeggen hij die weet wat hij doet is altijd hoger aan te slaan), volgens Hippias is onbewust beter. Hippias vindt het schandalig, dat zij die opzettelijk verkeerd handelen beter zouden zijn dan zij die het onopzettelijk doen, maar hij kan Socrates' these in de discussie die ze hierover voeren niet weerleggen. Socrates vindt de conclusie zelf ook wel bizar, maar aan vreemde conclusies is hij, als niet-weter, wel gewend. Maar dat zelfs een wijze als Hippias hem hierin niet kan helpen, dat is toch wel verontrustend.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Vgl. Guthrie, A History of Greek Philosophy, dl IV, blz. 195: To read through this little dialogue without a growing sense of irritation at its manifest absurdities calls for a strong historical imagination. Maar ook een ander geluid verdient geciteerd te worden: This short dialogue, though less ambitious in its scope, is much more brilliantly executed than the Hippias Major. (A.E. Taylor: Plato, the man and his work, Londen, 1926. Blz. 85.
  2. In de Crito bijv. zegt hij dat men nooit opzettelijk onrecht mag begaan; hier in de Hippias Minor beweert hij echter dat iemand die opzettelijk onrecht begaat een beter mens is dan degene die dit onbewust doet.
  3. Zie Metafysica, V 1025a6. Cicero vermeldt (De Oratore, III 32) Hippias' bezoek aan Athene, maar dit zegt verder niets over de authenticiteit van het werk; het geeft mogelijk slechts aan dat Cicero dit werk kende.
  4. Hij pocht dat hij in Olympia zonder voorbereiding over elk willekeurig onderwerp kon spreken.