Hoogspanningsleiding

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hoogspanningsmast met leidingen bij Papekop
Netwerk van hoogspanningsleidingen in Nederland, situatie 2006

Een hoogspanningsleiding is een elektriciteitsleiding die wordt gebruikt voor het vervoer van elektriciteit onder hoge spanning over grote afstanden. Deze leidingen maken doorgaans deel uit van een hoogspanningsnet. De leidingen bevinden zich over het algemeen op land in de lucht en lopen over hoogspanningsmasten en worden dan hoogspanningslijn genoemd. In het water of in de grond zijn de leidingen geïsoleerd en heten ze hoogspanningskabels. In Nederland worden de leidingen steeds meer onder de grond gebracht.

Leiding[bewerken]

Bij het vervoeren van elektriciteit onder hoge spanning is een lagere stroomsterkte en bijgevolg een dunnere geleider nodig voor hetzelfde vermogen. Omgekeerd is het bij dezelfde dikte van de geleider mogelijk een groter vermogen te transporteren. Naast de hogere transportcapaciteit is er als tweede voordeel het lagere energieverlies langs de lijn omwille van de lagere stroomsterkte.

Een normale leiding van een hoogspanningsleiding (110 kV) bestaat uit een zevenaderige staalkern met een totale dwarsdoorsnede-oppervlakte van 60 mm² omgeven door een vlechtwerk van 30 aluminiumaders met een totale dwarsdoorsnede-oppervlakte van 257 mm². Bij een nominale stroom van 560 A per leiding hebben zes leidingen een capaciteit van 215 MVA. Met een 380-kV-leiding met 1.300 A per buitenleiding kan meer dan 900 MVA getransporteerd worden, waarbij de natuurlijke capaciteit 600 MW bedraagt.

Lekstroom[bewerken]

Vanwege de hoge spanning is een goede isolatie nodig. Toch is er altijd enige lekstroom, en vooral bij vochtig weer is dit merkbaar door het lawaai bij de isolatoren.

Een geleidend voorwerp dat zich onder de hoogspanningslijn bevindt, zal een lage stroom gaan voeren. Dit is soms voelbaar, bijvoorbeeld door een fiets onder de lijn te parkeren en zachtjes met de vinger over het blanke metaal te strijken. Is het lichaam beter geaard dan de fiets, of andersom, dan is de lekstroom voelbaar.

's Nachts kan men het proberen door een tl-buis omhoog te steken. Die zal dan zachtjes oplichten.

Tijdelijke portieken[bewerken]

Bij het vervangen of trekken van hoogspanningslijnen is het niet mogelijk om te garanderen dat de kabels zich boven een zekere hoogte blijven bevinden. Als de lijnen te laag hangen, kan dit een gevaarlijke situatie creëren, vooral indien er boven autowegen, spoorwegen of waterwegen gewerkt wordt.

Op dit moment wordt er door de meeste installateurs gebruik gemaakt van houten portieken (ronde houten palen die gecreosoteerd zijn) die aan weerszijden van de weg worden opgesteld. Door middel van betonnen blokken worden deze palen van ongeveer 15 meter lang dan verticaal gehouden. Bovenaan zorgt een horizontale balk, bevestigd met koorden, ervoor dat de kabels niet kunnen zakken. De volledige constructie wordt steeds door werknemers op zicht en gevoel gezet waardoor men vaak met ongebalanceerde balken werkt.

Dit systeem heeft echter een heleboel nadelen. Zo is er geen garantie dat deze portieken wel degelijk aan de nodige belasting kunnen weerstaan. Verder is er bij het opstellen van deze portieken nood aan speciaal vervoer, kranen en zeer bekwame werklieden. Ook stockage van de palen is duur en er gebeuren hierbij geregeld ongevallen.