Hoogsensitief persoon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Hoogsensitief persoon of HSP is een term uit de psychologie die in 1996 werd geïntroduceerd door de Amerikaanse psychologe dr. Elaine N. Aron en staat voor (Engels): highly sensitive person, oftewel 'zeer gevoelig persoon'. In het Nederlands wordt highly sensitive person vertaald als 'hoogsensitief persoon' of 'hooggevoelig persoon'.

Geschiedenis[bewerken]

Naar het onderwerp zintuigstimulatie en gevoeligheid is eerder onderzoek gedaan door Eysenck over introversie en stimulatie, terwijl Pavlov onderzoek deed naar zintuiglijke reacties. Hij noemde het verschijnsel fysieke en mentale overstimulatie. Jung maakte in zijn typologie onderscheid tussen introverte en extraverte types en sprak in dit verband ook over hooggevoeligheid. Recenter zijn onder andere onderzoeken door Kagan en Belsky.

HSP volgens Aron[bewerken]

Hooggevoeligheid staat centraal in de onderzoeken van Aron. Onder meer zich baserend op de onderzoeken van de psychiater Carl Jung[1][2] en psycholoog dr. Jerome Kagan,[3] komt zij tot de conclusie dat hoogsensitiviteit sterk aangeboren en genetisch bepaald is. Echter, anders dan bijvoorbeeld Kagan[4] en de reguliere therapeutische psychologie kenmerkt zij het bijbehorende gedrag niet als geremd, verlegen of bedeesd en afwijkend, maar als het natuurlijk gevolg van de aangeboren hooggevoeligheid die positief te waarderen is.

Aron concludeert dat uit meerdere onderzoeken blijkt dat mensen met een gevoeliger zenuwstelsel zowel intern als extern sterker geprikkeld worden dan gemiddeld.[1] In interne zin zijn HSP's gevoeliger voor emoties, pijn, genot en andere lichamelijke en geestelijke ervaringen. In externe zin zijn HSP's niet alleen gevoeliger voor geluiden en geuren en voor visuele en tactiele stimulatie, maar blijken zij ook meer indrukken op te nemen, waardoor zij zich eerder en meer bewust zijn van details en het aantal mogelijke scenario's die een omgeving in zich bergt. HSP's zijn daardoor meer alert op mogelijke gevaren en zijn eerder geneigd tot het overdenken en inschatten van situaties wat volgens Aron door collega's vaak ten onrechte als verlegenheid en geremdheid wordt beschouwd.
Ook zijn HSP's geneigd tot minder sociale omgang en assertiviteit, volgens Aron wederom niet omdat ze verlegen of weinig sociaal zijn, maar als gevolg van noodzakelijke aanpassing aan hun aangeboren eigenschap die hen noopt voorzichtiger met zichzelf en hun omgeving om te gaan. Tevens zijn HSP's vanwege hun aangeboren opmerkingsvermogen meer geneigd tot empathie en blijken zij in met name een rustige omgeving in staat te zijn informatie beter dan gemiddeld in zich op te nemen en tot in alle details en nuances uit te werken.

Voor Aron vormen deze onderzoeksresultaten aanleiding voor een andere, positievere benadering en waardering van hooggevoeligheid.[5]

In praktische zin is het volgens Aron belangrijk dat HSP's zich bewust worden van die aangeboren eigenschap en dat ze hun levenswijze daaraan aanpassen: meer rust nemen, vaker alleen zijn of de natuur opzoeken en overprikkeling (zoals drukke, competitieve omgevingen) beperken. Ook dienen zij schuld- of minderwaardigheidsgevoelens over hun inherente beperkingen los te laten en doen HSP's er beter aan niet te trachten zich te conformeren aan het gedrag van niet-HSP's, zoals vaak door hedendaagse reguliere therapeuten verlangd wordt.
Anderzijds besteedt ze veel aandacht aan het waken voor overdrijven, dramatiseren en slachtoffergedrag (beseffen dat hooggevoeligheid sterkere emoties kan oproepen dan reëel gerechtvaardigd is: het bewaken van de interne sensitiviteit), evenals aan enige assertiviteit waaraan het veel HSP's vaak ontbreekt. Ook stimuleert ze HSP's vooral aan het maatschappelijke leven te blijven deelnemen. Omdat hun hooggevoeligheid hen in staat stelt informatie onder de juiste omstandigheden (een rustige werkomgeving zonder een overmaat aan druk en kritiek en overdreven toezicht) beter en uitgebreider te verwerken kunnen zij aanzienlijk aan de samenleving bijdragen. Door deze positieve waardering van en betere omgang met de aangeboren kwaliteiten zullen veel HSP's volgens Aron een gelukkiger geestelijk leven leiden.

Aron wijst dus ook op een sociaal-psychologische context. Hooggevoeligheid brengt volgens haar veel waardevolle eigenschappen met zich mee waardoor HSP's bijvoorbeeld vaak de 'ideale werknemer' zijn: consciëntieus (gewetensvol; nauwkeurig), loyaal, gericht op kwaliteit en met een hoog inzicht in mensen en processen. Daarnaast constateert Aron uit onderzoek dat HSP's zich meer dan gemiddeld aangetrokken voelen tot kunst en wetenschappen en adviserende en verzorgende taken en minder tot leidinggevende functies en competitieve beroepen. Aangezien deze beroepsgroepen menig beroemdheid hebben voortgebracht die van algemeen erkend belang voor mens en samenleving is geweest, wordt dit als ondersteuning van Arons argument gezien dat hooggevoeligheid beslist maatschappelijk positief te waarderen valt in plaats van dat het gecorrigeerd moet worden. Ze stelt dan ook dat de therapeutische psychologie niet moet zwichten voor de eisen van een cultuur of tijdgeest die macht, winst en insensitiviteit hoger lijken te waarderen en pleit ook in maatschappelijke zin voor een positieve herwaardering van hooggevoeligheid.

Volgens Elaine Aron is 15 tot 20 procent van de mensen hooggevoelig en zij is fel tegen opname van de term in het DSM-V omdat het een aangeboren karaktereigenschap betreft. Tot op heden is dat ook niet het geval.

Behalve door Aron zijn ook door psycholoog Ted Zeff twee boeken over hooggevoeligheid gepubliceerd.[6]

Evolutionaire verbanden[bewerken]

Aron wijst ook op studies uit de evolutionaire psychologie, waar steeds meer aanwijzingen worden gevonden dat (hoog-)gevoeligheid, empathie en altruïsme een onmisbare functie bezetten in evolutionaire processen. Hooggevoelige kuddedieren zullen hun groep eerder waarschuwen voor dreigend gevaar en de sensitiviteit van ouderdieren voor de behoeften van hun jongen stelt ze meer in staat hen succesvol groot te brengen (een succesvolle groepsleider kan nooit opgroeien als diens ouders niet succesvol in diens eerste levensbehoeften hadden voorzien: zorg, voeding en bescherming). Tevens bestaan er onderzoeken die wijzen op het bestaan van verlegen en brutale varianten binnen één soort[3][7] en zijn er aanwijzingen voor een gemeenschappelijke biologische basis voor verlegen en brutaal gedrag bij zowel mensen als dieren.[8]

Kritiek[bewerken]

Ofschoon de professionele psychologie Arons bevindingen niet in het algemeen heeft overgenomen bestaat er weinig fundamenteel wetenschappelijke kritiek.

De grondlegger van de schemagerichte therapie, dr. Jeffrey E. Young, bevestigt het bestaan van hooggevoeligheid, maar legt een verband met het zelfopofferings-schema en in verder verloop met het schema van emotionele verwaarlozing, waardoor naar zijn mening hooggevoelige personen altijd moeten leren hun eigen behoeften te onderkennen en daarin te voorzien. Hij duidt hooggevoeligheid in klinisch psychologische zin dan ook wel degelijk als een psychopathologische conditie die cognitief en gedragmatig behandeld dient te worden.

Hoewel Aron gebruik maakt van en verwijst naar neurologische gegevens, ontbreekt een eenduidige neurologische definitie.

Externe link[bewerken]

Bronnen

  1. a b Aron, E.N., "The Clinical Implications of Jung's Concept of Sensitiveness", in: Journal of Jungian Theory and Practice, 8, 2006, 11-43.
  2. Aron, E. N. (2004). "Revisiting Jung's Concept of Innate Sensitiveness", in: Journal of Analytical Psychology, 49, 337-367.
  3. a b Kagan, J. (1994). Galen’s prophecy. New York: Basic Books.
  4. Kagan, J., Reznick, J., & Snidman, N. (1988). "Biological Bases of Childhood Shyness", in: Science, 240:167-71.
  5. Aron, Elaine and Aron, Arthur, "Sensory-Processing Sensitivity and Its Relation to Introversion and Emotionality", in: Journal of Personality and Social Psychology, 1997, Vol. 73, No. 2, 345-368.
  6. Zeff, Ted (2004). The Highly Sensitive Person's Survival Guide (ISBN 1-57224-396-1) en Zeff, Ted. The Highly Sensitive Person's Companion (ISBN 1-57224-493-3).
  7. Hedrick AV (2000). Crickets with extravagant mating songs compensate for predation risk with extra caution. Proc. Biol. Sci. 267 (1444): 671–5 . PMID:10821611. PMC:1690585. DOI:10.1098/rspb.2000.1054. Geraadpleegd op 2007-07-29.
  8. Wilson, DS; Clark, AB; Coleman, K; Dearstyne, T. (1994). "Shyness and Boldness in Humans and other Animals", in: Trends in Ecology & Evolution Vol. 9, no. 11, p. 442-446.

Literatuur

  • Aron, Elaine N., Hoog sensitieve personen: Hoe blijf je overeind als de wereld je overweldigt, Amsterdam, Uitgeverij Archipel, 2002 (ISBN 9789063053352).
  • Aron, Elaine N., Hoog sensitieve personen in de liefde: Hoe ga je om met relaties als de wereld je overweldigt, Amsterdam, Uitgeverij Archipel, 2003 (ISBN 9789063055578).
  • Aron, Elaine N., Het hoog sensitieve kind: Help je kinderen op te groeien in een wereld die hen overweldigt, Amsterdam, Uitgeverij Archipel, 2004 (ISBN 9789063053833).
  • Aron, Elaine and Aron, Arthur, "Sensory-Processing Sensitivity and Its Relation to Introversion and Emotionality", in: Journal of Personality and Social Psychology, 1997, Vol. 73, No. 2, 345-368.
  • Elaine N. Aron, Arthur Aron, and Jadzia Jagiellowicz, "Sensory Processing Sensitivity: A Review in the Light of the Evolution of Biological Responsivity" in: Personality and Social Psychology Review, 30 jan. 2012.
  • Belsky, J., & Pluess, M. (2009). "Beyond Diathesis-Stress: Differential Susceptibility to Environmental Influences", in: Psychological Bulletin, 135(6), 885-908.
  • Bruch, M., Gorsky, J., Cullins, T., & Berger, P. (1989). "Shyness and Sociability Reexamined: A Multicomponent Analysis", in: Journal of Personality and Social Psychology, 57: 904-15.
  • Deo, P. & Singh, A. (1973). "Some Personality Correlates without Awareness", in: Behaviorometric, 3: 11-21.
  • Gough, H., & Thorne, A., "Positive, Negative, and Balanced Shyness: Self-Definitions and the Reations of Others", in: Shyness: Perspectives on Research and Treatment. ISBN 0-306-42033-3.
  • Higley, J., & Suomi, S. "Temperamental Reactivity in Non-Human Primates", in: Temperament in Childhood, ed. Kohnstramm, G., Bates, J., and Rothbart, M. (New York: Wiley, 1989), 153-67.
  • Staveren van, Antoine, Bewust-er-zijn met hooggevoeligheid, Leeuwarden, Uitgeverij Elikser, 2011 (ISBN 9789089543196).
  • Marletta-Hart, Susan, Aandachtig leven met hooggevoeligheid, Kampen, Uitgeverij Ten Have, 2010 (ISBN 9789025960889).
  • Thorne, A. (1989). "The Press of Personality: A Study of Conversations Between Introverts and Extraverts", in: Journal of Personality and Social Psychology, 53: 713-26.
  • Raleigh, M., & McGuire, M. (1984). "Social and Environmental Influences on Blood Serotonin and Concentrations in Monkeys", in: Archives of General Psychiatry, 41: 181-90.
  • Revelle, W., Humphreys, M. Simon, L., & Gillian, K. (1980). "Interactive Effect of Personality, Time of Day, and Caffeine: A Test of the Arousal Model", in: Journal of Experimental Psychology General, 109: 1-13.
  • Young, Jeffrey E., Schemagerichte therapie. Handboek voor therapeuten. Houten, Bohn Stafleu Van Loghum, 2005.
  • Zumbo, B., & Taylor, S. (1993). "The Construct Validity of the Extraversion Subscales of the Meyers-Briggs Type Indicator", in: Canadian Journal of Behavioral Science, 25: 590-604.